KLM in Franse handen

WAS ER IETS HOLLANDSER dan de KLM? De molens en de kaas en het Delfts blauw misschien, maar voor velen is de Koninklijke Luchtvaartmaatschappij NV toch altijd hét symbool van de nationale identiteit geweest. Het handige ondernemerschap van Plesman, de expansiedrift na de oorlog en de innige band met de overheid gaven de onderneming het extra cachet dat nodig is om het gewone van de commercie te ontstijgen en opgenomen te worden in de harten van het volk.

Maar mooie gevoelens zijn anno 2003 niet veel waard in de internationale luchtvaart. Een minderheid van de KLM-passagiers is tegenwoordig Nederlands. Wie kiest bovendien nog voor een dure KLM-vlucht als men voor 56 euro met een prijsstunter naar Madrid kan vliegen? Het `blauwe gevoel' is er in aanleg nog wel, maar maakt direct plaats voor een calculerender sentiment als het op het kopen van een ticket aankomt. Luchtvaart is overleven in een semi-permanente crisis die beheerst wordt door concurrentie, aanslagen, ziektes, overcapaciteit en conjuncturele neergang.

Om die kwalen te bestrijden zoeken luchtvaartondernemingen hun heil in toenemende mate bij elkaar. Voor het samengaan van Air France en KLM, vandaag officieel bekendgemaakt, is dan ook veel te zeggen. De twee bedrijven vormen opgeteld de grootste luchtvaartmaatschappij van Europa, daarmee aantrekkelijke schaal- en kostenvoordelen scheppend. Van een fusie is evenwel geen sprake. Het aanzienlijk grotere Air France, tot vandaag voor meer dan de helft een (verzelfstandigd) staatsbedrijf, neemt de KLM over. Beide concerns blijven als naam en merk bestaan, maar dat doet niets af aan de essentie: de KLM wordt een soort dochteronderneming van Air France. In de Franse bedrijfscultuur zal dit op termijn zijn uitwerking niet missen, wat voor garanties ook zijn afgegeven. De Fransen zijn de baas en zullen uit die positie het onderste uit de kan halen.

ONDER GUNSTIGE OMSTANDIGHEDEN kunnen passagiers en aandeelhouders van KLM en Air France profiteren van de vandaag gesloten overeenkomst. Maar garanties voor succes zijn er allerminst. Het samengaan van de nationale carriers Swissair en Sabena liep uit op een ramp en geldt nog steeds als schoolvoorbeeld van hoe het niet moet: verspeeld geld, verspilde energie en de goede naam naar de knoppen. Afgewacht moet worden of in de Frans-Nederlandse deal de afwegingen zorgvuldig zijn geweest. Voor de KLM-directie is het niet de eerste keer dat de voor- en nadelen van een fusie of overneming moesten worden doorgenomen. Tot drie keer toe ketste een voorgenomen samengaan af: twee keer met British Airways en één keer met Alitalia. Iedere keer was de nationale identiteit – in het bijzonder de internationale start- en landingsrechten – het grote struikelblok. In dit geval was het niet anders. Bovendien speelde als belangrijk punt de positie van Schiphol mee. Voor zowel de ingewikkelde zaak met de landingsrechten als voor de nationale luchthaven zijn garanties verkregen. Dat klinkt mooier dan het is. Niets is voor eeuwig. De positie van Schiphol is voor de komende acht jaar zeker gesteld, maar daarna is alles weer open. Schiphols tomeloze en omstreden groei kan wel eens door de overname van KLM tot staan worden gebracht.

JUIST DEZER DAGEN begint in Washington een belangrijk overleg tussen de VS en de Europese Unie over een gezamenlijke `Open Sky'-overeenkomst. Die moet het hele nationale gedoe met landingsrechten overbodig maken en de gesegmenteerde en aan alle kanten gereguleerde luchtvaart blootstellen aan de `tucht van de markt'. Dat is hard nodig. De prijzen zijn nog steeds te hoog; de bemoeienis van nationale overheden bij `hun' luchtvaartmaatschappijen is te groot. Het is goed dat daarin verandering komt. De klant zal er uiteindelijk baat bij hebben. De overneming van de KLM zal hier en daar leiden tot gekwetste nationale sentimenten. De teloorgang van de scheepsbouw en Fokker; Hoogovens, Endemol en KLM in buitenlandse handen – het is het onvermijdelijke gevolg van de mondialisering van de economie. Die heeft haar zegeningen en haar plagen en biedt weinig ruimte voor gevoelens van nationale trots.