Europa begint bij gemeentes

`Europa' raakt de burgers direct, alleen valt het hun moeilijk dit te beseffen. Nu al komt de helft van onze regelgeving uit Brussel, met alle gevolgen voor het dagelijks leven. Toch blijft `Europa' iets dat ver weg ligt. Hoe dit te veranderen? De praktijk is weerbarstig, toch zijn er wel degelijk goede kansen om Europa dichter bij de mensen te brengen. Die liggen opmerkelijk genoeg vooral op gemeentelijk niveau.

Dat geldt in het bijzonder de milieuregelgeving. Meer dan 70 procent van die regels wordt inmiddels bepaald in Brussel. En die raken vaak direct de belangen van gemeentes en hun inwoners.

Neem de recente Europese `richtlijn' over de verwerking van afgedankte huishoudelijke apparaten, zoals televisies en ijskasten. Hierin staat dat mensen niet hoeven te betalen om deze apparaten in te leveren bij het gemeentelijk afvaldepot.

De richtlijn kan grote financiële gevolgen hebben voor het gemeentelijk inkomen. Voor de inwoners van gemeentes waar men (nog) moet betalen voor deze dienstverlening, is het een mogelijkheid om Europa positief voor het voetlicht te krijgen.

Ook komt er steeds meer regelgeving op het gebied van justitie en binnenlands bestuur uit Brussel, zoals asiel- en migratiebeleid. Ook dit zijn onderwerpen waar gemeentes en hun inwoners vaak direct de gevolgen van meemaken. Gezien de toenemende invloed van de Europese Unie is het alarmerend dat onlangs een wethouder zich laconiek de opmerking veroorloofde dat hij dikwijls niet wist of regelgeving uit Den Haag of uit Europa afkomstig is. Dit gedrag is illustratief voor de gebrekkige kennis over Europa in veel gemeentes.

Men is slecht op de hoogte, omdat in Den Haag de vele details over de uitvoering van Europees beleid worden vastgesteld en gemeentes hierbij formeel niet worden betrokken. Daarnaast is er vaak geen wethouder die EU-zaken in zijn portefeuille heeft. Ook weten gemeentes vaak niet de juiste informatiebronnen te vinden.

Door deze onwetendheid laten gemeentes uitgelezen kansen liggen hun inwoners meer te betrekken bij Europese besluitvorming. Dit is jammer. Er zijn namelijk genoeg mogelijkheden die gelegenheid wel te bieden.

Ten eerste zouden raadsleden één keer per maand een apart vragenuurtje over Europees beleid moeten houden met een wethouder of de burgemeester. Dit kan plaatsvinden naar aanleiding van de maandelijkse plenaire vergaderingen van het Europese Parlement in Straatsburg.

De plaatselijke radio- en televisie nieuwsprogramma's kunnen op hun beurt een vaste rubriek aan het vragenuurtje besteden. Jeugdprogramma's van de lokale televisie zouden hetzelfde kunnen. Europa kan zo dichterbij de mensen gebracht worden. Want wachten tot Tweede-Kamerleden, de minister-president, NOVA en het Jeugdjournaal het goede voorbeeld geven is tot nu toe tevergeefs gebleken.

Een tweede mogelijkheid is dat de Haagse politiek gemeentes meer ruimte biedt bij de uitvoering van Europees beleid. Zolang dit maar gebeurt binnen de in Brussel vastgestelde doelstellingen. Gemeentes kunnen dan zorgdragen voor een plaatselijk debat, waarbij de inwoners het liefst op een directe manier betrokken worden. Interactieve beleidsvorming biedt hiertoe perspectieven. Moderne communicatiemiddelen, zoals internet of mobiele telefonie, worden gebruikt om mensen mee te laten denken over lokaal beleid. Waarom zou dit ook niet kunnen bij het uitvoeren van Europees beleid in een gemeente?

Een andere mogelijkheid om Europa dichterbij de mensen te brengen werd onlangs aangereikt op de zogeheten Europese Conventie, die een Europese grondwet ontwierp. Voorgesteld werd dat afgevaardigden van gemeentes en provincies in het Comité van de Regio's (een van de advieslichamen van de EU) de subsidiariteitvraag moeten bewaken – dat wil zeggen de vraag op welk bestuurlijk niveau een maatregel moet worden uitgevoerd. Dit betekent dat het Comité naar het Europese Hof kan stappen als zij het niet eens is met een voorstel van de Europese Commissie op Europees niveau nieuw beleid te organiseren.

Dit is een unieke kans voor gemeentes om via de Nederlandse afgevaardigden in het Comité zeer vroegtijdig op te komen voor hun belangen. Er moet dan wel pro-actief gehandeld worden door slimme coalitievorming tussen gemeentes, provincies, VNG en IPO. Door het instellen van werkgroepen waarin inwoners van gemeentes zitting nemen kan deze coalitie een krachtige impuls krijgen.

Laten we niet wachten tot landelijke politici en media de kloof dichten, maar deze missie op gemeentelijk niveau verwezenlijken.

Arnoud Ongerboer de Visser, werkzaam bij het communicatieadviesbureau Burson-Marsteller, is binnen de VVD kandidaat voor de verkiezingen van het Europese Parlement.