Alleen Teun de Nooijer kan hockeycrisis bezweren

Hockeybondscoach Joost Bellaart ligt onder vuur en dreigt onder druk van de ontevreden spelersgroep te moeten opstappen. Een reconstructie.

Nee, het was géén karaktermoord. Mark Bouwman, voormalig coach van HGC en een van de weinige ingewijden die openlijk zijn mening durft te verkondigen, liet vorige week slechts zijn hart spreken toen hij Joost Bellaart en diens beleid op de hak nam. In het belang van het Nederlandse hockey en vanuit `een algemene verantwoordelijkheid tegenover de Nederlandse sportwereld'. `De huidige bondscoach is een man van grote gebaren en grootse woorden', schreef Bouwman op persoonlijke titel in het HGC-clubblad Het Gewei. Maar volgens hem niet de man die de hockeyploeg technisch en tactisch hogerop helpt, alle (schijn)successen ten spijt.

Leek Bouwmans ontboezeming vorige week nog een provocerende slag in de lucht, maandag bleek het HGC-geweten goed geluisterd te hebben naar alles wat er sinds het echec bij het Europees kampioenschap (vierde plaats) in de wandelgangen werd gezegd én gedacht. Eergisteren immers deden aanvoerder Jeroen Delmee en vice-captain Teun de Nooijer hun beklag bij vice-voorzitter Koos Formsma van de Nederlandse hockeybond (KNHB), verantwoordelijk voor de portefeuille tophockey. Kern van hun betoog: Bellaart heeft zijn krediet verspeeld binnen de selectie.

Dat mag zo zijn, maar in dat geval heeft ook een aantal spelers boter op het hoofd. Zij wisten wat voor type-coach zij met Bellaart binnenhaalden, of hadden dat op z'n minst moeten weten. Dat de `chemie' nu verdwenen is, mogen zij ook zichzelf aanrekenen. In de nasleep van de tumultueus verlopen Olympische Spelen in Sydney (2000), wonderwel afgesloten met de gouden medaille, gingen stemmen op om `hockeyprofessor' Maurits Hendriks aan de kant te schuiven ten faveure van `een coach met een menselijk gezicht'.

De bond honoreerde die hartenwens. Het was tijd voor wat Formsma ,,een people's manager'' noemde. Oftewel: voor iemand die ook en misschien wel vooral oog had voor de sfeer binnen de ploeg, en niet alleen maar achter het beeldscherm zat voor wedstrijdanalyses.

Maar Bellaart kreeg het niet alleen voor het zeggen. Want dat was volgens Formsma de gewichtige les van `Sydney': het vak van hockeybondscoach was tegenwoordig zo veelomvattend dat het ,,niet meer van deze tijd'' was om alle verantwoordelijkheden in handen van één persoon te leggen. Nee, het moest een driemanschap worden, met Bellaart als de ideale want joviale gangmaker.

De onvolprezen trojka kwam echter nooit van de grond. Bellaart trok in de praktijk alle macht naar zich toe. Een begrijpelijke reflex: hij kreeg van hogerhand een begeleidingsstaf opgedrongen, mensen die hij niet zelf had uitgezocht. Dat was een uiterst ongelukkige start, die toch al niet makkelijk was na het afscheid van vier gezichtsbepalende routiniers: aanvoerder Stephan Veen, doelman Ronald Jansen, `ijzervreter' Jacques Brinkman en `waterdrager' Wouter van Pelt.

Vorig jaar beging Bellaart zijn grootste fout. Na wat ongelukkige uitspraken van Delmee in de pers onder meer over zijn plaats als voorstopper besloot de coach maatregelen te nemen: hij zou de Bossche spelverdeler de aanvoerdersband ontnemen. Teun de Nooijer was de beoogde nieuwe captain. Vrijwel alle internationals waren op de hoogte van de op handen zijnde machtswisseling, behalve `slachtoffer' Delmee. Om onduidelijke redenen drukte Bellaart zijn voornemen uiteindelijk niet door.

Gaandeweg ontstond het beeld van een coach die zijn woorden niet nakwam, en daarnaast blijk gaf van weinig tactisch vernuft. Bellaart liet het `vuile werk' wijselijk over aan zijn assistenten, maar hij voerde intussen wel het hoogste woord en deed in de ogen van de meeste spelers niet waarvoor hij was aangesteld: vakkundig leiding geven. Hij maakte zich vooral druk over de beeldvorming in de media. Successen (tweemaal winst Champions Trophy) camoufleerden de onvrede. Dat de coach die al zo lang meeloopt in het hockey niet op de hoogte was van de irritaties, zoals hij gisteren vanuit Oman in deze krant wilde doen geloven, en vorige week dus `gewoon' op vakantie ging, getuigt van verontrustend weinig inzicht.

Een inschattingsfout was ook het op volle oorlogssterkte spelen van de Champions Trophy, zo vlak voor het EK waar olympische kwalificatie te verdienen was. Al is het de vraag of Bellaart dat aangerekend kan worden. De bond `dwong' hem tot een spagaat. Omdat de KNHB tegenover de hoofdsponsor (Rabobank) contractueel verplicht is elk jaar een toptoernooi in eigen land te organiseren, kwam de afmelding van de oorspronkelijke gastheer Engeland als geroepen. Expertise heeft de bond voldoende. De wereldhockeybond hoefde dan ook niet lang na te denken en wees het jaarlijkse zeslandentoernooi toe aan Amstelveen.

Wegens de overvolle kalender zat Bellaart vervolgens klem. Óf hij wist het niet óf hij wilde het niet weten, maar feit was dat de coach de keuze voor het spelen van twee toptoernooien binnen zo'n korte tijdspanne (vier weken) verantwoord achtte, zowel fysiek als mentaal. Te vuur en te zwaard verdedigde hij die beslissing. En passant kreeg Duitsland ervan langs. Hoe collega Bernhard Peters het in zijn hoofd had gehaald een B-ploeg naar de Champions Trophy te sturen? Een schande, riep Bellaart.

Maar intussen zit Peters zich thuis te verkneukelen in de wetenschap dat Duitsland al zeker is van olympische deelname, en Bellaart met de brokken na zijn naar verluidt ongepaste emotionele woede-uitbarsting bij het EK. Hoewel: alternatieven heeft de bond amper. Opnieuw gehoor geven aan de wensen van de spelersgroep tast bovendien de eigen geloofwaardigheid aan. Niet voor niets liet Formsma gisteren al weten dat ,,wij nooit voor spelers door de knieën gaan''. Dat belooft weinig goeds voor de muiters.

Een cruciale rol is volgende week, wanneer alle partijen aanschuiven voor crisisberaad, weggelegd voor de morele leider van de ploeg, sterspeler De Nooijer. Eén probleem: hij mag dan het hockeyende evenbeeld van Johan Cruijff zijn, een aanhanger van het door De Verlosser gepropageerde conflictmodel is de 27-jarige middenvelder niet. De Nooijer is een man van het compromis. Volgende week zal hij een keuze moeten maken. Hij heeft de sleutel in handen.