Nieuws Bazels akkoord voor banken wankelt

Volgende week wordt cruciaal voor Bazel-2, het nieuwe wereldwijde kapitaalsakkoord voor banken. Het risico op uitstel groeit.

Krijgt het internationale bankwezen een nieuwe standaard voor risico's en eigen vermogen? Volgende week vrijdag komt in het Zwitserse Bazel het comité van toezichthouders op de financiële sector bijeen om te overleggen hoe het verder moet met Bazel-2, de nieuwe versie van het oude kapitaalsakkoord dat in 1988 van kracht werd.

Dat oude Bazelse akkoord, dat voor het eerst internationale richtlijnen gaf hoeveel eigen vermogen banken minimaal opzij moeten zetten tegenover hun uitstaande leningen, wordt beschouwd als te grofmazig. Het maakte voor de berekening van het noodzakelijke eigen vermogen bijvoorbeeld niet uit of een bank leende aan een internet-startup of aan de Koninklijke Shell, en het maakte ook niet uit of geleend werd aan Duitsland of aan Zuid-Korea. De Azië-crisis van 1997-1998, en de beurskrach van 2000, onderstreepten de noodzaak van een fijnmaziger systeem. Aangezien ook marktrisico's, uit de handel op de steeds complexere financiële markten, en grotere rol zijn gaan spelen was de tijd rijp voor majeure renovatie van het Bazelse akkoord.

In Bazel is de afgelopen jaren hard gewerkt aan zo'n akkoord, en druk overlegd met de financiële sector. Alles bij elkaar komt Bazel-2 erop neer dat banken zelf een risicobeheersingssysteem mogen invoeren, dat moet voldoen aan de eisen van de toezichthouders onder Bazel-2. De meeste grote banken hebben zo'n systeem overigens al. Het gaat er uiteindelijk om hoe en hoeveel vermogen als buffer wordt toegewezen aan de risico's die banken lopen.

Niet iedereen kan volledig tevreden worden gesteld bij de invoering van zo'n verstrekkend regime. Maar in het laatste halfjaar zijn er zulke grote obstakels gerezen dat het hele project in gevaar is gekomen. Grote opkomende landen als China en India hebben laten weten zich niet aan het akkoord te zullen binden. De VS hadden al gezegd enkel een dozijn grote banken, en wellicht nog zo'n aantal kleinere banken op vrijwillige basis, onder Bazel-2 te stellen. Maar de Amerikanen zijn nu met een nieuw bezwaar gekomen.

Dat probleem komt in wezen hier op neer: Amerikaanse banken zijn `retailbanken': zij zijn vrijwel geheel aangewezen op de consument en kleine bedrijven als klant. De praktijk is dat er een vast bedrag in de winst- en verliesrekening wordt ingeruimd voor mogelijke verliezen op deze kredieten. Bazel-2 verandert dit: de voorziening krijgt hier de vorm van een beslag op het eigen vermogen. Europese bedrijven lenen verhoudingsgewijs meer wholesale, aan bedrijven.

Aangezien de verwachte verliezen op een `retailportefeuille' volgens een goed ingevoerde bankier rond de 2,5 procent liggen, en de verwachte verliezen op een wholesaleportefeuille op slechts 0,35 procent, zouden Amerikaanse, op retail gerichte banken een groter vermogen aan moeten gaan houden dan de meer op wholesale gerichte Europese banken.

In Europa richt de verontwaardiging zich niet zozeer op de juistheid van deze analyse, maar op het late tijdstip waarop dit bezwaar is ingebracht. Heronderhandelen op dit punt heeft de angst doen opleven voor het openen van een doos van Pandora, zegt een betrokkene, waarbij moeizame compromissen op ander terrein ook weer op losse schroeven komen.

Pikant daarbij is de ongeschreven regel dat de invoering van het nieuwe Bazelse akkoord wereldwijd `vermogensneutraal' moet zijn. Het mag niet zo zijn dat Bazel-2 over de hele linie minder eigen vermogen zou vergen bij de banksector dan het bestaande Bazelse akkoord. Dan zou er immers opeens een explosie van kredieten kunnen plaatsvinden omdat banken meer mogen uitlenen. Andersom mag Bazel-2 per saldo ook geen hoger eigen vermogen van de wereldwijde banksector opleveren.

Europese banken voelen de bui al hangen: als Amerikaanse banken hun zin krijgen en de verwachte verliezen op retailportefeuilles alsnog niet op het vermogen hoeven te wegen, dan zal dat uiteindelijk hoe dan ook neerkomen op een hogere vermogenseis bij Europese banken. Het Europese antwoord is er volgens goed ingevoerde bronnen al: juist omdat Europese banken gediversifieerd zijn – zowel in verschillende markten als geografisch – is hun algemene risicoprofiel lager. Dat alles telt op tot een argument om nu eveneens te pleiten voor lagere vermogenseisen.

De sfeer rond Bazel-2 is inmiddels openlijk verslechterd. De Duitse centrale bankier Edgar Meister hekelde dinsdag de late Amerikaanse eisen, die volgens hem het akkoord in gevaar brengen. De Amerikaane Comptroller of the Currency, John Hawke, die het toezicht op de banksector deels onder zijn hoede heeft, laakte vervolgens de Duitse neiging om ,,het akkoord er koste wat kost door te willen rammen''.

De sfeerverslechtering maakt wat er volgende week zal worden besloten over Bazel-2 extra ongewis. Uitstel is een mogelijkheid, maar dan moet volgens betrokkenen meteen ook worden gevreesd voor afstel. Doorgaan en de onopgeloste kwesties later oplossen is een waarschijnlijker uitkomst. Daarmee is weinig opgelost: bankiers laten weten dat de `testfase' voor het akkoord, dat in 2006 van kracht moet worden, volgend jaar in zal moeten gaan. Maar welke bank investeert tijd, geld en moeite in een systeem waarvan niemand de uiteindelijke vorm nog kent? Het grootste gevaar is, zegt een bankier, dat iedereen nu achterover gaat leunen. Met het risico dat de vaart definitief uit Bazel-2 verdwijnt.