Servië-Kosovo: dialoog vol gevoeligheden

Midden oktober moet in Wenen een dialoog tussen Servië en Kosovo beginnen, de eerste sinds de Kosovo-oorlog van 1999. Er worden veel kopstukken opgetrommeld voor een bijeenkomst vol gevoeligheden.

Als Harri Holkeri, VN-bestuurder van Kosovo, zijn zin krijgt en het parlement van Kosovo donderdag niet moeilijk doet, komen op 14 oktober in Wenen héél veel prominenten bijeen voor het officiële begin van een dialoog tussen Kosovo en Servië. De president van de unie Servië en Montenegro, de premier van Servië, de president, de premier en de partijleiders van Kosovo, de leiders van de Servische minderheid in Kosovo – ze moeten er allemaal bij zijn. Harri Holkeri zelf is er natuurlijk bij, maar als hij zijn zin krijgt komen ook Javier Solana, buitenland- en veiligheidscoördinator van de EU, en eurocommissaris Chris Patten, en George Robertson moet komen, de vertrekkende baas van de NAVO, en liefst ook nog Jaap de Hoop Scheffer, de komende baas van de NAVO. En Benita Ferrero Waldner, natuurlijk, gastvrouw, minister van Buitenlandse Zaken van Oostenrijk.

Grote namen, veel kopstukken. Die pomp and circumstance staat haaks op de onderwerpen van gesprek, want dat zal gaan over zogenoemde technische kwesties, op het gebied van energie, veiligheid, verkeer en communicatie en vermiste personen. Het gaat over nummerborden en kadastergegevens. Die eerste zitting, op 14 oktober, duurt ook maar heel kort, zo meldde Harri Holkeri, er worden alleen maar wat standpunten uitgewisseld. Hij bedoelde (al zei hij het niet): het wordt eigenlijk slechts een bijeenkomst voor de fotografen.

Een beetje historisch wordt de dialoog over Kosovo natuurlijk wel: voor het eerst sinds de Kosovo-oorlog van 1999 – toen de Serviërs van Slobodan Miloševic Kosovo moesten ontruimen en er een VN-bewind werd gevestigd dat de Kosovaren in staat heeft gesteld een eigen parlement te kiezen en een eigen regering te vormen – praat dat Kosovaarse gezag direct met de Servische regering.

Het kostte moeite. Want de Kosovaren zitten niet verlegen om de dialoog met de Serviërs. Voor hen is de zaak uiterst simpel: ze willen niets meer met de Serviërs te maken hebben. Die zijn er in 1999 uitgegooid en ze mogen nooit meer terugkomen. Kosovo moet onafhankelijk worden, basta.

Voor de Serviërs ligt de zaak ook niet ingewikkeld: Kosovo is Servisch grondgebied. Resolutie 1244 van de Veiligheidsraad, de resolutie die in 1999 de aftocht van de Serviërs uit Kosovo, de intocht van de vredesmacht KFOR en de oprichting van het VN-gezag regelde, erkent dat expliciet. Niemand kan aan de Servische soevereiniteit tornen. Onafhankelijkheid? Geen sprake van. Autonomie, dat kunnen de Kosovaren krijgen, als het Servische gezag eenmaal wordt hersteld.

De internationale gemeenschap is ook na vier jaar nog niet bereid die knoop door te hakken. En dus mag vanaf 14 oktober in Wenen in die eerste dialoog over alles worden gepraat, over nummerborden en de wederzijdse erkenning van diploma's, over kadastergegevens en vluchtelingen – maar niet over het probleem dat beide partijen voor alles bezighoudt, de toekomstige status van Kosovo. Daarover, zo vindt de internationale gemeenschap, hebben de Servische en de Kosovaarse autoriteiten geen zeggenschap: daarover beslist alleen de Veiligheidsraad van de VN, te zijner tijd.

Ondanks die heldere afspraak verloopt de aanloop tot de dialoog van Wenen stroef – een afspiegeling van het gebrek aan animo. Zo meldden diverse Servische media deze week dat het parlement van Kosovo, dat donderdag moet instemmen met de dialoog in Wenen, die wil torpederen tenzij UNMIK, het VN-gezag, extra bevoegdheden overdraagt aan de Kosovaarse regering. Eigen ministeries van Justitie, Defensie, Binnen- en Buitenlandse Zaken willen de Kosovaren hebben, als `prijs' voor hun deelname aan de dialoog, plus de zeggenschap over de enclaves waar de Servische minderheid in Kosovo woont. De Kosovaren willen ook dat niet dat de Servische vice-premier Nebojša Covic – die in Belgrado het Kosovo-dossier beheert – de Servische delegatie in Wenen gaat leiden.

Er zitten aan de dialoog natuurlijk ook andere haken en ogen. De regering van Kosovo moet vrezen voor interne problemen, want in de ogen van de gewone Kosovaar komt praten met de Serviërs neer op een – volstrekt ongepast en onnodig – zwichten voor de wensen van de internationale gemeenschap. Geen wonder dat de politieke leiders zich op de valreep nog even verschuilen achter het parlement in Priština.

Ook de regering van Servië moet letten op de achterban: praten met de Kosovaren is praten met de afgevaardigden van een separatistische provincie. Zijn akkoorden, zelfs over luttele zaken als nummerborden, geen impliciete erkenning van de gelijkwaardige status van Kosovo? En moeten trouwens de hoogste leiders van Servië op voet van gelijkheid rond de tafel zitten met de leiders van die weggelopen regio (inclusief Hashim Thaçi, ex-leider van het rebellenleger UÇK)? Wordt Ibrahim Rugova, president van Kosovo, niet opeens gelijkwaardig als hij straks in Wenen een hand krijgt van president Svetozar Marovic van de unie Servië-Montenegro?