Anja en prins Bernhard

Tot nu toe waren acties tegen zinloos geweld altijd bedoeld als aansporingen om harder op te treden tegen wetsovertreders. Mensen werden ook aangemoedigd zelf in te grijpen als de politie er niet bij was. Maar voor het eerst zijn afgelopen dagen de rollen omgedraaid en werden de traditionele kaarsjes opgesteld als protest tegen te hard optreden van burgers tegen een wetsovertreder, de Duitse verslaafde dakloze Anja. Zij overleed nadat winkelbedienden van de Amsterdamse supermarkt Dirk van den Broek haar hadden achtervolgd en in elkaar hadden geschopt. Dit laat zien hoe gemakkelijk eigenrichting uit de hand kan lopen.

Eigenrichting is afgelopen jaren gestimuleerd, ook door gezaghebbers. Prins Bernhard betaalde de boete van twee medewerkers van Albert Heijn die een reeds gearresteerde dief hadden geschopt. Dat was ongetwijfeld een spontane opwelling, maar de prins mag zich wel afvragen of deze niet onbedoeld heeft gewerkt als een koninklijke aanmoedigingspremie. Minister Remkes (Binnenlandse Zaken) propageerde het uitdelen van een ,,rotschop''. Dat gebeurde naar aanleiding van een aperte noodsituatie, een onverhoedse en dodelijke aanval op een jongeman in Venlo. Dat was van een andere orde dan het achternazitten van een winkeldief, maar wist de bewindsman wel zeker dat dit onderscheid ook overkomt?

Minister Donner (Justitie) heeft duidelijk afstand genomen van dergelijke uitlatingen. Hij floot het Kamerlid Eerdmans (LPF) terug, die het recht van winkeliers om geweld te gebruiken door een wetswijziging wilde onderstrepen. De afgevaardigde sprak van ,,helden''. Dat deed denken aan de honkbalknuppel achter de toonbank die de Haagse hoofdcommissaris Wiarda ooit openlijk aanbeval. Eerdmans kreeg geen poot aan de grond in de Kamer, maar in de academie gaat de discussie door. De Nijmeegse hoogleraar strafrecht Buruma bepleit meer begrip van de rechter voor heethoofden. Sommige mensen zijn nu eenmaal ,,biologisch gepredisponeerd tot minder zelfbeheersing; dat maakt hun geweldgebruik nog niet noodzakelijk verkeerd'', schreef hij bij een arrest van de Hoge Raad. Het is wellicht een interessant punt in een strafrechtstheoretisch discours, maar wat is in de praktijk het verschil met de bijdrage van prins Bernard?

Het optreden tegen winkeldieven en rovers blijft een zaak van de politie, die het geweldsmonopolie heeft. De politie moet alle aangiften van beroofde winkeliers opnemen en zelf onderzoeken, zodat veelplegers langere gevangenisstraffen kunnen krijgen. Een krachtige politie is het beste middel tegen eigenrichting.

Maar winkeliers moeten ook zelf kunnen optreden om hun have en goed te beschermen. Zij leveren vaak de door hen gepakte rovers zelf uit aan de politie. Zo kunnen winkeliers zich handhaven in sociaal zwakke wijken die zonder hun aanwezigheid nog verder zouden verloederen. Toch zal de grens tussen zelfbescherming, burgerarrest en excessief geweld streng moeten worden bewaakt. Het lijdt geen twijfel dat medewerkers van Dirk van den Broek worden verdacht van een zwaar misdrijf. Ook medewerkers van Albert Heijn mogen een door de politie geboeide verdachte niet blijven schoppen. Het zou prins Bernhard sieren als hij daar naar aanleiding van deze zinloze doodslag ruiterlijk voor uit zou komen.