Rondwarende demonen in islamitisch onderwijs

Islamitisch onderwijs – velen hongeren ernaar, anderen zien de komst ervan met argwaan tegemoet. Terwijl sommige ouders woedend zijn omdat ze geen eigen school mogen oprichten, waarschuwen anderen voor de nadelige gevolgen van deze scholen voor de integratie. De één ziet het ontstaan van een islamitische school als een teken van de moslimemancipatie, terwijl de ander het juist als een ernstige obstakel daarvoor ervaart.

Wat mij als oud-leerling van een islamitische school in Iran opvalt, is dat de argumenten van de voorstanders noch van de tegenstanders verder reiken dan de formele discussiepunten als de vrijheid van godsdienst, onderwijs of meningsuiting. Tot mijn grote spijt heb ik nog niemand gezien die zich in de openbare, politieke of maatschappelijke arena sterk maakt voor de rechten van de onschuldige kinderen die op deze scholen moeten zitten. Het is de taak van volwassenen zich te bekommeren om de gevolgen van kerkelijk geïnspireerd onderwijs voor jonge kinderen.

Juist omdat ik zelf het grootste deel van mijn jeugd op een islamitische school heb gezeten (van 1984 tot 1993, eerst de lagere en daarna de middelbare school in het Iraanse Arak) en op latere leeftijd een vrije openbare school heb meegemaakt, voel ik me moreel verplicht om de volgende generatie niet uit het oog te verliezen. Daar heeft ze recht op.

Het beste help ik deze jongeren door een verhaal van hun voorgangers te vertellen. Navid en Majid heten ze. Zeven jaar zaten we samen met nog zo'n dertig anderen in een klas. Samen hebben we geleerd te tellen, te vermenigvuldigen en ruim zeven jaar later hoe een integraalvergelijking op te lossen. Er was niets aan te merken op de kwaliteit van ons onderwijs. Onze prestaties waren voorbeeldig. Navid en Majid hebben een zeer prestigieuze nationale olympiade gewonnen.

Drie jaar geleden ontving ik het bericht dat ,,onze vriend Majid er niet meer is'. Ik barstte in tranen uit, maar ik was ook blij. Majid was eindelijk verlost van zijn pijn. Iedereen in onze groep wist waar het om ging maar iedereen zweeg als de dood. Sommige geheimen moeten voor altijd bewaard blijven. Niet waar? Nee! Nu niet meer. Als er andere onschuldige kleine kinderen mee geholpen kunnen worden wil ik niet meer zwijgen.

Het begon onschuldig, tijdens de wekelijkse preek van onze docent godsdienst. Hij had het die dag over de smerigste zonde die een gelovige jonge man zou kunnen begaan. ,,God is barmhartig', zei hij, ,,veel zonden zal hij zijn ware volk vergeven. Maar er zijn grenzen, sommige grote zonden, een seksuele relatie tussen twee mannen bijvoorbeeld zal God je nooit vergeven. De helse vlammen zijn voor de zondaars de enige onaantastbare bestemming.'

Als een veertienjarige jongen had ik geen probleem met deze ongenade, maar de traan die op die dag uit de ogen van Majid op onze gemeenschappelijke lessenaar druppelde heb ik nooit kunnen vergeten.

Alle negenentwintig jongens in de klas hielden van hem. Hij was één van de aardigste, behulpzaamste jongens in onze groep. Maar toch hekelden we hem dagelijks, hij was bestemd voor de helse vlammen, en zou ons, zodra we niet oppasten, meesleuren naar de hel.

Wij werden opgevoed met taboes. We werden geterroriseerd door de ongenuanceerde en harde kritiek op een levenswijze, die nu niet meer dan als vanzelfsprekend wordt ervaren. De bijbelse verhalen of de koran te lezen is één, in een zwart doolhof van voorschriften dwalen vol met angstaanjagende demonen en boze geesten die ons op de rechte pad willen houden, is wat anders.

Achterdocht is het product van dit onderwijs, míjn onderwijs in ieder geval. Wij hebben geleerd dat vrouwen de demonen zijn die ons, goedgelovige mannen, willen verleiden. Natuurlijk werd er meteen aan toegevoegd dat de basis van elke maatschappij is gebaseerd op goed bedekte en eerlijke vrouwen. De demonen waren de slecht geklede, vrolijke, goedlachende vrouwen. Maar welk viertienjarige meisje is zo somber en goedgekleed om aan de voorwaarden van een eervolle vrouw te voldoen?

Het plegen van zelfmoord door een individu uit mijn directe omgeving is, zo zal men denken, onvoldoende reden om een oordeel te vellen over een onderwijssysteem. Inderdaad, niet iedereen heeft zelfmoord gepleegd. Maar ik ben getuige geweest van een al dan niet bewuste, langdurige verminking van diverse jonge zielen door preken van een docent godsdienst. Sommigen hebben onherstelbare schade opgelopen. En ik vraag me af: hoe zouden deze jongeren gefunctioneerd hebben als zij in plaats van bijzonder onderwijs van een normale onpartijdige opvoeding hadden mogen genieten?

Toen Navid op zijn negentiende op een bruiloft eindelijk de gelegenheid kreeg de hand te schudden van een vrouw, viel hij in het bijzijn van tientallen mensen flauw. Hij wist immers niet dat de hand van een vrouw zo zacht kon zijn.

Na al die jaren dat ik op een islamitische school heb gezeten moet ik nog elke keer als ik een dierbare Nederlandse vriend een hand geef, denken aan de preek van onze godsdienstleraar die ons steeds met een ernstige gezicht waarschuwde: ,,Mijn jongemannen, pas op! Probeer zo min mogelijk de hand van een heiden aan te raken, zeker als die zweterig is. Indien het jou, uit de beleefdheid niet lukt dat te vermijden, haast je dan daarna om je handen vijf keer onder water af te spoelen.' Van dit ene citaat krijg ik al zweet in mijn handen.

Mahbod Elmi studeert momenteel scheikunde en economie aan de universiteiten van Leiden en Utrecht.