De paus, de pil en de pensioenen

Wet dolce vita van de Italiaanse vroeggepensioneerden heeft zijn langste tijd gehad nu het pensioen met 57 jaar op den duur wordt afgeschaft. De Italianen zijn tot het inzicht gekomen dat genereuze pensioenvoorzieningen betaald uit de staatskas niet samengaan met gedaalde geboortecijfers. Deze situatie beperkt zich niet tot Italië, overal in Europa staan de pensioenstelsels onder druk. Ook in Nederland. Al lijkt de schuchtere maatregel waarmee het kabinet-B2 is gekomen versobering van het prepensioen en afschaffing van de VUT al weer onderuitgehaald. Weliswaar verloopt het verzet in Nederland via het polderieke `najaarsoverleg' en niet met stakingen, zoals in Frankrijk en Italië, maar het effect is hetzelfde. Ingrepen worden afgeremd en de bevolking blijft in de waan dat de pensioenen veilig zijn gesteld.

De pensioencrisis is net zo onvermijdelijk als het tikken van de klok. Het collectieve pensioenstelsel in Europa is namelijk gebaseerd op het beginsel dat jongeren betalen voor ouderen. Het is een omslagstelsel, een model dat de Duitse kanselier Bismarck tegen het einde van de 19de eeuw heeft geïntroduceerd voor de sociale zekerheid. Zolang de aanwas van betalers groter is dan die van de ontvangers, werkt zo'n stelsel fantastisch. Maar het is niet bestand tegen de demografische omslag die zich in de afgelopen dertig jaar heeft voorgedaan. De Italiaanse mamma, de traditionele moeder met een sleep kinderen achter zich aan, bestaat alleen nog maar in zwartwitfilms. Jonge generaties Italiaanse vrouwen combineren een sociaal leven met werk en een gezin en vrije tijd en ze vinden één, hooguit twee kinderen meer dan genoeg.

Het gevolg is een implosie van de grote Italiaanse familie. En Italië kent niet eens het laagste vruchtbaarheidscijfer van Europa. In alle Europese landen bevinden de geboortecijfers zich onder het natuurlijke vervangingsniveau van gemiddeld 2,1 kind per vrouw. Dit betekent dat landen de komende decennia niet alleen met vergrijzing te maken zullen krijgen, maar met een langs natuurlijke weg krimpende bevolking.

Deze demografische omslag gaat terug naar het midden van de jaren zestig, toen de anticonceptiepil werd geïntroduceerd. Na een aarzelende start veroorzaakte de pil een ommekeer in de samenleving die zijn weerga in de geschiedenis van de menselijke voortplanting niet kent. De beheersing van de vruchtbaarheid betekende veel meer dan de seksuele revolutie, de bevrijding van de vrouw en de opmars van vrouwen in het maatschappelijke leven. Het was de omkering van het vaste demografische gegeven van een gestaag groeiende bevolking.

De doorbraak van de pil viel in de tijd samen met het bereiken van de leeftijd waarop de naoorlogse geboortegolvers kinderen begonnen te krijgen. Het demografische effect is hierdoor dubbel: de babyboomers zorgen voor een grijze golf én voor minder nakomelingen. Voor pensioensystemen die zijn gebaseerd op het Bismarckiaanse omslagstelsel is dat het equivalent van een gat onder de waterlinie van de Titanic.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw waren bevolkingspolitiek en geboortebeperking progressieve onderwerpen. De neo-malthusiaanse bond was een vrijzinnige beweging van liberalen en socialisten met de grootste aanhang in protestantse landen. De rooms-katholieke kerk verzette zich daarentegen tegen kunstmatige ingrepen in de vruchtbaarheid. In België bestond jarenlang de Almanak der kroostrijke gezinnen, een blad dat Willem Elsschot aangreep voor zijn verhaal over Het Wereldtijdschrift. Vanaf de jaren zestig voerde het Vaticaan een felle campagne tegen de pil. Behalve in Afrika heeft de gelovige bevolking zich hier niets van aangetrokken. De Europese landen met een katholieke bevolking geven vanaf eind jaren zestig de spectaculairste daling van de geboortecijfers te zien. Italië, Spanje, Portugal, Slovenië, de Baltische landen, Oostenrijk, Polen, België allemaal hebben ze lagere geboortecijfers dan de overwegend niet-katholieke Noord- en Westeuropese landen, waaronder Nederland. (De enige uitzondering is Ierland).

De roomse kerkleer heeft de loskoppeling van seksualiteit en voortplanting door de dogmatische afwijzing van de beschikbaarheid van de pil alleen maar versterkt. Dat zal niet de bedoeling van de paus zijn geweest. Maar het averechtse resultaat van zijn vermaningen heeft vérstrekkende gevolgen. Niet alleen voor de betaalbaarheid van de pensioenstelsels. Italianen en Spanjaarden zijn in enkele generaties een uitstervende nationaliteit.

Hoe denkt Europa de demografische implosie aan te pakken? Regeringen maken schuchter een begin met versobering van de pensioenvoorzieningen om de kosten te beteugelen. Verhoging van de pensioenleeftijd, schrappen van regelingen om eerder te stoppen met werken, beperking van de fiscale aftrek van premies, verhoging van de premies, ontkoppeling van de AOW geen middel wordt geschuwd. Maar de maatregelen stuiten op tegenstand van de gevestigde macht van de vakbewegingen die zich verzetten tegen aantasting van `verworven rechten'. Dit is een gevecht tegen de tijd: pensioenpremies jagen de arbeidskosten omhoog, fiscale pensioenaftrek drukt op de begroting, een vergrijzende en op den duur krimpende bevolking geeft minder economische dynamiek en een structureel lagere economische groei. Aan de top gaan de uitgaven omhoog, aan de basis wordt de economie smaller.

De tijd is niet rijp voor een actieve bevolkingspolitiek. Of wellicht moet het besluit van het kabinet-B2 om de pil uit het ziekenfonds te doen, begrepen worden als een eerste, impliciete ontmoediging van geboortebeperking. Helaas is Haags beleid niet zo revolutionair. Men let op de centen, niet op de krenten.

rjanssen@nrc.nl