Gedeeld geheugen

Onderzoek aan mensen met meer persoonlijkheden roept twijfels op over het bestaansrecht van de aandoening.

MENSEN MET EEN dissociatieve identiteitsstoornis (DIS, voorheen `meervoudige persoonlijkheidsstoornis') zeggen dat hun ene persoonlijkheid vaak niet weet wat de andere meemaakt. Psychologe Rafaële Huntjens, die op 26 september promoveerde aan de Universiteit Utrecht, toonde echter aan dat de persoonlijkheden van DIS-patiënten toch herinneringen delen.

Deze uitkomst kan consequenties hebben voor DIS-patiënten die zich er in rechtszaken op beroepen zich niets te kunnen herinneren van een misdaad die een van hun andere persoonlijkheden mogelijk heeft begaan. Geheugenpsycholoog prof.dr. Harald Merckelbach van de Universiteit Maastricht: ``In de VS is het al verscheidene malen voorgekomen dat iemand in de rechtszaal zegt: `Dat heb ik niet gedaan, dat deed een andere identiteit van mij'. Zo iemand kan wel oprecht geloven wat hij zegt, maar het onderzoek van Huntjens laat zien dat zo'n verweer in wezen absolute nonsens is.''

bestaansrechtDe vraag is zelfs of het ziektebeeld DIS wel bestaansrecht heeft nu er met de geheugenoverdracht van DIS-patiënten niets mis lijkt te zijn. Een van de criteria om de diagnose DIS te mogen stellen is het onvermogen zich belangrijke persoonlijke gegevens te herinneren. Huntjens: ``Dit was altijd het onderscheidende criterium. Nu blijkt echter dat de ene persoonlijkheid wel degelijk toegang heeft tot wat de andere heeft meegemaakt, al ervaren DIS-patiënten dat zelf anders. Dat onvermogen is dus betrekkelijk. Daarom moeten we ons afvragen wat DIS nog onderscheidt van andere psychiatrische ziektebeelden, bijvoorbeeld een borderline of manisch-depressieve stoornis. De overige DIS-criteria, zoals stemmingswisselingen en identiteitsverwarring, zijn namelijk niet uniek voor DIS.''

DIS-patiënten zeggen in hun huis soms spullen te vinden waarvan ze zich niet kunnen herinneren deze te hebben gekocht. Ze douchen vijf keer per dag, of ze herkennen mensen niet die hen om de hals vliegen. Sommige deskundigen beschouwen deze gaten in het geheugen als een uit de hand gelopen reactie op ernstig en langdurig seksueel misbruik in de kinderjaren. Dergelijk misbruik zou voor kinderen zo bedreigend zijn, dat ze doen alsof het denkbeeldige anderen en dus niet henzelf overkomt. Deze fictieve personages zouden vervolgens een eigen leven gaan leiden, met elk hun eigen geschiedenis, karakter en herinneringen.

Anderen stellen echter dat DIS pas op volwassen leeftijd ontstaat, niet als reactie op seksueel misbruik, maar als een manier om aan allerlei psychische klachten uiting te geven. DIS-patiënten zouden bijvoorbeeld onzeker zijn over hun identiteit en worstelen met tegenstrijdige gevoelens. Dergelijke klachten kunnen goed als DIS tot uiting komen, is het idee. En zo ontstaat een ziektebeeld waarin de patiënten zelf gaan geloven, zonder dat er feitelijk van geheugenproblemen sprake is.

namenlijstjeAan Huntjens' onderzoek deden 31 DIS-patiënten mee, plus twee controlegroepen van elk 25 personen. Elke DIS-patiënt werd gevraagd om tijdens de experimenten twee identiteiten om beurten naar voren te laten komen. Persoonlijkheid `Bart' kreeg bijvoorbeeld een lijstje met namen van meubelstukken te zien, waarna hij plaats moest maken voor persoonlijkheid `Marieke', die een ander lijstje met namen van meubelstukken voorgeschoteld kreeg. Een week later werd Marieke, die claimde niets te weten van hetgeen Bart had gezien, gevraagd welke woorden er op haar lijstje hadden gestaan. Een eenvoudige opgave als ze echt geen weet had gehad van Barts woordenlijstje. Maar de DIS-patiënten in het onderzoek van Huntjens husselden de woorden van de verschillende lijsten door elkaar, net als beide controlegroepen. Blijkbaar waren ze toch in verwarring gebracht door hetgeen hun andere identiteit had gezien.

De conclusie is dat de persoonlijkheden van DIS-patiënten informatie aan elkaar overdragen. ``Vergelijk het maar met anorexia-patiënten,'' zegt Huntjens. ``Die zien zichzelf ook als veel te dik, terwijl er toch niets aan hun ogen mankeert. Het beeld dat ze van zichzelf hebben kleurt alleen de bril waardoor ze naar zichzelf kijken. Zo'n verstoorde waarneming kan ook DIS-patiënten parten spelen.''

Psychotherapeut dr. Ellert Nijenhuis, gespecialiseerd in de behandeling van DIS-patiënten, vindt het voorbarig om op basis van Huntjens' onderzoek te concluderen dat het geheugen van DIS-patiënten intact is. ``In ons eigen onderzoek vonden we juist aanwijzingen voor het tegenovergestelde,'' zegt hij. ``Zo lieten de identiteiten van DIS-patiënten een verschillende mate van hersenactiviteit zien bij het aanbieden van precies dezelfde stimuli. Vroegen we twee identiteiten bijvoorbeeld naar het vroegere misbruik, dan zag je bij de ene het angstniveau in het brein omhoog schieten, en bij de andere niet.'' Huntjens vindt dit geen argument. ``Dat de persoonlijkheden van een DIS-patiënt verschillen in hun emotionele reactie, zegt niets over de mate waarin ze herinneringen delen,'' stelt ze.

Tegelijkertijd benadrukt Huntjens dat de geheugenproblemen zoals gerapporteerd door DIS-patiënten wel degelijk realiteit zijn voor de patiënten zelf. ``Ze hebben dagelijks last van hun ziekte, als ze zich bijvoorbeeld afvragen waar hun geld is gebleven en zich niet kunnen herinneren dat een andere identiteit dat gisteren allemaal heeft vergokt.'' Ook psycholoog Harald Merckelbach is ervan overtuigd dat DIS-patiënten de boel niet opzettelijk bedonderen. ``Mensen die wat ouder worden en klagen over vergeetachtigheid, blijken ook vaak een prima geheugen te hebben. Er bestaat gewoon een grote discrepantie tussen het objectieve functioneren van het geheugen en de ervaringen van mensen zelf.''