`WTO is een olietanker, geen speedboot'

Hoe moet het na de mislukte conferentie in Cancún verder met de handelsbesprekingen en de WTO? Rufus Yerxa van de WTO: ,,Verwacht van ons geen quick fixes.''

Rufus Yerxa kiest zijn woorden voorzichtig. De Amerikaanse onder-directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) weet dat de leden, 148 landen, het voor het zeggen hebben en dat de kleine, in Genève gevestigde organisatie slechts een faciliterende rol speelt. Maar ook Yerxa maakt zich zorgen over de staat van de wereldhandelsbesprekingen na de mislukking van de ministersconferentie in Cancún. Daar viel de organisatie uiteen in groepen landen met tegengestelde belangen, zonder onmiddellijk zicht op verdere verlaging van handelstarieven, afbraak van miljardensubsidies in de landbouw en doorbraken bij andere onderwerpen die op de agenda staan in de huidige ronde van de handelsbesprekingen, de zogeheten Doha-ontwikkelingsronde. Openlijk wordt hier en daar getwijfeld aan de toekomst van multilaterale handelsbesprekingen en van de WTO zelf.

Hoe is de stemming bij de WTO na de mislukking van Cancún?

,,Bezorgd. Men maakt zich zorgen of de struikelblokken uit de weg kunnen worden geruimd.''

Wat ging er volgens u mis in Cancún?

,,Het zoeken naar zondebokken heeft geen zin. Het is niet alleen een Noord-Zuid-kloof. Ook tussen geïndustrialiseerde landen onderling, en tussen ontwikkelingslanden onderling zijn grote verschillen. Over landbouw, over industrie en over `nieuwe' onderwerpen als investeringen en mededinging.''

Was er niet één onderwerp waarover in Cancún een akkoord had kunnen worden gesloten? Bijvoorbeeld over het katoeninitiatief van een aantal Afrikaanse landen?

,,Ik weet het niet. Voor de Afrikaanse landen was het belangrijk iets te doen tegen de hoge subsidies op katoen in de VS en Europa. Maar katoen is niet het enige omstreden product. Denk aan suiker. Het is niet eerlijk om katoen uit te zonderen, het gaat om een stelsel van maatregelen die moeten worden genomen. We moeten niet te zeer in symbolen denken.

Maar katoen was het product dat door de Afrikaanse landen zélf werd aangedragen.

,,Zeker. En we hadden er vooruitgang mee kunnen boeken. Maar we moeten een allesomvattend akkoord zien te krijgen over landbouw, niet per sector. Waar Afrikaanse katoenboeren behoefte aan hebben, is dat de hele Doha-ontwikkelingsronde succesvol is. Het is moeilijk een resultaat op één gebied te boeken als je niet resultaten boekt met het hele onderhandelingspakket.''

Is dat niet precies de zwakte van de huidige ronde van multilaterale handelsbesprekingen? Deze alles-of-niets-aanpak, de verplichte consensus?

,,Het is de zwakte én de sterkte. We moeten erkennen dat verschillende landen op verschillende ontwikkelingsniveaus zijn en dus een gedifferentieerde aanpak nodig hebben. Maar politiek gesproken is het uiteindelijk effectiever om allemaal in dezelfde richting te bewegen dan dat één land initiatieven onderneemt en de rest langs de zijlijn toekijkt. Als je te maken hebt met een teleurstelling als in Cancún – want het was slechts een tussenstation in de Doha-ronde – hoor je direct geluiden als `is het systeem niet intrinsiek verkeerd?' We zijn al vijftig jaar bezig met dit soort besprekingen, waarbij de dialoog herhaaldelijk is afgebroken. Maar uiteindelijk komt iedereen tot de conclusie dat het systeem van multilaterale handelsbesprekingen het slechtste alternatief ter wereld is, op de andere alternatieven na.''

Intussen gaan de grote spelers hun eigen weg. De VS willen bilaterale verdragen sluiten, en regionale, zoals de Free Trade Area of the Americas met de Latijns-Amerikaanse landen. Ook de EU heeft gezinspeeld op dat soort verdragen.

,,Ik denk dat uiteindelijk iedereen terugkeert naar multilaterale gesprekken, bijvoorbeeld in de landbouw. Maar ook als het gaat om dumping en industriële tarieven. Vijftig of zestig verschillende bilaterale verdragen is in de praktijk gewoon onwerkbaar.''

Moet de WTO niet terug naar de kern van de zaak: het slechten van handelsbarrières?

,,Dat beslissen de leden natuurlijk. Mijn perceptie is dat veel leden zich niet gemakkelijk voelen bij het bespreken van zaken als investeringen en mededinging. Die moeten misschien op een ander niveau worden besproken. Maar hoe kunnen landen het eens worden over het openen van hun markten als de kwestie van handelsverstorende subsidies niet wordt opgelost? Ik denk niet dat de WTO alleen over tarieven moet gaan, die fase hebben we nu wel gehad. Neem een akkoord over de handel in diensten. Veel ontwikkelingslanden, bijvoorbeeld India, komen er nu achter dat ze hierbij iets te winnen hebben. En dat geldt helemaal voor ontwikkelde landen, waarvan de economieën voor 60 procent uit dienstverlening bestaan. Maar we kunnen het gebouw slechts verdieping voor verdieping uitbreiden. We moeten ontwikkelingslanden bouwstenen voor groei aanleveren, zonder ze te belasten met te veel onderwerpen tegelijkertijd.''

Wat is er voor nodig om de Doha-ronde weer op gang te krijgen?

,,De verwachtingen moeten worden bijgesteld, voor sommigen naar boven, voor anderen naar beneden. Ik geef toe dat we een moeizaam gevecht aangaan, gezien de recente uitspraken van een aantal hoofdrolspelers, zoals eurocommissaris Lamy.''

Lamy vindt de WTO maar een `middeleeuwse organisatie'.

,,Veranderen bij de WTO is als het bijsturen van een olietanker, niet van een speedboot. Bijeenkomsten zoals in Cancún zijn vermoedelijk niet de beste manier om zaken te doen. Ferme standpunten innemen tijdens de voorbereidende onderhandelingen in Genève en vervolgens op een ministersbijeenkomst concessies doen werkt kennelijk niet. Als men wil dat de WTO slaagt, moet worden erkend dat het een pragmatische organisatie is. Ik denk dat directeur-generaal Supachai samen met de leden tot voorstellen voor verandering zal komen. Maar ik zie geen quick fixes.''