Kadavers horen niet in onze natuurgebieden

Het plan om afgeschoten wild in natuurgebieden te laten liggen, levert risico's op voor mens en dier. Het kringloopargument gaat in de Nederlandse situatie niet op, vinden Henk Jan Ormel en Annie Schreijer-Pierik.

Onze natuurgebieden zijn voor de daar levende grote zoogdieren zoals edelherten en wilde zwijnen allang geen natuurlijke habitat meer. Om de Veluwe staat een hek, af en toe onderbroken door wildroosters. Andere natuurgebieden worden omsloten door menselijke activiteit.

Weliswaar is men druk doende om een ecologische hoofdstructuur aan te leggen, maar het is zeer de vraag in wiens belang het is om edelherten de kans te geven om tussen Oosterbeek en Renkum tot aan de Rijn te komen of zelfs via ecoductencircuits tot in midden-Brabant. In ieder geval niet in het belang van de grote zoogdieren, die zich via nauwe corridors als voetbalvandalen van het ene stadion naar het andere stadion kunnen verplaatsen. Het is ook niet in het belang van automobilisten, die op onverwachte plaatsen een edelhert op de motorkap kunnen krijgen of van burgers die hun tuin omgewroet zien door wilde zwijnen. De ecologische hoofdstructuur is wel waardevol om kleinere dieren de mogelijkheid te bieden zich over grotere afstand te verplaatsen en zo een grotere biodiversiteit van plant en dier te verkrijgen.

Grote zoogdieren hebben ook een grote natuurlijke habitat nodig, die in Europa nog maar nauwelijks te vinden is, laat staan in het toch redelijk dichtbevolkte Nederland! Zelfs in Schotland is het nodig om populaties van edelherten door bejagen binnen redelijke proporties te houden. Het op peil houden van een populatie door afschot in onze natuurgebieden is noodzakelijk en geen punt van discussie.

Nu komt Natuurmonumenten met het idee dat afgeschoten wild in de natuurgebieden moet blijven liggen om zo de kringloop in stand te houden en bij te dragen aan soortenrijkdom. Welke kringloop? Uiteindelijk praten we over de kringloop van stikstof en fosfaten. Overaanbod via water en lucht is juist een probleem voor onze natuur, dus extra aanbod via dode dieren is overbodig.

Dode dieren zijn een voedingsbron voor andere dieren, zoals roofvogels, vossen,doodgravertjes en vliegen. Maar deze dieren zorgen ook voor verspreiding van kadaverresten en kunnen zo ziektes verspreiden. Lint- en spoelwormeieren bevinden zich al – mede door huisdieren – in grote aantallen in ons milieu en kunnen infecties bij mens en dier veroorzaken. De infectiedruk zal groter worden door grote kadavers overal te laten liggen. Bij herten in de Verenigde Staten komt een vorm van BSE voor die gelukkig nog niet in Nederland is ontdekt, maar de kans dat we het eerste ziektegeval direct zullen ontdekken is niet groot.

Het risico van verspreiding via kadavers moeten we in het belang van de volksgezondheid voorkomen. Het risico van verspreiding van besmettelijke dierziekten via versleping van kadaverresten is groot. Met name vliegen, die in hoge mate zullen profiteren van rottende resten zijn een ideale taxi voor virussen en bacteriën. Verslepen van in ontbinding verkerende kadaverresten zal weinig esthetische beelden opleveren. We hoeven de dood niet te verstoppen, maar ook niet in de etalage te leggen!

Het laten liggen van geschoten herten en zwijnen is ook een verkwisting van kostbare dierlijke eiwitten. Het vlees van deze dieren zorgt voor gastronomische genoegens en vertegenwoordigt ook een economische waarde. Met de opbrengst kunnen goede initiatieven voor natuurbehoud worden gefinancierd.

Restaurants komen toch wel aan hertenvlees, maar dat is dan afkomstig van herten die specifiek voor dit doel zijn gefokt. Dat vlees smaakt ook prima en verschil zal niet of nauwelijks te proeven zijn. Het welzijn van een hert dat na een leven op de Veluwe is geschoten, is waarschijnlijk van een hoger niveau geweest dan het welzijn van een hert dat zijn leven in gevangenschap heeft doorgebracht.

Als het wenselijk is voor de biodiversiteit om dierlijk eiwit aan te bieden, kan ook slachtafval, afkomstig van goedgekeurde dieren op strategische plekken in het bos worden gedeponeerd. Het is een illusie te denken dat we in onze natuurgebieden een volkomen natuurlijke kringloop in stand kunnen houden. De noodzaak van het door afschot binnen aanvaardbare grenzen houden van populaties herten of zwijnen bewijst dit al. Kadavers laten liggen met alle risico's van dien is onwenselijk.

Henk Jan Ormel en Annie Schreijer-Pierik zijn lid van de Tweede Kamer en maken deel uit van de CDA-fractie.