Wijken is zwak in Franse ogen

Met de overname van KLM door Air France krijgen de verschillen in cultuur volop aandacht. Fransen vinden dat afspraken voor anderen gelden; zijzelf mogen er de hand mee lichten.

,,Natuurlijk moeten we euthanasie niet bij wet regelen!'' roept Françoise, een vriendin die verpleegster is geweest, verontwaardigd door de telefoon. Vorige week doodde een Franse moeder haar volledig verlamde zoon, op diens nadrukkelijke verzoek. De tragische gebeurtenis heropende een nationaal debat over euthanasie. En wat is de bijdrage van Françoise? Geen ethiek. ,,Het is de schuld van de media en de moeder en haar zoon. Zijn artsen hadden allang een eind aan zijn leven gemaakt als de betrokkenen er het zwijgen toe hadden gedaan. Ik heb dat honderden keren meegemaakt, het is een systeem dat werkt. Het enige probleem was dat in dit geval de openbaarheid professionele hulp onmogelijk maakte.''

Typerende reactie. Nu de overname van KLM door Air France rond is, staan cultuurverschillen tussen Frankrijk en Nederland volop in de belangstelling. De observaties komen veelal neer op katholicisme versus protestantisme. Zo kwam in Frankrijk naar aanleiding van de door de moeder veroorzaakte dood van de verlamde jongen uiteraard de Nederlandse euthanasiewetgeving ter sprake. Een radiocommentator zei: ,,Het protestante Nederland wil de werkelijkheid onder ogen zien, vastleggen en regulariseren. Katholiek Frankrijk kijkt liever de andere kant op.'' De Franse premier Jean-Pierre Raffarin, die weigerde euthanasiewetgeving te overwegen, zei hetzelfde als de verpleegster en de commentator: ,,Specifieke gevallen kun je niet bij wet regelen''. Anders gezegd: doe het, maar praat er niet over.

Dit beladen voorbeeld kent talloze varianten in de dagelijkse omgang met Fransen. Wie aandringt op gedetailleerde afspraken, maakt zich min of meer belachelijk. Men kijkt je meewarig aan en zwijgt, of herhaalt het voorgaande, vrijblijvende voorstel. Heldere afspraken willen maken is in Franse ogen geen kwaliteit maar een blijk van wantrouwen en dus onhoffelijk. Ook vinden ze het irritant, want het dwingt hun zich vast te leggen. Dat houdt in dat ze een deel van de controle over een zich in de toekomst eventueel wijzigende situatie bij voorbaat uit handen geven. En als Fransen ergens een broertje dood aan hebben dan is het aan afstand doen van macht.

Die afkeer wortelt diep en uit zich in de kleinste dingen. Op de smalle stoepen van Parijs wordt niet geanticipeerd. De ander moet opzij. Het is een kwestie van macht, die zich ook bij de onvermijdelijke botsingen doet gelden. Je kunt je nog zo verontschuldigen, ook als je evident niet de oorzaak bent van de aanvaring wordt je vriendelijkheid beantwoord met een dodelijke blik. Men lijkt zich eenvoudigweg niet te kunnen permitteren toegeeflijk te zijn. Wat in Nederlandse ogen een teken van kracht is – inschikkelijkheid – is in Franse ogen zwakte. En valt er met euthanasie nog te marchanderen, niet met macht. De vaak besproken strikt hiërarchische verhoudingen op de Franse werkvloer zijn ernaar.

Het Franse denken is doordrenkt met `cartesiaanse logica', zo wordt gezegd. Men hoeft maar naar het granieten Franse standpunt in de kwestie-Irak te kijken om het daarmee eens te zijn. Er zijn volop gaten geschoten in de Amerikaanse en Britse visies en, in het vredeskamp, hebben de Duitsers anderzijds gezwalkt tussen bijna autistisch en besluiteloos pacifisme en geopolitiek opportunisme. De Fransen, daarentegen, hebben tot op heden geen lettergreep van hun oorspronkelijke, op het internationale volkenrecht gebaseerde argumentatie hoeven inslikken.

[Vervolg CULTUUR: pagina 15]

CULTUUR

Voor Fransen zijn dwarsliggers slechte vrienden

[Vervolg van pagina 13]

Maar het heldere Franse denken kent een keerzijde, of liever grenzen. De `katholieke' houding tegenover de euthanasiepraktijk heeft niets te maken met rechtszekerheid en alles met een onlogische verhouding met de werkelijkheid. Een andere grens is het eigen belang. Afspraken en regels zijn geldig zodra en zolang het anderen betreft. De Fransen, vinden ze zelf, hebben het recht er de hand mee te lichten – `uiteraard', zo stelde dagblad Libération onlangs nog ironisch.

De schending van het Stabiliteitspact is een actueel voorbeeld, dat voor KLM aanleiding had kunnen zijn voor enige terughoudendheid.

De Fransen volgden in deze kwestie een typerende gedragslijn. Eerst presenteerden ze koelbloedig het voldongen feit. We hebben een te hoog begrotingstekort – en so be it of, erger nog, so what? De aloude Franse machtspolitiek kreeg ruim baan. Maar toen het verzet in Europa (onder aanvoering van Nederland) groot bleek, werd het roer even gemakkelijk omgegooid. De staatssecretaris van begrotingszaken, die vermetel liet weten dat Frankrijk pas in 2006 zou gaan nadenken over terugdringing van het tekort en daarmee niet anders deed dan een eerdere uitspraak van premier Raffarin herhalen, werd in het openbaar op de vingers getikt. Hij was `niet op de hoogte' van het standpunt van de regering. Nee, misschien niet, maar hoe vreemd was dat? Die regering was inmiddels geruisloos en zonder de betrokken bewindsman daarin te kennen overgegaan op een dubbele strategie van én soebatten én pogen het Franse probleem dat van Europa te maken. Het grote Europese werkgelegenheidsplan dat president Chirac plotseling samen met bondskanselier Schröder uit de mouw toverde, was een teken van het laatste.

In Franse ogen zijn afspraken er om geschonden te worden. `Onder embargo' is een loos begrip in Frankrijk. Een uitgever gaat er terecht vanuit dat het embargo geschonden wordt. Van het laatste boek dat ik `als een van de weinigen' onder `strikt' embargo kreeg uitgereikt, had ik het eerste hoofdstuk nog niet uit, of het was al in alle kranten besproken. Zelfs uit de geheime ministerraad wordt wekelijks met letterlijke citaten en naam en toenaam geklapt. Staatshoofd en voorzitter Chirac heeft tijdens de laatste ministerraad met de vuist op tafel geslagen en geëist dat iedereen zich aan de regels van de geheimhouding houdt. Alle kranten maakten er melding van.

Ten aanzien van de schending van het Stabiliteitspact zeggen premier Raffarin en zijn minister van Financiën Francis Mer nu letterlijk: ,,We komen er heus wel uit''. Ze voegen daaraan een formule toe, waar Fransen het patent op hebben en waaraan het lastig weerstand bieden is: `met onze vrienden'. Onuitgesproken betekenis: dwarsliggers zijn slechte vrienden, aan ons ligt het niet. Maar die gemoedelijke benadering waarvoor de Fransen nu `gekozen' hebben, is afgedwongen. Door de overmacht `Europa'. Het verzet, waaraan de Nederlandse minister van Financiën Gerrit Zalm leiding gaf, heeft dus gewerkt. Maar in z'n eentje, met `logisch' redeneren op basis van afspraken, had Zalm niets kunnen uitrichten. Het is de vraag wat KLM, dat een belang van ongeveer 19 procent krijgt in de nieuwe holding met Air France, in dergelijke situaties kan doen.