Tegen krengen

Ook mestkevers en herteluisvliegen zijn goede voorlichters, vindt de Vereniging Natuurmonumenten. Journalisten werden vorige week ontboden om in het Nationaal Park Veluwezoom kadavers (krengen) van doodgeschoten herten en zwijnen vol maden en wormen te bekijken, te filmen en te fotograferen. Volgens het plan moeten de genodigden bij het publiek ,,het draagvlak vergroten'' voor het ongemoeid laten van lijken van deze dieren die door boswachters zijn afgeschoten. Laten liggen zou natuurlijker zijn dan het vlees naar de poelier te brengen, zoals het concurrerende Staatsbosbeheer doet. Natuurmonumenten wil met de lijkenstank aantrekkingskracht uitoefenen op nieuwe ,,necrofiele leefgemeenschappen''.

Maar dat jaarlijks alleen al op de Veluwezoom 140 dieren moeten worden gedood wegens overbevolking, bewijst dat daar geen sprake is van een natuurlijke situatie. Behalve de mens met zijn geweer hebben herten en zwijnen geen natuurlijke vijanden meer. Het is nog humaan dat Natuurmonumenten boventallige dieren afschiet in plaats de hele kudde te laten verhongeren, zoals elders wel gebeurt.

Het blijft tuinieren in de Nederlandse natuur met wildviaducten, paddenoversteekplaatsen en met bulldozers aangelegde nieuwe natuur. Toch proberen hobbyende biologen in de Nederlandse parkgebieden wildernisjes te creëren, maar al te vaak met hekken en bordjes om mensen te weren, want die horen er eigenlijk niet bij. Langzaam geëvolueerde cultuurlandschappen met allochtone boomsoorten als de Amerikaanse vogelkers gelden als enigszins verdacht. In die filosofie past het ook om net te doen of het afschieten van dieren geen jacht is omdat boswachters en niet jagers de dieren afschieten en de ,,buit'' blijft liggen.

Volgens Natuurmonumenten ,,is de afwezigheid van de dood in de natuur een ecologisch manco'' en moeten wandelaars niet schrikken van lijken op hun pad. Maar het is veeleer zo dat de mens een te geringe rol speelt in de plannen voor de ,,wilde'' natuur. In grote natuurparken elders ter wereld worden beesten gedood door hongerige roofdieren die er meteen aan beginnen te eten. Natuurmonumenten zou daarom geen beter draagvlak kunnen creëren voor haar natuurterreinen dan door het wild te laten eten door het wezen dat het heeft gedood – de mens.