Foto's met saus

De wereld is vol plaatjes, vooral foto's, en in de stad zijn het er zo oogverdovend veel dat we ons niet meer kunnen voorstellen hoe het was om te leven in een tijd toen fotografie niet bestond, en een schilderij een zeldzame traktatie was. Als je nu om je heen kijkt, lijkt het soms alsof de wereld helemaal is verdubbeld, alsof de dingen en de afbeeldingen even talrijk zijn.

Maar de honger van onze ogen naar plaatjes is kennelijk onbeperkt. Dat kun je nu goed zien in Amsterdam, waar naast het Muziektheater een openlucht-expositie van spectaculaire landschapsfoto's te zien is. Er lopen altijd veel mensen naar te kijken en de oude schoonheid van de Amstel, met die huizen en die schuiten, is suf en grauw vergeleken bij de verleidelijke foto's van de fotograaf Yann Arthus-Bertrand.

Hij maakte die foto's niet zomaar. Hij werkt voor de firma Canon, die hem ongelimiteerde middelen ter beschikking stelt om de kwaliteit van haar fotowaar te bewijzen plus helikopters zonder tal om de aarde – ja, de aarde, hier wordt ruim gedacht – van bovenaf te fotograferen. Om de onderneming extra glans te verlenen hebben ze ook nog besloten dat die aarde door dat alles een Betere Plaats moet worden; Yann en zijn broodheer hebben een missie.

Het resultaat zijn tientallen foto's van de aller-, allerbijzonderste plekken op aarde, gecombineerd met tekstborden die een warm gevoel van wereldverbetering geven. Een koraalrif in de Stille Zuidzee, een decoratieve sloppenwijk in Equador, en daarbij de mededeling dat de meeste kinderen op de wereld honger hebben. Een Frans strand met duizend zonnebadende nudisten, een hels kijkje in de binnenplaats van een slachterij in India, plus de boodschap dat het wereld-energieverbruik uit de hand loopt. Foto's als toetjes, overgoten met een saus van goeddoenerij (jammer dat wij dat woord in het Nederlands niet hebben). Wat kan lekkerder zijn?

Toch werd ik zelfs zonder die saus al een beetje wee van die foto's. Te veel, te mooi. Hoe kan dat? Het herinnerde me aan de boutade die Hans den Hartog Jager onlangs in het Cultureel Supplement (26 september) schreef over `de armoede van de hedendaagse fotografie'. Hij klaagde dat deze geheel over het paard is getild met vier musea en oeverloze pretenties, en dat het verschil tussen goede en slechte fotografie verloren dreigt te gaan door epigonisme en artistiekerigheid.

Bewees die overkill aan foto's daar langs de Amstel Den Hartog Jagers gelijk? Pretenties en artistiekerigheid, jawel, die zijn er ruimschoots te vinden, zelfs morele pretenties, waar hij het nog niet eens over had.

Maar zijn boutade geloof ik nog steeds niet. Klagen dat er te veel van iets is heeft, zolang je er niet over struikelt of er anderszins last van hebt, altijd iets flauws. Zeker als het gaat over een kunstvorm die zo lang is miskend als de fotografie. Vier musea is nu ook weer niet zó veel. Láát er een overdaad aan fotografen wezen, laat ,,iedere sukkel met drie jaar kunstacademie en een Hasselblad'' een solo-expositie krijgen, en laten kranten vooral van die artistiekerige foto's opnemen in plaats van zogenaamde nieuwsfoto's. Kwaad doet het niet.

Maar waar dat weeë gevoel bij al die al te mooie foto's vandaan komt, dat is een interessante vraag. Pas in de overvloed kun je ten slotte gaan kiezen: dit is mooi en echt, dit is slap of aanstellerij. Zijn alle epigonen wel slechter dan hun voorbeelden? En waarom hebben wij toch zo'n honger naar plaatjes? Terugverlangen naar toen het er minder waren is niet het juiste antwoord op zulke vragen.