`Integratie was jaren te vrijblijvend'

Tien jaar geleden was al duidelijk dat de integratie van allochtonen tekortschoot. Dat bleek gisteren tijdens de parlementaire verhoren over het integratiebeleid.

Veertig jaar lang hebben we allochtonen niet aangesproken op hun plichten, hen niet gestimuleerd om te participeren in de samenleving. Daarom zitten we nu met ,,verkrampte bestuurders'' die spreken over gedwongen spreiding en ,,wrokkige burgers'' die het de overheid kwalijk nemen dat er niet naar hen is geluisterd. Dat zei P. Scheffer, publicist en hoogleraar grootstedelijke problematiek aan de Universiteit van Amsterdam, gisteren tegen de parlementaire commissie die het integratiebeleid van de afgelopen dertig jaar onderzoekt. ,,Ongestuurde integratie'' noemde Scheffer het, waarvan de gevolgen ,,zeer ingrijpend' zijn. ,,De netto-opbrengst van integratie is te verwaarlozen'', aldus de Amsterdamse hoogleraar. ,,De baten zijn niet groter dan de kosten.''

Naast Scheffer werden gisteren ook H. Entzinger, hoogleraar migratie- en integratiestudies aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, gehoord en A. van der Zwan, voormalig hoogleraar ondernemingsbeleid aan dezelfde universiteit. De twee waren in 1979 en 1989 betrokken bij baanbrekende rapporten van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over allochtonen.

Van der Zwan sloeg dezelfde toon aan als Scheffer: ,,Elke nuancering dat het wel meevalt, is niet aan mij besteed.'' Entzinger was milder. Volgens hem zijn ,,de noties van verzuiling'', de verwachting van emancipatie in eigen kring, ,,te lichtvaardig op migranten toegepast.'' De urgentie van het vraagstuk is lange tijd ,,onvoldoende door de politiek opgemerkt''. Maar hij vindt de huidige frustratie en onvrede over het falen van de integratie overtrokken.

Van der Zwan stak in rap tempo zijn verhaal af en liet zich daarbij niet hinderen door zijn ondervrager, commissielid I. van Gent (GroenLinks). ,,Allochtonen worden nu gestigmatiseerd omdat we hen nooit hebben gedwongen in te burgeren.'' Ruim tien jaar na dato toonde Van der Zwan zich nog steeds teleurgesteld ,,dat de politiek begin jaren negentig geen actie ondernam om de integratie van etnische minderheden te stimuleren''. Terwijl officiële rapporten volgens hem aantoonden dat de integratie van allochtonen niet goed liep, en dat daar maatschappelijke onrust over bestond.

Van der Zwan, inmiddels zelfstandig adviseur, bracht in herinnering dat wijlen minister Dales (Binnenlandse Zaken) in 1992 een maatschappelijk debat over minderheden lanceerde. ,,De uitkomst was een witboek, een compilatie van de achterstandspositie van allochtonen die de keerzijde van het beleid blootlegde.''

Samen met Entzinger kreeg Van der Zwan in 1994 van de huidige VVD-leider Van Aartsen, destijds secretaris-generaal op Binnenlandse Zaken, opdracht het concept van verplichte inburgering te ontwikkelen voor de formatie van Paars I. ,,Maar het inburgeringconcept kwam verwaterd in het regeerakkoord. De politiek durfde het niet aan om sancties op te leggen. Een dergelijk beleid zou niet passen in de Nederlandse verhoudingen.'' Van der Zwan hekelde het eerst Paarse kabinet ook wat betreft de aanpak van de werkloosheid onder allochtonen. ,,Terwijl altijd is beweerd dat de arbeidsmarkt de sleutel tot integratie is, slaagde men er zelfs in een periode met een overspannen arbeidsmarkt niet in om allochtonen met hun geringe kwalificaties aan een baan te helpen.'' Ook is volgens hem niet adequaat gereageerd op de criminaliteit onder allochtone jongeren, waardoor de hele groep nu wordt gestigmatiseerd.

Scheffer, bekend van zijn essay Het multiculturele drama uit 2000, schetste gisteren een somber beeld van de huidige stand van zaken: ,,De sociale ongelijkheid en de sociaal-culturele segregatie is toegenomen.'' Hij toonde zich bezorgd over de tweede generatie allochtonen, die ,,een zwakke schakel blijken te zijn''. ,,Velen blijven hangen in de achterstandspositie.'' Opmerkelijk vindt hij het dat het aantal contacten dat allochtonen buiten de eigen groepen hebben, de laatste tien jaar is afgenomen.

Scheffer zei blij te zijn met het onderzoek naar integratie ,,omdat hierdoor de vertrouwenscrisis tussen kiezers en gekozenen ter discussie staat''. Hij had wel kritiek op de aanpak van het onderzoek. Volgens hem was het beter geweest om een groep wetenschappers bij elkaar te zetten en hun opdracht te geven een integratiemonitor te ontwikkelen. Een van de indicatoren van integratie is volgens hem de mate van contact tussen allochtonen en autochtonen.