Van school zonder de Tachtigers

Er is niet één boek waarvan alle tweehonderdvijftig onderzochte Vlaamse en Nederlandse studenten vinden dat iedereen het gelezen moet hebben. Er is geen boek waarvan de helft vindt dat iedereen het gelezen moet hebben. Slechts zestig studenten zijn het eens: het boek dat iedereen gelezen moet hebben is Max Havelaar van Multatuli. Zevenenvijftig studenten zijn het over een ander boek eens: de Bijbel.

Het is het meest opmerkelijke feit – en zo ontzaglijk opmerkelijk is het nu ook weer niet – uit de in het tijdschrift Literatuur gemelde enquête-uitkomst.

De enquête onderzocht het leesgedrag van studenten Nederlands, Rechten en Journalistiek in Nederland en van studenten Germaanse talen in Vlaanderen. Je krijgt, als zo vaak, de indruk dat Vlaamse studenten toch iets meer leren: aanzienlijk meer Vlamingen dan Nederlanders rekenen de dichteres Hadewijch tot de canon. Zouden de Nederlanders haar naam wel kennen? Een enkele student klaagt over de eigen onbelezenheid en het gebrek aan verplichte literatuur op de middelbare school. ,,Ik studeer nu Nederlands en praktisch alle stof is nieuw voor mij'', moppert een oud-leerling van het Stedelijk Gymnasium in Leiden, ,,De Tachtigers zijn in mijn schooltijd niet eens genoemd!'' Leerlingen worden tekort gedaan door het onderwijs.

Het tijdschrift Literatuur is onlangs geheel geherstijld en ziet er nu veel hipper en magazine-achtiger uit. Het heeft daarbij helaas niet aan zwaarte gewonnen, het blad maakt een tikje oppervlakkige indruk. Niet dat er niets aardigs instaat, maar het graaft allemaal weinig diep.

Zo is er een stuk over het interessante onderwerp van het vertalen van de teksten van Schubertliederen of de Matthäus Passion in het Nederlands. Dat is iets waar veel voor te zeggen is. Jan Rot vertaalde al de Winterreise en is nu bezig met de Matthäus en hij vertelt dat het allemaal veel minder plechtstatig zal worden in zijn vertaling. ,,Dus niet `En toen zij het lofgezang gezongen hadden, gingen zij uit naar de olijfberg' maar `Na het avondgebed wandelden ze naar de olijfberg.' De muziek doet de rest.''

Over dat laatste had je dan graag iets meer gehoord, want doet de muziek de rest of moet de zanger hier uiterst vreemde capriolen uithalen om alle noten toch gezongen te krijgen bij zoveel minder tekst? Zulke dingen zou je wel willen weten.

Wel een goed onderbouwd stuk is het pleidooi van René van Stipriaan voor het toegankelijk maken en houden van onze klassieke literatuur. Hij prijst diverse uitgeversinitiatieven, maar stelt vast dat er nu, nu er veel klassieken in behoorlijke hertalingen of herdichtingen beschikbaar zijn, geen publiek meer is voor deze literatuur.

Tja, hoe zou dat nu komen. Misschien dat het literatuuronderwijs...? Van Stipriaan schrijft terecht in zijn artikel dat ,,tamboureren op leesplezier'' niet zo verstandig is, omdat interpeteren nu eenmaal geleerd moet worden, en pas als je het kunt ,,gaan er vele werelden voor je open, in het verleden en het heden''.

Dat is waar. Maar denk aan die arme oud-gymnasiast uit Leiden. Nog niet eens de Tachtigers halen de klaslokalen, dus vergeet Ferguut, Walewijn, Marieken en Beatrijs maar, schrijf Bredero en Vondel op je buik en verklaar Poot voor dood.

Literatuur. Magazine over Nederlandse letterkunde. Uitg. AUP, prijs per nummer €6,00, www.literatuuronline.nl