Zelfs de zeep heeft twee maten

De ASEAN vormt vóór 2020 een `economische gemeenschap', zo hebben de tien lidstaten elkaar beloofd. Maar van de afspraken in de afgelopen 36 jaar is weinig werk gemaakt. ,,ASEAN wordt nooit een unie naar Europees model.''

Het beste nieuws van de tweedaagse topconferentie van de Associatie van Zuidoost-Aziatische landen (ASEAN) is dat die bijeenkomt op Bali. Het Indonesische eiland, ooit de vakantiebestemming bij uitstek in deze streken, is de klap van de twee bommen in oktober vorig jaar nog niet te boven en kan de komst van het ASEAN-circus goed gebruiken. De sterrenhotels op het zuidelijke schiereilandje Nusa Dua zijn voor het eerst sinds de aanslagen weer even vol. De prijs voor dit succesje zijn politiemannen en militairen op iedere straathoek, wegafsluitingen en verkeersopstoppingen. Leiders van `dialoogpartners' van ASEAN, zoals Japan en India, hebben hun eigen gewapende lijfwachten meegenomen.

Het op een na beste nieuws is dat de leiders van de tien lidstaten het ergens over eens geworden zijn. Gisteren tekenden ze met de nodige fanfare een document dat de naam `Bali Concord' kreeg. Daarin beloven ze elkaar plechtig van hun, onderling sterk concurrerende, volkshuishoudingen vóór 2020 een `economische gemeenschap' te maken. Mahathir Mohamad, de scheidende premier van Maleisië, vergeleek die gemeenschap-in-de-maak met Europa, maar zei ook dat ,,ASEAN nooit een unie naar Europees model zal worden''. Binnen ASEAN wordt al 36 jaar veel afgepraat, maar weinig afgesproken, en van de schaarse afspraken wordt weinig werk gemaakt.

De associatie is een product van de `dominotheorie', die dateert uit de Koude Oorlog. Oprichters Indonesië, Thailand, Maleisië, Singapore en de Filippijnen vonden elkaar in 1967 vooral in hun gezamenlijke angst voor het rode dan wel gele gevaar. Halverwege de jaren zeventig leek de theorie uit te komen. De domino's in Zuidoost-Azië tuimelden om – Vietnam, Laos en Cambodja kregen elk socialistische regimes – en ASEAN moest dat tij keren. Het was een forum voor overleg, en de structuur was vederlicht. Een gezamenlijk secretariaat in Jakarta, de hoofdstad van de grootste lidstaat, dat was alles. De leiders trokken één lijn in hun omgang met de buitenwereld, maar wensten elkaar in hun binnenlandse aangelegenheden niet voor de voeten te lopen. Het beginsel van niet-inmenging hield hen bij elkaar.

Na de Koude Oorlog was ASEAN het spoor even bijster. Indonesië herstelde in 1990 de diplomatieke betrekkingen met de Volksrepubliek China en de ASEAN-landen lonkten, ieder voor zich, naar deze zich openende megamarkt. Het politieke cement verkruimelde en de associatie zocht nieuw elan in uitbreiding. Intussen is ASEAN een politieke regenboog. Ze telt koninkrijken, republieken, landen met staatsgestuurde economieën als Vietnam en een militaire dictatuur: Birma. Redenen te over, kortom, om stevig vast te houden aan het leerstuk van niet-inmenging. De recente, zwakke pogingen van ASEAN om de Birmese junta te bewegen opposant voor het leven Aung San Suu Kyi uit huisarrest te ontslaan, faalden.

Sinds de jaren negentig zoekt ASEAN haar saamhorigheid vooral in gedeelde economische belangen, maar dat is een helse zoektocht. De overwegend agrarische en – met meer of minder – succes industrialiserende economieën van ASEAN zijn amper complementair en concurreren om markten voor hun aardolie, palmolie en rubber. In de jaren negentig besloot ASEAN tot gefaseerde invoering van een vrijhandelszone (AFTA), maar de tarievenafbouw hapert en slechts een gering percentage van de onderlinge handel wordt afgewikkeld onder AFTA. De protectionistische impulsen blijven sterk.

De enige kampioen van vrijhandel in de regio is vanouds het stadstaatje Singapore, dat geen grondstoffen heeft en leeft van de handel. Het is kenmerkend voor ASEAN dat de belangrijkste rede op Bali niet werd afgestoken door de gastvrouw, president Megawati Soekarnoputri van Indonesië, maar door de premier van Singapore, Goh Chok Tong. Hij brak een lans voor `ferme liberaliseringsmaatregelen' om de concurrentiekracht van ASEAN te vergroten en te voorkomen dat buitenlandse investeerders hun heil elders zoeken. Hij haalde een recent onderzoek aan van consultant McKinsey, die concludeert dat een economisch geïntegreerd ASEAN haar gezamenlijke bruto binnenlands product met 10 procent kan vergroten en de bedrijfskosten van ondernemingen met 20 procent kan verminderen.

Maar dat vergt huiswerk, sprak meester Goh. Een blijvend obstakel noemde hij het ,,verbijsterende scala aan productstandaarden'' binnen ASEAN. Hij gaf als voorbeeld de manieren waarop in ASEAN-landen een stukje zeep wordt gewogen. In het ene land hanteert men het gewicht als de zeep de fabriek verlaat, in het andere het gewicht op het verkooppunt. Het verschil ligt aan verdamping onderweg. Om te beantwoorden aan deze verschillende standaarden moeten bedrijven twee productielijnen aanleggen. De een produceert stukjes zeep van 100 gram, de andere zeepjes van 104 gram.

Goh zei dat een producent die een nieuw geneesmiddel op de ASEAN-markten wil brengen toestemming behoeft van tien gezondheidsautoriteiten, wat de kosten voor de farmaceutische industrie opjaagt. Op de Amerikaanse en Chinese markt heeft men te maken met maar één instantie. Tenslotte wees Goh op de onvoorspelbare hoeveelheid tijd die douanediensten nodig hebben om een goederenzending in te klaren. Soms duurt dat voor één bepaald computercomponent een dag, soms, voor hetzelfde component, vijf weken. ,,In een wereld waarin regionale vrijhandel in opmars is'', concludeerde premier Goh, ,,moet ASEAN snel werk maken van integratie van de aangesloten economieën.'' ASEAN legde deze week traditiegetrouw een plechtige intentieverklaring af: binnen 17 jaar moet economische integratie een feit zijn. Thailand, dat zich onlangs heeft aangesloten bij het Singaporese pleidooi voor versnelde liberalisering, zei bij monde van premier Thaksin Sinawatra dat dit `te lang duurt'. ,,Het moet sneller'', aldus Thaksin, ,,anders zijn we te laat.'' Maar de tien hebben dit schone streven juist omarmd omdat het doel zo ver weg ligt.

ASEAN-conferenties blijven vooral een zeepkist voor meester Goh.