Doorgeefluik

Na de verhuizing liggen boeken van Edith Sitwell en A.L. Sötemann bij elkaar in het doorgeefluik naar de keuken. Toeval?

,,Meneer, mag ik iets vragen? Heeft u al deze boeken ook echt gelezen?'' De jeugdige verhuizer met Jamai-bril en Jim-haar is verbijsterd door het antwoord; zijn collega met stekelvarkenkapsel stottert: ,,Of spaart u ze gewoon?''

Verhuizen is zelden een lolletje maar soms zit er domweg niets anders op. Komt je geliefde je de keel uit? Verdraag je de herrie van de buren niet? Verhuis! – voor mafkees worden versleten door puberende sjouwers hoort er tegenwoordig bij. Toch ging het in mijn geval slechts om een paar duizend boeken, drie tafels en zes stoelen, twee computers, een bed en wat potten en pannen.

Tot voor kort bewoonde ik een appartement in het voormalige onderkomen van de Keuringsdienst van Waren, drie ruime laboratoriumkamers met hoge plafonds en tien ramen. Begin dit jaar brak er brand uit; een huurder op de bovenste etage tapte illegaal elektriciteit af voor zijn wietkwekerij. De uitbater van het monumentale pand, stichting Hanzewonen, zag een gat in de markt en verhuurde het hele gebouw, zonder de huurders daarvan in kennis te stellen, aan een zwaar gesubsidieerde zorginstelling.

Alle zestien bewoners, onder wie studenten en verpleegsters die graag verpleegkundigen genoemd willen worden, mistroostige managers en morose werklozen, werden elders gehuisvest. Ik bleef, en stelde in een smeekbrief voor de integratie tussen verstandelijk gehandicapten en een tot nu toe geen strafblad bezittende graficus te bevorderen door mij te laten zitten waar ik zat. Op de brief werd niet gereageerd.

Een half jaar later bood Hanzewonen mij een heuse doorzonwoning aan, met een sneue voor- en achtertuin. Ik viel echter voor het aandoenlijke doorgeefluik tussen de keuken en de woonkamer. Elke ochtend fietste ik naar mijn nieuwe onderkomen, deels om aan de buurt te wennen, deels om te controleren of de schilders, metselaars, loodgieters en timmerlieden geen rare dingen deden. Plots bleek het doorgeefluik dichtgemetseld. Ik ontplofte. Een dag later bleek het weer uitgebikt en bovendien aan de binnenkant voorzien van maagdelijk witte badkamertegeltjes.

Tijdens de verhuizing lag de onlangs postuum verschenen essaybundel Dichters die nog maar namen lijken van de eminente letterkundige A.L. Sötemann, een jaar geleden gestorven, in het doorgeefluik even bovenop de eveneens postuum verschenen autobiografie Taken Care Of van Edith Sitwell. Toeval bestaat niet: Guus Sötemann vroeg zich, in zijn briljante opstel over A. Roland Holst, in een bijzinnetje af: ,,Het was, als ik het wel heb, Edith Sitwell, die eens schreef dat ze door de verzen van Dylan Thomas gegrepen was, nog vóór ze goed en wel doorhad wat er eigenlijk in werd uitgedrukt.'' Dat klopt. Maar het weerhield haar niet de jonge dichter een gloedvolle brief te schrijven om hem te laten weten met ,,what deep admiration and delight'' zij zijn ,,beautiful and strange poems'' had gelezen. Dame Edith Sitwell (1887-1964), zelf zo excentriek als de neten, maar met een fijne neus voor literair talent, herkende in de veel jeugdiger Dylan Thomas (1914-'53) een verwante geest.

Nu, een week later, staan de meeste boeken weer keurig op alfabet in de kasten en ik besef dat ik letterlijk en figuurlijk een doorgeefluik ben.