Vermisten in stoomketel opgegeven

De vier mensen die zich nog in de stoomketel van de Amercentrale bevinden, zijn opgegeven. ,,Ze hebben geen kans meer te worden gered'', zei burgemeester M. Meijer van Geertruidenberg gisteren.

De vermiste mannen zijn twee in Nederland wonende Turken en twee Amerikanen. Eén man is vannacht door een abseiler waargenomen op een hoogte van circa 20 meter. Maar hij geeft geen teken van leven meer. De vier mannen deden onderhoudswerkzaamheden binnen de ketel, toen de 65 meter hoge steiger waarop ze stonden, instortte. Twee lichtgewonde Amerikanen konden direct na het ongeval worden gered, een gewonde 19-jarige Turk werd gisterochtend vroeg bevrijd. Reddingsploegen haalden gisteren rond het middaguur een 45-jarige Amerikaan onder het puin vandaan. Ze deden dat door een gat te snijden in de stalen pijpenwand van de stoomketel.

Volgens burgemeester Meijer is meteen een aantal opties bekeken om de vermiste Amerikanen (45 en 46 jaar) en Turken (30 en 35 jaar) levend uit de ketel te halen. Weloverwogen onderzoek, zei Meijer, gevolgd door een second-opinion heeft ,,helaas'' uitgewezen dat het alléén mogelijk is het steigermateriaal ,,van boven af'' – op een hoogte van 45 meter – op te ruimen. ,,Dat wordt een langdurige operatie, van ten minste zeven dagen. De hulpverleners zullen met Abseilers, veel snijden en knippen maar enkele meters per dag opschieten.''

Beginnen met het verwijderen van de ravage op een niveau van 21 meter – daarboven bevinden zich geen slachtoffers meer – is ,,geen haalbare kaart'', vertelde Meijer, ,,omdat het risico bestaat dat dan het bovengedeelte instort en de reddingswerkers treft''. De burgemeester noemde de beslissing ,,de moeilijkste'' uit zijn loopbaan. Hij zei dat het gebruik van de modernste middelen (infrarood, camera's, speurhonden) er niet toe heeft geleid te ontdekken waar de mannen zich in de stoffige en verwrongen buizenmassa bevinden. Ook hulp van Belgische en Duitse collega's mocht niet baten.

J. Wassenaar, gezondheidsadviseur van de GGD, bevestigde dat de overlevingskansen van het viertal ,,vrijwel nihil'' zijn. Volgens hem kunnen gezonde mensen een aantal dagen zonder water en voedsel overleven. ,,Maar deze mannen liggen in een kluwen van staal, wellicht met ernstige verwondingen zoals inwendige bloedingen.''

Op de persconferentie werd burgemeester Meijer gevraagd of het niet verwonderlijk was dat ,,dure Amerikanen'' waren overgevlogen voor zo'n ,,eenvoudige onderhoudsbeurt''. Hij antwoordde dat over de klus niet te gemakkelijk moet worden gedacht. De vier Turkse Nederlanders, allen inwoners van Rotterdam, waren gritstralers. Maar de vier Amerikanen zijn ,,experts'', zei hij, die ,,specialistische kennis'' hebben op het gebied van lassen en keteltechniek.

Over de oorzaak van het ongeluk is nog niets bekendgemaakt. De Arbeidsinspectie is begonnen met een onderzoek naar het ongeval. Afhankelijk van de feiten die dit oplevert, volgt mogelijk een strafrechtelijk onderzoek.

Eigenaar van de Amercentrale is Essent, dat voor het onderhoud al jarenlang gebruik maakt van het internationale bedrijf Hertel. De Rotterdamse Hertel-vestiging uit de Botlek hield zich bezig met de Amercentrale. Volgens directeur Joost Knoll van Hertel-Botlek heeft het 100 procent dochterbedrijf Albuko de ingestorte steiger in Geertruidenberg aangelegd. Volgens Hertel bouwt Albuko al dertig jaar steigers.

Knoll stelt dat alle vereiste voorzorgsmaatregelen en protocollen zijn gevolgd. ,,Albuko maakt altijd een veiligheidsplan en alle medewerkers zijn gekwalificeerde steigerbouwers, die beschikken over de benodigde certificaten op het gebied van veiligheid.''

Werknemers die ervaring hebben met gritstralen hebben dezer dagen opgemerkt dat het weghalen van grit bij een ,,snelle klus'' wel eens wordt vergeten, waardoor een steiger te zwaar kan worden belast. Directeur Knoll wil daar niet op ingaan. Voor hem is het nog onduidelijk hoe het ongeluk in de Amercentrale kon gebeuren.