Voltaire's Babylon

Waar kende ik die niet-westerse allochtoon toch van die de filosoof Herman Philipse zaterdag op de opiniepagina beschreef? Hij was in alles het tegendeel van de brave Nederlander. De niet-westerse allochtoon is loyaal aan zijn familie en aan zijn clan, maar niet aan een groter geheel. Hij aanvaardt het geweldsmonopolie van de overheid niet, omdat hij gewend is dat de clan zichzelf moet verdedigen. Hij vertrouwt de medemens niet als die van buiten zijn dorp komt en hij is geneigd om meineed, bedrog en valsheid in geschrifte als een plicht te zien als de belangen van de familie beschermd moeten worden tegen de buitenwereld. En bovenal is hij in de ban van een religie die de gewetensvrijheid van het individu een te kleine plaats geeft en de gelijkwaardigheid van man en vrouw miskent.

Ik weet niet veel van de islam, want daar ging het toch vooral om, maar het type dat hier getekend werd is me vertrouwd en omdat ik het artikel van Philipse in Italië las hoefde ik niet lang te denken hoe dat kwam. Zijn karakterisering kwam overeen met de traditionele beschrijving van de Italiaan.

De Italiaan wiens vaderland het dorp is waar zijn overgrootvader werd geboren. Hij kent geen enkele loyaliteit ten opzichte van de staat en als vanzelfsprekend licht hij de belasting op. Hij heeft van die staat ook weinig te verwachten en in het labyrint van de overheidsbureaucratie zal hij de papieren die hij nodig heeft alleen weten te verkrijgen als hij ergens achter een loket een dorpsgenoot vindt. Om het zogenaamde geweldsmonopolie van de overheid kan hij alleen maar lachen en als een Machiavelli is hij er van doordrongen dat leugen en bedrog soms een plicht kunnen zijn.

Machiavelli leefde lang geleden, maar Berlusconi leeft nu en hij bestuurt en berooft de staat alsof het een familiebedrijf is. Hij zegt dat hij het doet voor zijn kinderen, die gehecht zijn aan zijn imperium, en de Italianen misgunnen het hem nauwelijks, want de fraude die Berlusconi in het groot uitvoerde, bedrijven ze zelf in het klein. Zo wordt het altijd beschreven en als het waar is, zijn die Italianen net als de moslims waar Philipse het over had.

En misschien zijn de Nederlanders niet veel anders. Het land van de Verlichting dat Philipse beschreef, is een denkbeeldig Nederland. Een land waar de mensen elkaar en de overheid vertrouwen en waar de politici de schuld aan zichzelf geven als ze gefaald hebben, en niet aan anderen. Het is een land waar mensen die zich aan wetten en regels houden floreren, en niet het echte Nederland, waar de politie zegt dat inbraak `een zaak tussen de burgers onderling' is.

Het brave Nederland dat Philipse door de moslimimmigranten bedreigd ziet bestaat niet. Maar waarom doet hij dan alsof het wel bestaat? Het moet de invloed van Voltaire zijn.

Voltaire vermomde zijn kritiek op Frankrijk als kritiek op Babylon en als hij schreef over oosters despotisme, bedoelde hij de Franse koning. Het kan bijna niet anders of Philipse heeft het ook zo bedoeld. Hij treurt om de teloorgegane idealen van de Verlichting en net als bij Voltaire is de oosterling een metafoor voor onze verloedering.

Maar wat als de immigranten zijn satirische stijlvorm niet herkennen? Er wordt vaak gezegd dat ze maar weinig weten van Voltaire en van de Verlichting. Als ze Philipse te letterlijk nemen en als een brave inburgeraar zullen doen wat hij hun aanraadt, zullen ze niet meer op hun familie vertrouwen, maar op de overheid, de wet en de rechtschapenheid van de Nederlanders, en dan komen ze van een koude kermis thuis.