Het Andromedastelsel eet de sterren die haar begeleiden traag op

De meest nabije grote buur van ons melkwegstelsel, het Andromedastelsel, is een kannibaal. Dat werd al enige tijd vermoed, maar lijkt nu toch wel bewezen. Astronomen van de Case Western Reserve University in Cleveland, Ohio, hebben namelijk vlak bij het hoofdvlak van dit stelsel een voorheen onbekende begeleider ontdekt, waarvan de langgerekte vorm er op wijst dat hij uiteen wordt getrokken en op den duur door het moederstelsel zal worden verzwolgen. Deze ontdekkking, die binnenkort wordt gepubliceerd in de Astrophysical Journal Letters, versterkt opnieuw de theorie dat vele en wellicht alle grote sterrenstelsels in het heelal zijn ontstaan door het geleidelijk samensmelten van een groot aantal kleinere, eerder ontstane bouwstenen.

Het Andromedastelsel (M31) staat op een afstand van `slechts' 2,2 miljoen lichtjaar in het sterrenbeeld Andromeda en is tijdens heldere nachten al met het ongewapend oog te zien. Het heeft evenals ons eigen melkwegstelsel meer dan een dozijn kleinere begeleiders, die er in honderden miljoenen jaren in zeer langgerekte banen omheen draaien. Drie jaar geleden ontdekten de Britse astronoom Rodrigo Ibata en zijn collega's een lange sliert van sterren die in een baan loodrecht op het hoofdvlak van dit stelsel beweegt. Volgens hun nieuwste waarnemingen strekt deze stroom van sterren zich aan de hemel over een hoek van minstens 6o uit en zou hij het overblijfsel van een uiteengevallen begeleider van M31 kunnen zijn.

In de afgelopen jaren zijn ook rond ons eigen melkwegstelsel verscheidene sterrenstromen gevonden die `fossielen' van uiteengevallen begeleiders zouden kunnen zijn. Als de baan van zo'n begeleider hen door het hoofdvlak van het melkwegstelsel voert, worden er door getijdenkrachten sterren uit losgetrokken die zich langs de baan gaan verspreiden. Heather Morrison en haar collega's hebben nu vlak bij het hoofdvlak van het Andromedastelsel een begeleider ontdekt die al wel sterk door getijdenwerking wordt vervormd, maar nog niet geheel uiteen is getrokken. Hij heeft aan de hemel een diameter van bijna één graad, maar is zo lichtzwak dat hij tot nu toe niet tegen de heldere achtergrond van M31 zelf was opgevallen.

De nieuwe begeleider, Andromeda VIII, bevindt zich aan de voorzijde van het Andromedastelsel en verraadt zich door zijn snelheid: die verschil ongeveer 200 kilometer per seconde van de snelheden van de sterren van het Andromedastelsel zelf. Bovendien bevinden zich in het gebied van de begeleider twee wolken waterstofgas die dezelfde snelheid hebben. De begeleider heeft een massa die typerend is voor die van de andere begeleiders van het Andromedastelsel die (nog) niet door getijdenkrachten worden vervormd. Morrison en haar collega's suggereren dat een deel van de eerder door Ibata ontdekte sterrenstroom wel eens van Andromeda VIII afkomstig zou kunnen zijn, maar dat zal pas door verder onderzoek kunnen worden uitgemaakt.

Astronomen denken dat het grootste deel van de min of meer bolvormige `halo' van lichtzwakke materie rond het Andromedastelsel uit verorberde begeleiders bestaat. In de toekomst zal het stelsel misschien ook alle begeleiders die nu nog zijn overgebleven hebben verslonden. De grootste maaltijd moet echter nog komen. Het Andromedastelsel koerst namelijk vrijwel recht op ons melkwegstelsel af en zal dit over zo'n drie miljard jaar ontmoeten. Aangezien ons melkwegstelsel echter ongeveer even groot en zwaar is als het Andromedastelsel, zal het even veel van Andromeda proberen te verorberen als Andromeda van ons. Het zal dus nog heftig toegaan aan die kosmische dis.