`Rugbyfederatie sluit de kleine landen uit'

Vrijdag begint in Australië het wereldkampioenschap rugby. Een vooruitblik met de Nederlandse bondscoach van Noord- Ierse komaf, Robbie Allen. ,,De kloof groeit.''

Robbie Allen oogt niet alleen boos, de geblokte Noord-Ier uit Ulster is het ook. Hij heeft zijn jas amper uitgetrokken of begint een tirade in de lobby van een Rotterdams hotel. ,,Ik kan in dit land vrijwel alles zien, van darts tot paardendressuur. Je kan het zo gek niet bedenken of het wordt uitgezonden op tv. Maar rugby? Ho maar!''

Sorry hoor, maar daar begrijpt de Nederlandse bondscoach dus niets van. Met een stem vol onbegrip: ,,Het wereldkampioenschap rugby is na de Olympische Spelen en het WK voetbal het grootste sportevenement op aarde, gelet op de toeschouwersaantallen, de winst (naar verwachting 70 miljoen dollar, red.), het aantal sponsors, etcetera. De IRB (internationale rugbybond, red.) zegt mondialisering na te streven, maar doet het tegenovergestelde. De hoge heren verkopen de uitzendrechten aan een handjevol commerciële zenders, die maar een beperkt publiek bedienen. Zelfs Eurosport heeft geen beelden. De IRB denkt aan de eigen portefeuille, niet aan de ontwikkeling en de verbreding van de sport.''

Zelf reist Allen (45) over twee weken naar Australië, titelverdediger en gastheer van de vijfde editie van de strijd om de William Webb Ellis Trophy. Drie duels staan op zijn programma. ,,Daarnaast hoop ik van de toplanden toestemming te krijgen om een training bij te wonen. Ik wil mijn kennis vergroten en uitdiepen. Not just for myself, but also for the sake of Dutch rugby.''

Maar dan wel op eigen kosten, want de Nederlandse rugbybond (NRB) betaalt niet mee aan de `studiereis' van de oud-speler van Armagh RFC, die bijna twee jaar geleden in dienst trad. ,,Ik mag al blij zijn dat de bond een driedaags trainingskamp op Ameland voor zijn rekening neemt. Dat zijn de smalle marges waarbinnen wij moeten opereren. Daar heb ik me intussen mee verzoend.''

Naar één wedstrijd kijkt Allen likkebaardend uit: Australië-Ierland, op 1 november in Melbourne. De gedachte aan het naar verwachting beslissende en afsluitende duel in groep A doet zijn ogen oplichten. ,,In 1991 hadden we ze bijna te pakken, voor eigen publiek op Landsdowne Road. Vlak voor tijd forceerden de Australiërs alsnog de beslissing: 18-19. Ik was erbij. De stilte die in dat bomvolle stadion volgde op het beslissende punt, vergeet ik de rest van mijn leven niet meer.''

In zijn vaderland Allen is formeel Noord-Ier, maar in zijn hart ,,een volbloed Ier'' zal The Oval Game de komende zes weken weer volop passie en emotie teweeg brengen. De stoere sport met de ovalen bal heeft al vaker gefungeerd als bruggenbouwer tussen protestanten en katholieken. ,,Geef Ieren een rugbybal en ze zijn één'', weet Allen.

Toch zal The Green Army vermoedelijk niet verder komen dan de kwartfinales. Want zo groot als de sport wereldwijd ook mag zijn, zo smal is de top, constateert Allen. ,,Je hoeft geen kenner te zijn om de vier halvefinalisten aan te wijzen: Engeland, Frankrijk, Australië en Nieuw Zeeland. Daarachter gaapt een kloof, die jammer genoeg eerder groter dan kleiner wordt.''

Het professionalisme heeft de afgelopen acht jaar zo'n hoge vlucht genomen dat de krachtsverschillen in de toch al fysieke contactsport onoverbrugbaar groot zijn geworden. Allen: ,,Rugby is een veeleisende sport. De toplanden, dat wil zeggen landen waar professioneel rugby wordt gespeeld, zijn in staat om dag-in-dag-uit te trainen, en dat zie je terug op het veld: kleerkasten van spelers, krachtpatsers van 130 kilo en toch snelheid in de benen. Van zulke rasatleten kan een amateurland als Nederland alleen maar dromen.''

Rugby is van nature al een ruige sport, maar nu de eisen onder druk van de toplanden alsmaar naar omhoog worden bijgesteld, leidt dat tot een scheefgroei tussen top- en breedtesport. Vanuit Frankrijk sijpelen alamerende berichten door. Jeugdspelers zouden de sport in grote getalen de rug toekeren uit ergernis over de spelverruwing. Allen kent die verhalen. ,,Rugby wordt steeds fysieker, waardoor top- en recreantenrugby steeds minder gemeen hebben.''

Gevraagd naar de nieuwe wereldkampioen, hoeft Allen niet lang na te denken. ,,Ik ben geen gokker, maar als ik een winnaar moet aanwijzen: Engeland. Die ploeg heeft een fantastische voorbereiding gehad, won van nagenoeg iedereen en is bovendien al zeven, acht jaar bijeen. Dit is voor de meeste spelers de laatste kans. Mochten ze de wereldtitel te winnen, dan zal rugby het voetbal overvleugelen. Vergeet niet: in andere populaire teamsporten als voetbal en cricket is Engeland kansloos. Rugby is Engelands laatste hoop op internationaal succes.''

Allen is dan weliswaar een supporter van Ierland, hij gunt `aartsvijand' Engeland de titel. Al was het maar uit eigenbelang. Lachend: ,,Sinds die meneer Tromp (bedoelt `zeeheld' Maarten Harpertszoon Tromp, red.) van jullie zijn de relaties met Engeland uitstekend. Met zo'n machtig en bevriend rugbyland om de hoek moet het Nederlandse rugby zijn voordeel doen. Ik heb zelf een paar maanden geleden contacten gelegd met Leeds United, een topclub in Engeland, en een soort uitwisselingsprogramma opgezet. Die kant moeten we op.''

Allens voorganger, Geoff Old, mijmerde een paar jaar geleden over deelname aan het WK. De opvolger van de nurkse oud-politieman uit Nieuw Zeeland zal vooral blij zijn dat zijn ploeg ontbreekt in Australië. Zelfs de dynamische spierbundels uit Samoa zouden Allens boys immers onder de grond stoppen. Allen: ,,Zo zwart-wit wil ik het niet stellen, maar inderdaad: winnen is nagenoeg onmogelijk. Aan de andere kant: Roemenië doet wel mee en die ploeg wisten we nog niet zo lang geleden redelijk partij te bieden.''

Probeer Allen dan ook niet wijs te maken dat Nederland een tot mislukken gedoemd achterhoedegevecht voert. ,,Dutch people zijn niets minder dan Australiërs. Sterker nog: Nederlanders zijn het langste en sterkste volk van Europa. It's all between the ears. Het gaat om toewijding. Dertig welwillenden is al genoeg voor een toprugbyland.''

Hoewel zijn contract volgend voorjaar afloopt, is Allen nu al bezig met (de voorbereidingen op) de kwalificatie voor de volgende WK-eindronde, over vier jaar in tot zijn ergernis Frankrijk. ,,Engeland was ook in de race, en bereid om tegelijkertijd een WK voor zowel A- als voor B-landen te organiseren. Frankrijk niet, en daar is de IRB mee akkoord gegaan. Onbegrijpelijk, want als je beweert mondialisering na te streven, moet je de kleinere landen een podium bieden. Daarmee help je ze verder, nu sluit je ze op voorhand uit.''