Vredesakkkoord in Burundi

Burundi's grootste rebellengroep FDD en de regering hebben vannacht onder auspiciën van Zuid-Afrika een vredesakkoord gesloten dat in een machtsdeling voorziet. In het al jaren slepende vredesproces lijkt dit een doorbraak. Als de FDD zich houdt aan de belofte onmiddellijk over te gaan tot een staakt-het-vuren, vecht alleen de kleinere FNL (Forces Nationales pour la Libération) nog door. Deze groep wil alleen met het leger onderhandelen, `de werkelijke machthebbers' volgens de FNL.

Burundi's president, Domitien Ndayizeye, en Pierre Nkurunziza van de rebellengroep FDD (Forces pour la Défense de la Démocratie) onderhandelden de afgelopen dagen in Pretoria in aanwezigheid van de Zuid-Afrikaanse president, Thabo Mbeki. De FDD van Nkurunziza deed veel water in de wijn. De FDD accepteerde een machtsdeling in de strijdkrachten: 40 procent voor de FDD, 50 procent voor de regering en de rest voor andere strijdgroepen. De FDD mag vier ministers leveren, onder wie een minister van staat die president Ndayizeye voor alle belangrijke zaken moet consulteren. Verder krijgen de rebellen 15 parlementszetels en het vice-voorzitterschap van het parlement.

Net als in de bloedige geschiedenis van buurland Rwanda wordt Burundi geplaagd door tegenstellingen tussen Hutu's (de meerderheid) en Tutsi's. Sinds de onafhankelijkheid in 1962 zwaaien de Tutsi's de scepter in de politiek en het zakenleven. Ze gebruiken de strijdkrachten om hun hegemonie te handhaven. Opeenvolgende Tutsi-regimes richtten grootschalige slachtpartijen aan onder de Hutu's om vorming van een Hutu-middenklasse en -elite tegen te gaan. Ruim tien jaar geleden begonnen de Hutu's zich te bewapenen. In de cyclus van geweld die vervolgens ontstond, hebben zowel het regeringsleger van Tutsi's als de rebellengroepen van Hutu's grove misdaden gepleegd waarbij een geschatte 300.000 burgers omkwamen.

In 2000 sloten alle politieke partijen van Hutu's en Tutsi's het vredesakkoord van Arusha waarvan de rebellengroepen werden uitgesloten. De oorlog ging onverminderd door, hoewel er wel Afrikaanse vredestroepen aanwezig zijn in Burundi.

De reactie van de Tutsi-generaals in het regeringsleger zal doorslaggevend zijn voor het welslagen van de afgesproken machtsdeling. In het verleden heeft de Tutsi-elite deze militaire machtspositie nooit willen opgeven. Ook zal de positie van de buurlanden van groot belang zijn. De FDD krijgt wapens uit Congo en kan vrijuit in Tanzania opereren. In een binnenkort te publiceren rapport van de Verenigde Naties over Congo wordt Rwanda genoemd als centrum van de wapenhandel in de regio. Rwanda zou volgens dit rapport de Burundese regering van wapens voorzien.