Stroomstoringen

Toen in augustus 50 miljoen Amerikanen in het donker kwamen te zitten door een stroomstoring, pochten sommige Europeanen dat zoiets aan deze kant van de Atlantische Oceaan nooit zou kunnen gebeuren. De stroomuitval van afgelopen weekeinde in Italië, en de storingen in Zweden en Denemarken in de week daarvoor, tonen aan hoezeer zij ongelijk hadden. Sommige critici houden de liberalisering verantwoordelijk voor de problemen; anderen menen dat zij te wijten zijn aan onvoldoende investeringen. Maar de echte schuldige is de slechte regulering.

De Europese elektriciteitsnetwerken zijn nationaal georganiseerd en onderling losjes verbonden door `transnationale relaisstations'. Sinds de liberalisering zijn er prijsverschillen ontstaan doordat verschillende landen hun markten niet allemaal even snel hebben gedereguleerd. Italiaanse elektriciteit kost bijvoorbeeld eenderde meer dan Nederlandse, die op haar beurt weer eenderde duurder is dan de Franse kernstroom. Handelaren en bedrijven strijken deze verschillen glad door energie over grote afstanden te transporteren via netwerken die daarop niet zijn berekend. Daarom kan een boomtak die op een Zwitserse stroomkabel in de Alpen valt zoveel schade veroorzaken in Italië. Uiteindelijk zullen de prijzen overal wel een nieuw evenwicht vinden, als de liberalisering eenmaal is afgerond. Maar intussen bevinden de systemen zich in een overgangsfase, met rampzalige gevolgen.

De eenvoudigste oplossing voor dit probleem is het bouwen van meer relaisstations. Maar dat is slechts een halve oplossing. Moet Italië echt 17 procent van zijn energie importeren over een woeste bergketen, en uit een land dat wellicht niet altijd zijn kernstroom zal blijven subsidiëren? Een oplossing voor de langere termijn is het bouwen van meer energiecentrales in landen die een energietekort hebben. Maar het is vaak heel lastig om nieuwe centrales te bouwen, omdat niemand ze in zijn achtertuin wil. Bovendien moeten er ook netwerken zijn die voldoende zijn uitgerust om energie over grote afstanden te transporteren, en daarvoor zijn stabiele regulerende regimes nodig die de benodigde investeringen bevorderen. Het uitvoeren van deze oplossingen mag niet al te moeilijk zijn, maar de stagnerende liberalisering van de Europese energiemarkt geeft een ander signaal. In geval van nood is er altijd nog een derde optie, die ook het meest drastisch is. Als de energie niet naar de mensen kan komen, is er maar één alternatief: dan verhuizen de mensen naar de plekken waar die energie wel voorhanden is.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.