Je moet eten

Ook Nederland is getroffen door de epidemie van te dikke kinderen: jaar in, jaar uit groeit het aantal met één procent en dikke kinderen worden ook nog steeds dikker. De oorzaak: verkeerde eetgewoonten, niet bewegen. De oplossing is minder duidelijk. Broccoli in een lolly?

Remy Hira Sing leunt naar achter in zijn stoel en spreidt zijn armen. ,,Je ligt voor de televisie, je ziet al die reclames en dan wil je ook zo'n mars of zo'n lekkere zak chips.'' Heen en weer naar de keukenkast lopen – dat is volgens hem de enige lichaamsbeweging die veel kinderen nog krijgen. Als ze al niet hun moeder roepen om de bestelling te komen brengen. Remy Hira Sing, hoogleraar jeugdgezondheidszorg aan het Medisch Centrum van de VU in Amsterdam en hoofd jeugdgezondheidszorg van de GG&GD in Amsterdam, zegt dat televisie een van de belangrijkste oorzaken is van overgewicht bij kinderen, vooral bij oudere kinderen met een televisie op hun kamer. Wetenschappelijke bewijzen heeft hij nog niet en hij wil er ook niet op wachten. Hij weet nu al: als de televisie vaker uitgaat, worden kinderen minder dik.

Remy Hira Sing was de eerste die onderzocht hoeveel kinderen tot zestien jaar in Nederland te dik zijn. Het resultaat stond in 2001 in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, hij gebruikte de gegevens van de landelijke groeistudie uit 1997. Vanaf 1980, schreef hij, was het aantal te dikke jongens gestegen van 7,1 naar 15,5 procent en het aantal te dikke meisjes van 8,2 naar 16,1 procent. Hij dacht dat mensen zouden schrikken van die cijfers. Hij verwachtte veel belangstelling. Maar er gebeurde niets. De belangstelling begon pas toen Remy Hira Sing net hoogleraar was geworden en in zijn inaugurele rede, ook in 2001, zei dat overgewicht ,,een groot public health probleem'' aan het worden was. Kinderen, zei hij, kunnen door overgewicht suikerziekte krijgen, van het type dat tot voor kort alleen voorkwam bij oudere mensen. Kort daarna kwam uit de Verenigde Staten het bericht dat bijna de helft van de jonge patiënten met suikerziekte dat ouderdomstype had. De belangstelling voor overgewicht werd snel groter toen de Gezondheidsraad dit voorjaar aan het ministerie van Volksgezondheid schreef dat bijna de helft van de volwassenen en een op de zeven kinderen te dik is. En die aantallen stijgen snel. Het is een epidemie, zei de Gezondheidsraad. Zo noemt de World Health Organization het ook. Een epidemie die bijna alle delen van de wereld treft en die niet alleen tot meer suikerziekte leidt, maar ook tot meer hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, kanker, gewrichtsslijtage, galstenen, spataderen en psychische klachten.

Vierhonderdduizend te dikke kinderen zijn er nu in Nederland, zegt Remy Hira Sing. En dikke kinderen worden ook nog steeds dikker. Veertigduizend kinderen zijn nu veel te dik – obees in medische termen. In de grafieken die Remy Hira Sing laat zien, gaat de curve van het gemiddelde gewicht steil omhoog vanaf het derde levensjaar. Afvallen lukt bijna nooit. Meer dan driekwart van de dikke kinderen wordt een dikke volwassene. Nu al, zegt de Gezondheidsraad, kost overgewicht de Nederlandse samenleving twee miljard euro per jaar aan uitgaven voor de gezondheidszorg. Dat kan alleen maar meer worden. Remy Hira Sing vindt dat er alles aan moet worden gedaan om overgewicht bij kinderen te voorkomen.

Maar hoe?

In het zwembad zijn dikke buiken normaal geworden. Modellen in meisjesbladen hebben ronde wangen. Meisjes op straat accentueren het vet rond hun navel met korte truitjes en piercings. Maar het is ook normaal geworden dat kinderen in het zwembad geld voor friet bij zich hebben en dat ze met de auto worden gebracht. In de snackbar naast de school, of in de kantine van de school, kunnen ze gevulde koeken en Marsen kopen. En overal en altijd worden ze lekker gemaakt met reclame voor snoep, chips en slagroomtoetjes. In de supermarkt leggen ze die dan zelf in het karretje, want kinderen krijgen al jong iets te zeggen over wat hun ouders kopen. Of ze gaan zelf naar de supermarkt. Dat staat in een onderzoek dat de Rijksvoorlichtingsdienst vorig jaar liet uitvoeren naar de mogelijkheden om het gedrag van kinderen te beïnvloeden. In de Voedselconsumptiepeiling, die iedere vijf jaar wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, staat dat kinderen de afgelopen tien jaar 30 procent minder fruit zijn gaan eten.

Remy Hira Sing zegt dat de televisie vaker uit moet. ,,Laat ouders daar afspraken over maken met hun kinderen.'' Hij zegt dat kinderen moeten leren dat ze een marathon moeten lopen om de energie uit één Big-Mac-maaltijd te verbranden. Tweeëntwintighonderd calorieën – genoeg voor een hele dag. ,,En dat eten ze dan als tussendoortje.'' Hij vindt dat er gepraat moet worden met McDonald's en Mars en Coca-Cola. Volgens hem helpt het al als de hamburgers kleiner worden en als er in de frisdrankautomaten op school ook blikjes water worden gezet. Remy Hira Sing denkt dat zulke dingen kunnen helpen. Iedereen weet nu ook dat roken slecht is, zegt hij. Er wordt meer bruinbrood gegeten dan vroeger. En minder vet: 10 procent in tien jaar, volgens de Voedselconsumptiepeiling.

Maar hij twijfelt ook. Om kinderen veilig te laten buiten spelen, moeten er minder parkeerplaatsen en minder auto's zijn. Hoeveel mensen willen hun eigen auto wegdoen? En de overheid spendeert veel minder om kinderen voor fruit te interesseren dan Unilever om ze te interesseren voor Magnum-ijs. ,,Geld om ouders te leren om hun kinderen geen televisie op hun kamer te geven is er helemaal niet'', zegt Remy Hira Sing.

Mars en cola

In het lokaal voor het vak verzorging vertellen Edwina (15), Samantha (14), Lydia (14), Mandy (14), Bianca (14) en Mariëlle (15) over wat ze weten van gezond eten en dik worden. Ze zitten in de derde klas van het Keistad College, een protestants-christelijke vmbo-school in Amersfoort. Ze worden voorbereid op een opleiding tot bejaardenverzorgster of thuishulp of leidster in een kinderdagverblijf. Aan het begin van het gesprek schrijven ze alle zes op hoeveel ze wegen en hoe lang ze zijn. Volgens de Body Mass Index voor kinderen is een van de meisjes iets te dik, de andere vijf zijn normaal. Ze schrijven ook allemaal op wat ze de dag ervoor gegeten en gedronken hebben: boterhammen, groentesoep (op school gemaakt), zandtaartjes (ook op school gemaakt), sperziebonen, aardappelen, schnitzels, melk en appelsap. En ook: een Mars, een saucijzenbroodje, cola, snoep, een ijsje, een stroopwafel. Alle zes zeggen ze dat je van die dingen dik wordt, maar hoe het met brood en aardappelen zit, weten ze niet precies. Edwina denkt dat daar geen calorieën in zitten. Samantha, naast haar, denkt van wel. ,,Ongeveer net zo veel als in groente en fruit.''

Wat ze ook alle zes zeggen: dat ze over tien, vijftien jaar zeker dik zullen zijn. Ze zien het aan hun moeders – die zijn ook bijna allemaal dik. Niet door het eten, zeggen ze. En ook niet door te weinig beweging. Ze zijn dik, zeggen ze, doordat ze kinderen hebben gekregen. En doordat ze lichamelijke gebreken hebben. Er is een moeder met een hernia in haar rug. Er is een moeder met een dubbele hernia in de nek. En er is een moeder die aan epilepsie lijdt. ,,De medicijnen hebben haar heel dik gemaakt.'' Een andere moeder heeft reuma. ,,Ze mag niet meer fietsen van de dokter.'' En een meisje heeft een moeder die op haar zestiende verlammingsverschijnselen begon te krijgen. ,,Ik heb dat nog niet'', zegt dat meisje. ,,Maar als ik pijn in mijn rug heb of in mijn knieën, denk ik: o jé.''

En hun vaders? De meisjes beginnen te lachen. ,,Die van mij lijkt wel in verwachting.'' En: ,,De mijne heeft een pens, daar kunnen wel twee kinderen in.'' Hun vaders zijn allemaal veel te dik, zeggen ze. Maar bij hen komt het niet door ziekte. Bij hen, zeggen ze, komt het door hun leeftijd. En door het bier. En door de auto. Eén meisje zegt: ,,Mijn vader kan er niets aan doen, want hij woont in Engeland en daar heb je alleen maar vet eten.''

Hapsnapbeleid

Het is de evolutie, zegt voedingskundige en epidemioloog Hans Brug. Een voorkeur voor vet en zoet, en een afkeer van onnodig bewegen, gaf mensen tot voor kort de grootste kansen op overleving. Ga daar maar eens tegenin. Hans Brug, zelf slank door het fietsen, rennen en zwemmen, denkt niet dat de trend naar meer overgewicht doorbroken kan worden met alleen de boodschap dat er minder gegeten en meer bewogen moeten worden. ,,Mensen weten vaak niet eens hoeveel energie ze binnenkrijgen en hoe weinig ze daarvan gebruiken.'' En al weten ze het wel, dan moeten ze het nog willen en kunnen veranderen. Tien procent minder vetconsumptie en toch meer overgewicht – dat laat al zien hoe ingewikkeld het probleem is. En: wel weten dat roken slecht is, maar het toch doen – veertien- en vijftienjarigen zelfs weer meer dan vroeger.

Hans Brug is net benoemd tot hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam met het onderzoek naar `determinanten van de volksgezondheid' als leeropdracht. Hij vindt dat overgewicht geen individueel probleem meer is, maar een ernstig en duur probleem van de hele bevolking. In zijn inaugurele rede, die hij gistermiddag uitsprak, zei hij dat alles op de preventie van overgewicht moet worden gezet, en veel minder de behandeling ervan – want die helpt toch bijna nooit. Maar eerst, zei hij ook, moet worden ondergezocht welke gewoonten en omstandigheden overgewicht veroorzaken en hoe die kunnen worden beïnvloed. Dat moet, zei hij, net zo zorgvuldig en wetenschappelijk verantwoord gebeuren als de ontwikkeling van geneesmiddelen en geneeskundige behandelingen. Hij ergert zich aan ,,hapsnapbeleid'', aan ,,even een creatief bureautje'' opdracht geven voor ,,een leuke campagne''. Dat heeft, zegt hij, geen zin.

Hans Brug doet ook onderzoek naar de oorzaken van overgewicht bij kinderen. Bij hem thuis aan tafel, met een kopje thee, zegt hij hoe jammer het is dat ouders hun kinderen zelf al jong leren om vet en zoet te waarderen en groente vies te vinden. ,,Als je je spinazie opeet, krijg je chocoladepudding.'' Vet en zoet horen bij gezelligheid, bij feesten en partijen. Spinazie hoort bij de dingen die moeten. Hij vertelt over de ,,prachtige data'' uit Amerikaans onderzoek, waaruit blijkt hoe kinderen gestimuleerd worden om steeds meer te eten.

Vervolg op pagina 24

Je moet eten

Vervolg van pagina 23

Het aantal calorieën in een McDonald's-maaltijd bijvoorbeeld is vanaf de jaren '60 verdrievoudigd. De flessen voor frisdrank zijn nu supersized. Uit Amerikaans onderzoek weet Hans Brug wat Remy Hira Sing uit ervaring ook weet: minder televisie betekent minder overgewicht. ,,Wat kinderen in die uren die ze overhouden ook gaan doen.''

Hij heeft net een voorstel gedaan voor een onderzoek naar alles wat bij 13- tot 15-jarigen bepaalt hoeveel ze bewegen en wat ze eten. Het is de leeftijd waarop kinderen zelfstandiger worden, en veel kinderen worden dan dikker. Hij wil het onderzoek in Rotterdam uitvoeren, samen met de GGD – die houdt lengte en gewicht van kinderen vanaf de geboorte bij. In Rotterdam zijn allerlei kenmerken van verschillende buurten al bekend, en daardoor kunnen er vergelijkingen worden gemaakt. Lopen kinderen in de ene buurt meer dan in de andere? Komt dat doordat de stoepen breder zijn? Of doordat hun ouders minder vaak een auto hebben?

Hans Brug wil ook kijken naar het aantal snackbars om de hoek bij de scholen, het aanbod in de kantines, de regels voor snoepen tijdens de lessen, het aantal trappen dat kinderen moeten lopen. En dan natuurlijk naar de gewoontes thuis. Wel of geen ontbijt. Wel of geen brood mee. 's Avonds aan tafel eten of de hele dag door zelf iets uit de koelkast pakken. Wat voor effect hebben al die verschillende dingen op het gewicht? En welke daarvan kunnen met de grootste kans op succes worden aangepakt?

Kinderen niet laten roken is simpeler, zegt Hans Brug. ,,Je begint wel of je begint niet.'' Maar ook die campagnes slagen alleen als er van alles tegelijk gebeurt, zoals in Amerika. Prijs verhogen, afschrikken, overal verbieden, processen voeren tegen fabrikanten. En dan nog heeft het jaren geduurd voordat het aantal rokers in Amerika verminderde. Met eten kan dat allemaal niet, zegt Hans Brug. ,,Je moet eten.'' Er kan niet eens worden gezegd dat ijs of chips slecht zijn. Kinderen kunnen iedere dag een hamburger eten zonder een gram aan te komen. Het ligt er aan wat ze verder nog eten en doen. Of neem kaas, waarvan het Voedingscentrum zei dat die voor eenderde deel uit vet bestond – wist u dat?. ,,De kaasindustrie sprong er bovenop'', zegt Hans Brug. ,,Er is nauwelijks bewijs dat bepaalde categorieën voedingsmiddelen tot overgewicht leiden. Het gaat om de hoeveelheden en combinaties.'' Bovendien is er ook minder vette kaas.

Dus wat kan de boodschap voor kinderen zijn? Eet gevarieerd? Zet de televisie uit?

Kantines met broodjes en melk, meer gymnastiek, goedkope sport, trapveldjes en speelplaatsen in de buurt (zonder junks), minder auto's, fietsen in plaats van met de bus. Het is niet zo moeilijk om het allemaal te bedenken. Maar om het te laten gebeuren, zegt Hans Brug, moet er nogal wat veranderen. En nu zijn net de subsidies voor sportorganisaties bijna helemaal afgeschaft.

Lekkere groente

Mark (13) uit klas 1C van het Keistad College in Amersfoort schrijft op het werkblad `Wat eet of drink ik' bij ontbijt: boterham, twee stuks, wit en bruin, met boter, kaas en chocoladepasta, melk. 'sMiddags neemt hij vier boterhammen en een blikje cola. Tussendoor neemt hij chips en nog een keer cola. ,,Het is ongezond'', zet hij erbij. ,,Maar wel lekker.'' 's Avonds eet hij ,,de ene keer dit en de andere keer dat''. Groente eet hij alleen als het ,,lekkere groente'' is. ,,Het is wel goed voor je.'' Jeremy (13), ook uit klas 1C, eet 's morgens cornflakes, 's middags witte boterhammen met hagelslag, jam en chocoladepasta, tussendoor chips en snoep en 's avonds patat met frikandel. ,,Altijd?'', vraagt de lerares. ,,Nee'', zegt hij. ,,We eten ook wel pizza's of nasi.''

Dit is het vak verzorging, sinds tien jaar verplicht in de onderbouw van het middelbaar onderwijs. Het gaat vandaag over voeding. De lerares, Hilly Kuipers-Pelleboer, vindt het vak ,,heel belangrijk''. Ze kan kinderen dingen bijbrengen die ze thuis niet meer leren. Een knoop aanzetten. Een sinaasappel schillen. Hoe je een pan schoon krijgt. Tafel dekken. Welke voedingswaarde er in brood en chocolade zit, en hoe je daar achter kunt komen. 1C is een gewone klas, met kinderen uit Nederland, Marokko, Turkije en voormalig Joegoslavië. Een paar kinderen zijn te dik, maar de meeste niet. Ze komen bijna allemaal op de fiets naar school. De meeste jongens voetballen, de meeste meisjes doen niets aan sport, behalve bij gymnastiek. Ze vinden het leuk om over eten te praten, ze kunnen – door elkaar heen – veel dingen opnoemen die volgens hen ongezond zijn. Allemaal dingen die ze zelf iedere dag eten. ,,Chips'', roept Elvis. ,,Marsen.'' Op zijn werkblad `Wat eet of drink ik' staat bij `tussendoor': chips, Snickers, Mars, Kitkat en soms een stukje brood.

Waarom denken ze dat chips ongezond zijn? En waarom eten ze ze dan toch? Op die vragen weten de kinderen geen antwoord. Ze beginnen pas weer door elkaar te roepen als ze mogen vertellen hoeveel uur ze televisie kijken. Tweeënhalf uur. Drie uur. Vier uur. Alle kinderen. En hun ouders, zeggen die wel eens dat ze minder moeten kijken? Ze beginnen allemaal te lachen. Safia: ,,Dat zeggen ze wel. Maar dan moeten ze weg en dan zet ik hem weer aan.'' Arnold: ,,Ik ga net zo lang vervelend doen dat ze blij zijn als ik hem weer aanzet.'' Duaa: ,,Ik heb een televisie op mijn kamer.'' En: ,,Mijn ouders kijken ook altijd.''

Het Voedingscentrum, dat voorlichting over eten en gezondheid geeft, doet de laatste jaren ook aan de preventie van overgewicht – Hans Brug is een van de adviseurs. De belangrijkste campagne richt zich nu op mensen tussen de 25 en de 35 jaar, de periode waarin het leven nogal verandert. Meer geld, een auto, minder fietsen, kinderen krijgen, minder tijd om te sporten. Het is de periode waarin het aantal dikke mensen van één op de zeven naar bijna de helft gaat, meestal met een kilo per jaar. Maar de andere groep waar het Voedingscentrum zich nu op begint te richten zijn de 12- tot 16-jarigen, om dezelfde reden die Hans Brug noemt: meer zelfstandigheid, meer snoep en friet. Het Voedingscentrum is begonnen bij de schoolkantines. Jeltje Snel, diëtist en voedingskundige, vertelt dat net drie jaar lang met geld van het ministerie van Volksgezondheid is onderzocht hoe schoolkantines werken, hoe dat beter zou kunnen en hoe dat kan worden bereikt. Er is nu informatiemateriaal voor schoolleiders en beheerders, er zijn stappenplannen, lespakketten en folders met voorlichting voor de ouders, er zijn spelletjes en tests op internet. En dat alles is vorig schooljaar uitgeprobeerd op tien middelbare scholen in Nederland.

En?

Jeltje Snel: ,,Het is een moeilijk proces.'' En: ,,Eén jaar is te kort.'' En: ,,Het is vaak al een hele klus om schoolleiders van het nut van een goede kantine te overtuigen.'' En: ,,Kantinebeheerders klagen dat ze met sap en fruit blijven zitten.'' TNO stelde in een evaluatie vast dat scholen meer succes hadden als iedereen op school betrokken werd bij de verbetering van de kantine, ook leerlingen en ouders. Het Voedingscentrum liet aan leerlingen van de scholen die meededen vragen of ze nu andere dingen waren gaan eten en of ze dat zouden blijven doen. ,,Ze zeiden van wel'', zegt Jeltje Snel. ,,Maar of dat zo is, moet nog worden onderzocht.'' De lessen, spelletjes en testen zijn binnenkort voor alle scholen beschikbaar op internet. En het Voedingscentrum gaat proberen cateraars zo ver te krijgen dat ze gezonder eten aan scholen leveren, liefst bijvoorbeeld in de vorm van geschild en in stukjes gesneden fruit – anders nemen kinderen het nog niet. Als er al iets te leveren valt, want op veel scholen is de conciërge de cateraar. Het Voedingscentrum heeft ook al gepraat met Coca-Cola. Of er ook bronwater in de frisdrankautomaten kan komen. ,,De schoolkantine is een zich ontwikkelende markt'', zegt Jeltje Snel. ,,De trend is naar meer professionalisering.'' En de kunst is om die markt niet weg te geven aan de snoep-, frisdrank- en fastfoodfabrikanten die nu al vaak de sponsors zijn van schoolfeesten.

Onsterfelijk

,,Kinderen van 13 denken dat ze onsterfelijk zijn'', zegt Geert van Poppel van het Health Institute van Unilever. Hij bedoelt dat het ze niks kan schelen als ze later dik worden en eerder doodgaan als ze zichzelf nu verkeerde gewoontes aanwennen. Geert van Poppel is adjunct-directeur van het instituut, een onderdeel van Research & Development van Unilever. Naast hem zit Jeroen van Lawick van Pabst, hij doet onderzoek naar voeding en gezondheid bij kinderen en families. Geert van Poppel vertelt dat een boer op Kreta voor zijn ontbijt stukken brood sopt in een soepbord vol olijven en olie. ,,Die beweegt de hele dag.'' Jeroen van Lawick vertelt ook dat het mede door Unilever komt dat er in Nederland in tien jaar 10 procent minder vet gegeten wordt. ,,De gewoontes van mensen zijn niet veranderd'', zegt hij. ,,Maar onze producten wel.'' Halvarine, halfvolle boter. En dan hebben producten nu ook meer onverzadigde vetzuren – die blijven niet aan de binnenkant van de bloedvaten plakken. Jammer dat mensen in tien jaar toch dikker zijn geworden. ,,Maar dat'', zegt Jeroen van Lawick, ,,komt vooral door het gebrek aan beweging.''

Hij weet door zijn onderzoeken dat ouders en kinderen steeds minder ontbijten en steeds vaker tussendoor wat pakken. Een van de commerciële antwoorden daarop is een bar voor op school. ,,Met gezonde ingrediënten.'' Maar alleen nog te koop in Israël, want daar is Unilever een bekend merk voor ontbijtrepen en in Nederland nog niet. Geert van Poppel laat de reep zien, in een kleurig doosje, met een boodschap voor de ouders: hier zit hetzelfde in als in een bord melk met granen. Er zijn ook lespakketten over gezond eten bij, voor de leraren. Jeroen van Lawick weet ook dat alle ouders willen dat hun kinderen gezond eten. Maar dan wel zonder gezeur. En hij weet dat alle kinderen van zoet houden, en ook van fun. Geert van Poppel zegt: ,,Daar zit onze uitdaging.'' En de 200 gram groente plus 200 gram fruit die er volgens het Voedingscentrum iedere dag gegeten moeten worden? Mensen doen het niet. Daar zit voor Unilever ook een uitdaging. Jeroen van Lawick: ,,Moeten we het mensen gemakkelijker maken?'' Broccoli kan ook in een lolly. Maar dat gaat hem te ver. Kinderen moeten ook gewoon broccoli leren eten, vindt hij. Bovendien zou z'n lolly niet meer als eten gezien worden, maar als pil. En daar heeft Unilever geen belangstelling voor, dat doet de farmaceutische industrie. Iets anders is soep. Daar kan het equivalent van 200 gram broccoli in verwerkt worden, en het blijft een voedingsmiddel. In Frankrijk, Duitsland en Amerika verkoopt Unilever al veel soep in kantines, met daarbij stukjes paprika en andere groente. ,,Er zijn aanwijzingen'', zegt Geert van Poppel, ,,dat de consumptie van soep een rol speelt bij het voorkomen van overgewicht.'' Soep met brokjes erin geeft mensen snel een verzadigd gevoel. Die healthy choice is nu ook geïntroduceerd in de kantines van Unilever. Geert van Poppel: ,,Soep wordt in Nederland ook steeds populairder. Wij vinden dat prachtig.''

Granenrepen en groentesoep, maar ook volvette Magnums. Heel aantrekkelijk voor Unilever, zegt Hans Brug, die soms ,,professioneel contact'' heeft met de mensen van het Health Institute. ,,Eerst verkoop je mensen energiedichte producten. En daarna gezondheidsproducten.'' Geert van Poppel zegt: ,,Wij hebben onze verantwoordelijkheid. Maar consumenten hebben de vrije keuze.'' En: ,,In Amerika verkopen we ijsjes die voor 98 procent fat free zijn.''

Zonde

Koert Bakker zucht diep en zegt dan: ,,Moeilijk hoor.'' Hij is reclamemaker, vroeger bij FHV/BBDO, nu bij Fanclub, zijn eigen bureau. Hij weet alles van jongeren. Hij bedacht voor Unilever hoe de Magnums nog aantrekkelijker konden worden gemaakt. Zou hij ook een strategie kunnen bedenken voor een campagne minder eten? Koert Bakker: ,,Jongeren willen niet horen dat iets niet mag. Ze willen genieten.'' Dus? ,,Ik zou het zoeken in een positieve benadering.'' Het gezonde witbrood dat Unilever maakt, met de vitamines van bruinbrood, dat vindt hij een goed idee. Hij denkt ook aan nieuwe, hippe fastfoodrestaurants die fruit en muesli en yoghurt verkopen. ,,Nu zijn die gezondheidsproducten één grote geitenwollensokken-ellende.'' En verder? ,,Ik zou het niet goed weten.''

Voor de Magnums wist Koert Bakker het wel. Unilever legt hij uit, vond dat de Magnums niet genoeg met de wereld mee veranderden. Hij adviseerde ,,iets te doen'' met verlangen. ,,De kernwaarde van Magnum is intens genieten'', zegt hij. ,,Magnum is groot en dik en er zit heel veel chocola omheen.'' Het werd:verlangen naar zonde. En daarna verlangen naar de zeven zonden – hebzucht, vraatzucht, jaloezie, lust, wraakzucht, ijdelheid en luiheid. Voor elke daarvan kwam er deze zomer een ijsje, bruin en wit, roze en groen, met spikkels en nootjes en zachte caramel. Ze kwamen niet allemaal tegelijk, iedere paar weken was er een nieuwe. Niet bedoeld voor kinderen, en daardoor nog aantrekkelijker. Ze konden er echt naar uitkijken.

Wilt u reageren, stuur uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf naar het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam