Wijziging van mediawet is geen oplossing

De overheid heeft er zelf schuld aan dat de publieke omroep niet zo onafhankelijk is als hij zou moeten zijn. Volgens Marit Vochteloo past het niet dat de overheid met de ene hand bezuinigt en met de andere geld uitgeeft om programma's te laten maken die haar bevallen.

Joost van der Vleuten ziet de oorzaak van het kwaad in het duale bestel. Hij vindt dat de overheid haar tweeslachtigheid moet opgeven, waar zowel de publieke als de commerciële omroep onder lijdt.

In deze krant van 27 september werd melding gemaakt van sponsoring bij de landelijke publieke omroep. De krant had ook nog kunnen verwijzen naar de Wereldomroep. Deze zag begin dit jaar toekomst in het coproduceren van themaprogramma's met en voor overheden en maatschappelijke organisaties. De programmamakers liepen tegen deze plannen te hoop, maar het idee is nog niet van de agenda verdwenen.

De reacties van Kamerleden doen vrezen voor het politieke gelegenheidsantwoord: nog maar eens een wijziging van de Mediawet. Aan de orde is echter een breder belang, namelijk respect voor onafhankelijkheid van de media. In de verdediging van dit belang is niet alleen de publieke omroep een grote partij, maar ook de overheid.

De publieke omroep heeft als geen ander een kritische en opiniërende waakhondfunctie in de democratie. Deze functie wordt door sponsoring in de waagschaal gesteld, of het geld nu afkomstig is van bedrijven of van non-profitorganisaties. Nodig is tenminste een gedragscode, zoals geopperd door de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep. Ten eerste moet worden uitgesloten dat betalende derden direct de redactionele inhoud van programma's bepalen. Evenmin mogen sponsors op indirecte wijze bepalen welke onderwerpen en opvattingen in het geheel van de programmering aan bod komen. Het is onwenselijk wanneer degenen met de dikste portemonnee gemakkelijker hun belang onder de aandacht van kijkers en luisteraars kunnen brengen dan anderen.

Wanneer de publieke omroep afziet van alle vormen van sponsoring, is het fenomeen nog niet uit de wereld. Er is namelijk een andere grote partij betrokken: het legioen aan voorlichters dat werkzaam is bij ministeries en (gesubsidieerde) non-profitorganisaties. Waarschijnlijk zullen zij voortaan met commerciële omroepen en andere media samenwerken om redactionele aandacht te krijgen voor zwarte scholen (ministerie van Onderwijs), werkende moeders (ministerie van Sociale Zaken) of mobiliteit en ruimtelijke ordening (ministerie van Verkeer en Waterstaat).

Aan de zijde van de overheid kalft het respect voor de uitingsvrijheid gestaag af. En wij zijn zo verwend door de democratische rechtsstaat, dat we de bedreigingen ervan slecht waarnemen. Toch zijn die er.

Ten eerste: de commissie-Wallage adviseerde het kabinet in 2001 om offensiever overheidscampagnes te voeren. Eén van de aanbevelingen was om beleid in de media al aan de man brengen vóórdat de Tweede Kamer zich erover heeft uitgesproken. Ook zouden ministeries coproductie van televisie-amusement niet moeten schuwen. Sponsoring van informatieve programma's door ministeries is al langer gemeengoed. Beide aanbevelingen zijn – met kanttekeningen – overgenomen in de reactie van het toenmalige kabinet. Dit illustreert dat in de overheidscommunicatie de rekkelijken terrein winnen van de preciezen.

Ten tweede: politici die klagen over hijgerige of eenzijdige berichtgeving in de media zijn van alle tijden. Nieuw waren vorig jaar de dreigementen van de LPF, bij monde van haar fractievoorzitter Mat Herben, aan het adres van de publieke omroep wegens zijn vermeende linkse sympathieën.

Ten derde: het huidige kabinet vermindert de rijksbijdrage aan de publieke omroep met 80 miljoen euro. Het schendt het principe van financiële continuïteit gedurende de concessieperiode en wijzigt daarvoor de Mediawet. Nu vormt het economische klimaat de achtergrond. Gevreesd moet worden voor een kil democratisch klimaat, zoals in Italië, of voor conflicten tussen kabinet en publieke omroep, zoals in Groot-Brittannië. Het kabinet kan ook dan met groot gemak de geldkraan toe draaien in een – bewuste of onbewuste – poging om onwelgevallige berichtgeving af te straffen. En wat nog het meeste zorgen baart: zou het iemand opvallen?

Het advies aan de Tweede Kamerfracties luidt daarom om hun zuivere opvattingen over een onafhankelijke publieke omroep te verbinden aan zuivere opvattingen over overheidscommunicatie. Daarin past niet dat de overheid met de ene hand bezuinigt op de publieke omroep, en met de andere hand weer geld uitdeelt, maar dan met de opdracht om programma's te maken die ministeries bevallen.

Marit Vochteloo is secretaris Media van de Raad voor Cultuur.