Foto's Andriesse verrassend modern

Fotografen, vooral de goede, zijn na hun dood overgeleverd aan de willekeur. Na een vruchtbare carrière laten ze vaak vele tienduizenden negatieven achter, waarvan ze zelf vaak nog niet hebben besloten of het goede foto's zijn – ze bewaren ze maar, voor de zekerheid. En dan gaan ze dood, onverwacht soms, en liggen die negatieven te wachten op het nageslacht. Andere mensen. Andere blikken.

Voor een goede fotograaf is die onzekerheid over zijn nalatenschap reden genoeg om meer dan één nacht wakker te liggen. Dat zoiets ook goed, of in ieder geval prikkelend, kan uitpakken, blijkt uit de tentoonstelling die het Fotomuseum Den Haag nu heeft ingericht met het werk van Emmy Andriesse (1914-1953). Andriesse, al op haar 39ste gestorven, is vooral bekend als mensen- en oorlogsfotograaf. Haar Jongen met het pannetje uit 1944 is de klassieke verbeelding van de Nederlandse hongerwinter: het schrale lijf, de hongerige blik, de te grote schoenen.

Andriesses naoorlogse werk past bovendien goed in de traditie van de wederopbouwfotografie: optimistische, dynamische beelden van een volk dat zijn welvaart terugvindt. Andriesse had een goede blik voor achteloze, maar betekenisvolle gebeurtenissen op straat. Een groep mensen bijvoorbeeld, op de rug gefotografeerd, die een theatervoorstelling staan uit te zoeken. Of vijf kinderen die aan het hek van een bank hangen om beter over de bevrijdingsfeesten uit te kunnen kijken. Maar in dat wederopbouwaspect zit ook het gevaar voor haar nalatenschap. De foto's van schrobbende vrouwen, vertrekkende vliegtuigen en spelende kinderen worden tegenwoordig zo sterk met de jaren vijftig geassocieerd dat de belangstelling voor het werk van Andriesse en haar tijdgenoten langzaam dreigt te verflauwen.

Des te interessanter dus dat conservator Wim van Sinderen onlangs de gelegenheid kreeg om te grasduinen in Andriesses negatievenarchief, tegenwoordig onder beheer van het Prentenkabinet van de Universiteit van Leiden. Van Sinderen, conservator met een onvermijdelijk hedendaagse blik, haalde zo'n vijftig negatieven uit die voorraad, die hij, vaak voor het eerst, met moderne technieken liet afdrukken. Op de tentoonstelling worden ze getoond samen met zo'n honderd oorspronkelijke afdrukken. Maar daar, tussen die oude en die nieuwe afdrukken, gebeurt iets vreemds. Van Sinderen koos er namelijk voor de expositie op te bouwen in drie `sferen'. De eerste zaal bevat vooral oorlogsfoto's en ander vroeger werk dat Andriesse zelf afdrukte. Hier is het licht gelig en gedempt, de stemming wat bedrukt. In de zaal erna, met vooral oorspronkelijke afdrukken uit de jaren vijftig, is het licht nog geler en wordt de toeschouwer nadrukkelijk teruggeworpen in de tijd. Dat maakt het contrast met de laatste zaal des te groter: hier is het licht bijna wit, hedendaags, en wordt de toeschouwer aldus hardhandig naar het heden geschopt. En juist in deze zaal hangen de nieuwe afdrukken, met moderne blik gekozen – en de meest aansprekende foto's.

Dat ligt ongetwijfeld aan dat `hedendaagse' licht, maar zeker ook aan Van Sinderens keuze. Maar in hoeverre hij die keuze bewust heeft gemanipuleerd is moeilijk vast te stellen. Feit blijft dat Andriesse in deze laatste zaal ineens naar voren komt als een verrassend moderne fotografe, die met haar stijl alsnog een voorloper wordt van een hele reeks moderne kunstfotografen. Saskia Premsela bijvoorbeeld, meisje van een jaar of vier, vijf oud, is een goede Rineke Dijkstra. De afbeelding van vijf vakantievierders in Brighton, slapend in strandstoelen met rare zonnebrilletjes op, een perfecte Martin Parr. En aan het sublieme naakt op het strand in Camperduin zou menige naaktfotograaf, van Carla van de Puttelaar tot Robert Mapplethorpe nog een puntje kunnen zuigen.

Het voordeel van deze moderne blik is ontegenzeggelijk dat Andriesses werk erdoor uit de stoffige wederopbouwsfeer wordt getild. Maar daar staat veel twijfel tegenover. Onvermijdelijk ga je je als toeschouwer afvragen of die modernisering aan dat licht ligt, of aan Van Sinderens keuze. En als de visie op Andriesses oeuvre zo makkelijk aan de jaren nul kan worden aangepast, zegt dat dan iets over een mogelijke richtingloosheid van haar werk? Zo is Emmy Andriesse, een retrospectief een curieuze tentoonstelling: een frisse, hernieuwde kennismaking met een oeuvre, die de toeschouwer tegelijk doet twijfelen aan zijn eigen tijdsperceptie. Maar toch: wanneer die twijfel te groot wordt, geven Andriesses foto's alsnog de doorslag. Die blijven prachtig.

Tentoonstelling: Emmy Andriesse, een retrospectief. T/m 7 december in het Fotomuseum, Stadhouderslaan 43, Den Haag. Di. t/m zo. 14-22u. Inf. www.fotomuseumdenhaag.nl