Moorden in Bosnië in Servië bestraft

In Servië zijn gisteren vier Serviërs – van wie twee bij verstek – veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen wegens oorlogsmisdaden, gepleegd tijdens de oorlog in Bosnië.

Het was het eerste vonnis van deze aard sinds in Servië in juli een speciale openbare aanklager voor oorlogsmisdaden werd geïnstalleerd.

In oktober 1992 hielden Servische paramilitairen een bus aan die vanuit Servië op weg was naar Bosnië. Ze bevalen zestien moslims – vijftien mannen en een vrouw – uit de bus te stappen. Zij werden naar een motel gebracht, uitgekleed en gemarteld. Later diezelfde dag werden ze vanuit het motel naar de nabijgelegen Bosnische stad Višegrad gebracht en met messen en vuurwapens vermoord. De lijken werden in de Drina gegooid. Ze zijn nooit gevonden.

De daders maakten deel uit van een militie die zich De Wrekers noemde. Deze militie, die in en rond Višegrad opereerde, is tijdens de Bosnische oorlog berucht geworden door haar extreme wreedheid tegen niet-Serviërs. De zestien moslims die in oktober 1992 uit de bus werden gehaald kwamen overigens zelf niet uit Bosnië, maar uit het Servische dorp Sjeverin; ze werkten wel in Bosnië.

De daders werden in het Joegoslavië van president Slobodan Miloševic nooit vervolgd, ook al was hun identiteit bekend: de massamoord vond plaats in het bijzijn van veel getuigen. Pas na Miloševic' val in oktober 2000 nam de Servische justitie de eerste maatregelen. In januari van dit jaar begon het proces tegen de vier. Twee van de beklaagden, Milan Lukic – die overigens ook door het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag wordt gezocht wegens een reeks oorlogsmisdaden – en Oliver Kršmanovic, doken onder en zijn nog altijd voortvluchtig. Zij werden gisteren bij verstek tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld.

De twee anderen, Djordje Sevic en Dragutin Dragicevic, die wel in de rechtszaal verschenen, kregen gisteren straffen van respectievelijk vijftien en twintig jaar gevangenisstraf. Zij ontkenden overigens elke schuld. Beiden werden vorig jaar gearresteerd. Ze kunnen nog in hoger beroep gaan, maar of ze dat doen is onduidelijk.

Lukic wordt verdacht betrokken te zijn geweest bij een soortgelijke massamoord in een ander dorp op de Servisch-Bosnische grens, in oktober 1993. Daarbij werden twintig Servische moslims ontvoerd en vermoord.

Nataša Kandic, hoofd van een prominente mensenrechtenorganisatie, zei gisteren dat het vonnis ,,geen recht doet'' omdat ,,er geen aandacht was voor de commando-verantwoordelijkheid''. ,,Hier wordt verhuld dat de staat zelf in wezen verantwoordelijk was'', zo zei ze.