Festival in de Branding met multimedia-spektakel

Pieter Saenredam (1597-1665) schiep met zijn verstilde kerkinterieurs een nieuw genre in de schilderkunst, met een nadruk op de vergankelijkheid van het leven. Is niet alles ijdelheid? Door het ontbreken van een centraal perspectief wordt de geïntrigeerde beschouwer als het ware het beeld ingetrokken.

Een vergelijkbare werking ging uit van Ghaf (Persisch voor `onbereikbare plek'), de geheimzinige `hommage aan Pieter Saenredam' die Klaas de Vries componeerde voor het Nieuw Ensemble. De compositie was bestemd voor een jubileumtournee van Das Neue Ensemble Hannover, dat ook ensembles uit Amsterdam, Krakau en Genève had uitgenodigd onder het motto `oren en ogen – bewegende klanken en beelden'. Dat thema sloot perfect aan op de multimedia-programmering van het Festival in de Branding, dat dit weekend spectaculair uitpakte in Den Haag, met `het Akoestisch Drama' als thema. En waar binnenkort ook in de Berliner Festspiele en het Parijse Festival d'Automne plaats wordt ingeruimd voor vergelijkbare spektakels, mag zo langzamerhand gsproken worden van een trend. Het oor kan niet zonder het oog, muziek wordt theater en het concert een voorstelling.

Ghaf, voor ensemble, elektronica, video en lichtspel gevat in een ruimtelijk concept van Jan Hoogstad, verdicht zich in een steeds dringender en dwingender verloop met uitroepen door het gehele ensemble op het woord Ghaf! Vier lagen zijn stuwend opgezet, vier statisch, Saenredam-achtig balancerend op de rand van de stilte. Hier wordt de luisteraar uitgenodigd al wandelend zijn eigen perspectief te kiezen. Het schimmige en sinistere lichtspel accentueert het horrorachtig skelet van het hoge plafond in de Nieuwe Kerk.

De discipline van De Vries ontbrak in een nogal schetsmatige, nieuwe compositie van Merlijn Twaalfhoven, geschreven in opdracht van het Residentie Orkest. Fantasie en flair zijn onbetwist aanwezig in zijn Alexei Larianov, een requiem voor de slachtoffers van de verongelukte Russische onderzeeboot de Koersk. Het orkest omringt de zaal, een koor neemt tussen het publiek plaats, vier solisten blijven op het podium en negen acteurs staan als zaalwachter in het donker. Een lichtspel beschijnt daarbij veelvuldig het publiek, en het chaotisch aspect wordt nog versterkt doordat de handeling soms opzettelijk ontspoort – overigens niet het sterkste deel van dit evenement. Overtuigender is de levendig behandelde ruimtewerking, het Japans gekleurd vocaal kwartet en de quasi-Russsische folklore met teksten als ``we dienen de glorie van het vaderland''. Maar een werkelijke requiemsteming ontbreekt. Die past ook minder bij Twaalfoven. Daarin blinkt Christian Jost meer uit, zoals blijkt uit zijn saxofoonconcert Lux Aeterna, onderdeel van een Requiem ohne Worte. Maar Josts muziek is ook veel taaier en saaier, in een stropering soort extase. En wie het heeft over muziek ondersteund door een lichtspel, kan niet heen om Skrjabins Prométhee, tot slot uitgevoerd door een geïnspireerd Residentie Orkest op een lange, lange vrijdagavond.

Is er sprake van een doordacht plan, zoals bij Skrjabin, of van een gaaf ontwerp, zoals bij De Vries, dan lijkt er volop perspectief voor een muzikale multimedia-ontwikkeling. Maar wanneer er sprake is van een nogal losse bundeling van disciplines, zoals zaterdagavond bij Haagse compositiestudenten in het Theater aan het Spui, ontstaat al snel een (onbedoeld) akoestisch drama.

Festival in de Branding: Residentie Orkest o.l.v. Jac van Steen en Nieuw Ensemble o.l.v. Arie van Beek. Gehoord: 3 en 4/10 Den Haag. Herh. De Vries: 6/10 Paradiso, Amsterdam.

Radio 4: 8/10 20 u. (VPRO)