Minder sponsoring omroep

Het financieren van radio- en televisieprogramma's door ministeries wordt aan banden gelegd. Ook instellingen en bestuursorganen die door de overheid worden gesubsidieerd, moeten zich beperken in het meebetalen aan programma's.

Premier Balkenende doet hierover binnenkort een voorstel, dat volgende maand door de ministerraad wordt behandeld, aldus een woordvoerder van de premier.

De nieuwe regeling wordt een aanscherping van de al bestaande `richtlijn coproducties'. Omdat departementen die richtlijn onvoldoende zijn nagekomen, kondigde toenmalig premier Kok in juli vorig jaar al per brief aan de Tweede Kamer aan dat hij de Voorlichtingsraad had gevraagd de richtlijn aan te scherpen.

Op advies van de Voorlichtingsraad, waarin de directeuren voorlichting van de departementen zitten, staat in het voorstel van Balkenende dat ook aan de rijksoverheid gelieerde en gesubsidieerde organisaties onder de werking van de richtlijn worden gebracht. Balkenende was zelf tot 17 november 2001 vice-voorzitter van de NCRV.

Omdat de richtlijn niet geldt voor agentschappen, zelfstandige bestuursorganen en gesubsidieerde verenigingen en stichtingen, komen nu programma's tot stand met meer dan 50 procent overheidsgeld. De bestaande richtlijn verbiedt departementen meer dan de helft van de kosten van een programma te betalen. Departementen hebben zich hieraan overigens niet altijd gehouden.

In de nieuwe regeling worden tevens hogere eisen gesteld aan de motivaties om bij te dragen aan programma's. Toenmalig premier Kok meldde de Kamer vorig jaar dat bij geen van de door de departementen meebetaalde programma's het doel van de betrokkenheid van de overheid was gemotiveerd. Dat was wel verplicht.

De Tweede Kamer wordt dit najaar ook geïnformeerd over het aantal producties waaraan departementen afgelopen jaar hebben meebetaald. Sinds enkele jaren krijgt de Tweede Kamer jaarlijks een overzicht van de zogenoemde coproducties. [Vervolg VRAGEN: pagina 3]

VRAGEN

Controle parlement sterker

[Vervolg van pagina 1] Dat moet de parlementaire controle op de betrokkenheid van de rijksoverheid bij radio- en televisieprogramma's mogelijk maken.

Uit een onderzoek van NRC Handelsblad, naar de bijdragen van derden aan programma's van de publieke omroep, blijkt dat departementen sinds 2001 voor zo'n acht miljoen euro hebben bijgedragen aan 45 producties en projecten van de publieke omroepen. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OC&W) levert met bijna 2,7 miljoen euro de grootste bijdrage aan individuele televisie- en radioprogramma's. Tweede is het ministerie van Verkeer en Waterstaat (1,5 miljoen euro).

Een van de programma's, die voor meer dan 50 procent betaald is uit overheidssubsidies, is de televisietalkshow Vaders! van de AVRO. Het ministerie van Sociale Zaken, Werkgelegenheid sponsorde met 688.197 euro Vaders! als onderdeel van de overheidscampagne `Mannen in de hoofdrol'. Het ministerie voegde daar nog eens eenzelfde bedrag uit het EQUAL-programma van het Europees Sociaal Fonds (ESF) aan toe.

Onder de nieuwe, aangescherpte richtlijn gaan ook educatieve programma's vallen. Dat was tot nu toe niet het geval. Teleac en RVU, die samen Educom vormen, lieten de afgelopen drie jaar veel educatieve programma's (mee) betalen door departementen. Vooral hetministerie van OC&W trad veelvudlig op als financier. Tegelijk ontvingen Teleac en RVU ook nog geld van organisaties die op hun beurt weer gesubsidieerd worden door ministeries.

De nieuwe richtlijn spreekt overigens niet over een beperking van de geldelijke steun die derden geven aan redacties zelf. Een voorbeeld is de Stichting Weten die, met subsidie van verschillende ministeries, de kosten voor wetenschapsredacteuren betaalt.

De woordvoerder van de raad van bestuur van de Publieke Omroep, Kees Groothuis, is maandag met onmiddellijke ingang opgestapt. Volgens de Publieke Omroep is hij vertrokken omdat er ,,belangrijke verschillen van inzicht zijn tussen Groothuis en de raad van bestuur over de wijze waarop communicatiebeleid moet worden ingevuld.''

WWW.NRC.NL: dossier Publieke omroep