REDENEN VAN UITVAL

Veel studenten halen de eindstreep niet. Ze stoppen vroegtijdig met hun studie. Willem van Os, van het Onderwijscentrum van de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam, onderzocht waarom studenten hun studie voor gezien houden.

Onvoldoende motivatie Drie jaar geleden stonden er 13.023 studenten ingeschreven bij de VU. Hiervan braken 1.540 studenten hun studie af; dit is 11,8 procent. Op de Faculteit der Sociale Wetenschappen vielen de grootste klappen, maar liefst 16,8 procent van de studenten hield de studie voor gezien. Bij de Faculteit Psychologie en Pedagogiek was dat 8,9 procent.

De meeste studenten stopten met hun studie omdat zij onvoldoende gemotiveerd waren (30,9 procent). Anderen vonden de opleiding te theoretisch (29,6 procent) of voelden zich niet meer aangetrokken tot het beroep waar de studie toe zou opleiden.(21,7 procent). Weer andere studenten deden uiteindelijk liever een andere opleiding (20,4 procent) of knapten af op de onpersoonlijke studiesfeer (19,3 procent).

Combinatie van factoren Uit het onderzoek bleek dat het besluit om de studie te beëindigen meestal het resultaat is van een complex proces. Studenten vragen zich bijvoorbeeld af of de studie echt wel leuk is, of hij wel te volgen is naast een baan en ze vinden studeren eigenlijk ook wel een beetje duur. Wanneer studenten daarnaast bijvoorbeeld ook nog te kampen krijgen met lichamelijke klachten, en lage tentamencijfers, wordt een punt bereikt waarop één van de factoren doorslaggevend is.

De uitkomsten van het onderzoek komen voor een groot gedeelte overeen met een soortgelijk onderzoek van de VU uit 1996. Overigens was ongeveer een zesde deel van de afhakers van plan de studie op een later tijdstip voort te zetten, dit waren vaak rechtenstudenten. Zij waren ziek (7,4 procent). Of zij wilden bijvoorbeeld eerst een buitenlands avontuur aangaan (3,7 procent).