Gelijkvormige Grande messe des morts van Berlioz

De Nederlandse Opera brengt zondag de scenische Nederlandse première van Berlioz' magnum opus Les Troyens. In het Concertgebouw brachten koor en orkest van de Koninklijke Munt uit Brussel gisteravond een concertante uitvoering van Berlioz' Grande messe des morts. Geheel toevallig is die concentratie aan Berlioz-activiteiten niet; hoewel tot nu relatief weinig opgemerkt, is 2003 een Berlioz-jaar, met op elf december de viering van diens tweehonderdste geboortedag.

De Grande messe des morts is niet zomaar een requiem, maar de maarschalk aller requiems. Zoals de naam al doet vermoeden, zette Berlioz grootse, idealiter zelfs podiumoverschrijdende middelen in. Als het aan hem had gelegen, werd de mis zelfs uitgevoerd door achthonderd musici en zangers. Nu waren dat er `maar' zo'n tweehonderd, maar met zijn vier koperfanfares in de zaaldeuren van het balkon en acht paukenparen blijft dit requiem ook in mini-bezetting een maxi-ervaring.

Bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest waagde Valery Gergjev zich in april ook al aan de Grande messe des morts. Die uitvoering liet door het gebrekkig aantal tutti-repetities – welgeteld één – aan verfijning te wensen over, maar ademde in sfeer en kleur desondanks de grandeur die Berlioz voor ogen moet hebben gestaan.

In verhouding tot Gergjev koos de Japanse chef-dirigent Kazushi Ono met koor en orkest van de Brusselse Muntschouwburg voor een voorzichtiger, meer doordachte en gerepeteerde, minder doorbloede benadering. In contouren ging Ono koor en orkest voor in een verzorgde visie met oor voor spanningsopbouw.

Maar de kracht van Berlioz ligt ook, en zelfs bij uitstek, in de op het scherpst van de snede gecomponeerde ritmiek, de kleurenrijkdom van zijn instrumentaties en het fijnzinnig korisch metselwerk.

Hoewel mooi van klank zong het koor van de Munt het a capella-deel Quaerens me erg wollig, en bleek de intonatie tussen koor en orkest in het Offertorium niet optimaal afgestemd. In het Dies irae – voor onfortuinlijk geplaceerden tussen de fanfares op het balkon letterlijk oorverdovend – werden zulke details gesmoord in het alom aanwezige klankpandemonium. Maar waar intensiteit moest voortkomen uit dynamisch reliëf en instrumentale contouren, omkleedde de Munt Berlioz' dodenmis in een wat ruimvallend kleed.

Bij de Munt was tenor Jonas Kaufmann vorig seizoen indrukwekkend slank en lenig van stem en leden in de titelrol van Berlioz' La damnation de Faust onder Kazushi Ono's voorganger, Antonio Pappano.

Kaufmann overtuigde nu in het Sanctus vooral met de zalvende schoonheid van zijn middenregister. Maar door Ono's gelijkvormige benadering van het op papier verstilde Sanctus en de extatische koorfuga Hosanna, was het ook hier alsof Berlioz' muzikale slagkracht de luisteraar slechts schampte.

Concert: Grande messe des morts van Hector Berlioz door de Koninklijke Munt te Brussel o.l.v. Kazushi Ono m.m.v. Jonas Kaufmann (tenor). Gehoord: 30/9 Concertgebouw, Amsterdam. Herh. 5/10 Paleis voor Schone Kunsten, Brussel.