Ford-drama doet denken aan Vilvoorde

De auto-industrie in België bloeit. Maar in Genk, waar Ford 3.000 man ontslaat, dreigt het doek te vallen.

,,Het is een onaanvaardbare handelwijze van de directie. Dit is tegen alle afspraken in.'' Premier Guy Verhofstadt kon gisteren weinig meer doen dan wat stampvoeten na de aankondiging van de Europese Ford-directie dat bij de fabrieken in Genk volgend jaar 3.000 van de 9.000 arbeidsplaatsen verdwijnen. De Belgische premier had de directeur van Ford-Europa, Lewis Booth, op zijn kantoor ,,ontboden'', maar hij kreeg zelfs niet de garantie dat Ford-Genk in 2006 het nieuwe Mondeo-model mag assembleren. Dat heeft bij regering en vakbonden de vrees vergroot dat Ford-Genk op termijn helemaal verdwijnt. Voor Verhofstadt is het banenverlies in Genk een zware politieke tegenvaller, want hij beloofde na de recente verkiezingen in de komende vier jaar 200.000 extra banen, onder meer door loonkostenverlaging.

In Limburg komt de klap heel hard aan. Ford-Genk was het voorbeeld van een geslaagde economische conversie. Wegens de Limburgse mijnsluitingen was er vanaf de jaren zestig federaal en Europees subsidiegeld beschikbaar om Ford, dat in Antwerpen te weinig ruimte had, naar Genk te lokken met ook een ruim aanbod aan geschoolde werknemers en een gunstige ligging aan het Albertkanaal. Op het hoogtepunt telde Ford-Genk 14.000 werknemers.

In 1998 moesten al eens 2300 werknemers afvloeien, maar tegelijk werd ruim een half miljard euro geïnvesteerd in fabrieksaanpassingen. Mede op initiatief van de gemeente investeerde de Limburgse Conversie Maatschappij in 1999 nog in een infrastructuur voor hoogwaardige toeleveranciers rond de autofabriek, die hun onderdelen via een geautomatiseerd lopende-band-systeem `just in time' naar de productieplaats brengen. Bij deze toeleveranciers werken 3.000 tot 4.000 mensen, die ook vrezen voor hun baan.

Afgelopen zomer had Ford nog bevestigd dat in Genk 900 miljoen euro zou worden geïnvesteerd om de produktielijn verder te flexibiliseren, waardoor naast de Mondeo ook de Focus en de Galaxy en konden worden geproduceerd. De Vlaamse overheid stond met 50 miljoen euro subsidie klaar. De Focus zal nu in Saarlouis of Valencia worden gebouwd. En over andere modellen moet nog worden beslist. Begin vorig jaar kondigde Ford-Genk de afvloeiing van

1.400 mensen aan, omdat de productie van de Transit naar Turkije gaat.

Het banenverlies bij Ford-Genk roept in België herinneringen op aan de sluiting in 1997 van Renault in het Vlaams-Brabantse Vilvoorde. Volgens deskundigen gaat de vergelijking niet op. In de regio van Vilvoorde kon door de economische diversificatie zelfs het banenverlies bij het faillissement van luchtvaartmaatschappij Sabena worden opgevangen. In Limburg is nog 30 procent van de beroepsbevolking afhankelijk van de industrie, die na de mijnsluitingen kon groeien. De provincie staat mogelijk voor een nieuwe conversie. België produceert met de assemblagefabrieken van Ford, Opel, Volvo en VW meer dan een miljoen auto's per jaar. Bij Opel in Antwerpen, Volvo in Gent en VW in Vorst wordt nog in de productie van nieuwe modellen geïnvesteerd. Bij Ford lijkt dan ook sprake van specifieke problemen. Volvo-Gent (onderdeel van Ford) zoekt zelfs 700 nieuwe werknemers. Maar volgens woordvoerder Marc de Mey zijn na eerdere campagne ,,slechts twee mensen'' van Ford-Genk in dienst gekomen. Limburgers blijken nogal honkvast. ,,We staan nog steeds open voor mensen uit Genk'', aldus De Mey.