Herkansing voor Bot

In zekere zin gaat de gepensioneerde diplomaat Ben Bot met zijn aanstaande benoeming tot minister van Buitenlandse Zaken dadelijk een herkansing na 22 jaar beleven. Want Bot stond in 1981, toen de jonge diplomaat De Hoop Scheffer persoonlijk secretaris van de minister was, al als CDA-kandidaat voor een staatssecretariaat op Buitenlandse Zaken (onder PvdA-minister Van der Stoel) genoteerd.

Namelijk op een lijstje voor de zittende (en komende) premier Van Agt en fractieleider Lubbers dat de toenmalige invloedrijke fractiespecialist en adviseur Mommersteeg op hun verzoek had gemaakt. Behalve de toen 43-jarige Bot, wiens vader Theo tussen 1959 en 1967 staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, minister van Onderwijs en minister voor Ontwikkelingssamenwerking was geweest, stonden op dat lijstje onder meer ook de namen hoog van de destijds 45-jarige fractiespecialist Hans van den Broek en veiligheidsdeskundige Henk Neuman. De kiezers hadden het eerste kabinet-Van Agt (1977-'81) zijn kleine meerderheid laten verliezen en het CDA en de PvdA veroordeeld tot een coalitie die het tweede kabinet-Van Agt (1981-'82) moest dragen en waaraan ook D66 meedeed. Dat kabinet zou als een `vechtkabinet' de geschiedenis ingaan. Van Agt en PvdA-leider Den Uyl konden slecht met elkaar overweg en hun partijen verschilden over zeer veel kwesties zeer hevig van mening. De politiek meest delicate kwestie was de vraag of er in Nederland, conform de termen van het NAVO-dubbelbesluit van eind 1979, ooit kruisraketten zouden mogen (moeten) worden geplaatst. De PvdA, die het rakettenvraagstuk mede als polarisatiewapen tegen het CDA hanteerde, wees die plaatsing onder alle omstandigheden en voor alle tijden vierkant af. Het flink verdeelde CDA aarzelde, het wilde in het regeerakkoord zeker niet zo'n categorisch nee opnemen. Maar, als gezegd, de partijen waren tot een coalitie veroordeeld en dus moest er een list worden verzonnen. Wat gelukte. Afgesproken werd dat Nederland niets zou ondernemen dat kon worden gezien als stap in de richting van plaatsing, anders zouden de PvdA-ministers het kabinet meteen verlaten. Dit idiote akkoord verfijnde de op Defensie belande D66'er Van Mierlo even later door voor even een uiterst subtiel en politiek bruikbaar verschil aanvaard te krijgen tussen `passieve' en `actieve' voorbereiding op plaatsing. Daar was elders in de NAVO niemand opgekomen, maar ze hadden ook niet overal zulke afspraken en zo'n Van Mierlo. Nu terug naar dat lijstje-Mommersteeg. Daarvan waren de namen Bot en Neuman verdwenen zodra dat eigensoortige regeerakkoord beklonken was. Wie werd staatssecretaris en in 1982, toen het eerste kabinet-Lubbers aantrad, ook minister? Inderdaad: Van den Broek (tot 1993). En wie diende Van den Broek in die jaren, en nadien Kooijmans, Van Mierlo en Van Aartsen, als diplomaat? Inderdaad: Bot. Als secretaris-generaal op het ministerie, als ambassadeur in Turkije en als permanent vertegenwoordiger bij de EU. Wedden dat Van den Broek dezer dagen veel waardering zal uitspreken voor de aankomende minister?

Ook overigens belooft de politieke herkansing van Bot, die in de AOW-leeftijd op het hoogste niveau debuteert, wel wat. Hij heeft niet alleen grote Europese ervaring en kennis maar op grond daarvan ook uitgesproken opvattingen. Het is denkbaar dat hij dat in voorkomende gevallen ook de CDA-top zal laten merken. In een voor zijn doen openhartig interview met Elsevier maakte hij er een jaar of zes geleden geen geheim van dat premier Lubbers en vice-premier Kok eind 1992 op een EU-top in Edinburgh nogal ruimhartig hadden onderhandeld over de meerjarenfinanciering van de Unie. Bot legde daarbij ook nog een verband met Lubbers' uiteindelijk mislukte kandidatuur voor het voorzitterschap van de Europese Commissie.

Maar voor de echte politieke spanning op Bots beleidsterrein zal de VVD gaan zorgen. Meer in het bijzonder zal fractieleider Jozias van Aartsen dat doen, de politieke dualist die van 1998 tot 2002 minister op Buitenlandse Zaken was en voor wie Bot als EU-ambassadeur heeft gewerkt. De liberale fractieleider heeft het onderhandelingsresultaat dat tot nu toe is bereikt in de Europese Conventie, de grondslag voor de Intergouvernementele Conferentie (IGC) over een Europese grondwet die deze week begint, scherp gekritiseerd (en daarmee ook VVD-staatssecretaris Nicolaï van Europese Zaken). Hij eist een veel beter resultaat in de IGC en heeft zijn partij, inclusief de VVD-fracties in de Tweede en Eerste Kamer, tegen de zin van lijsttrekker Zalm en het CDA weten te winnen voor het houden van een raadgevend referendum over de Europese grondwet, liefst samenvallend met de Europese verkiezingen (10 juni 2004). Dat zou wel eens ingewikkeld kunnen worden. Want de IGC-onderhandelingen zouden uiterlijk 22 april 2004 afgerond moeten zijn om het technisch nog mogelijk te maken op 10 juni een referendum over het resultaat, de Europese grondwet dus, te houden. Hetgeen betekent dat, gezien de vereiste unanimiteit, uiterlijk 22 april ook de handtekening van de Nederlandse regering onder dat IGC-stuk moet staan. Wat doet de VVD dan, wijst zij dat stuk af, terwijl een parlementaire meerderheid het aanvaardt? En adviseert zij, nog steeds als regeringspartij, vervolgens aan de referendum-deelnemers om tegen het verdrag te stemmen? Wie dat allemaal gelooft, mag het zeggen. Of zou het zo gaan dat de VVD volgend voorjaar, vlak voor 22 april, wel kritiek op het IGC-resultaat uitspreekt maar zegt er toch verbeteringen in te zien. Net genoeg voor groen licht in het parlement? Maar net niet genoeg voor een hartelijke aanbeveling aan de referendum-deelnemers?

Daar komt nog iets bij: de toetredingsdatum van de nieuwe EU-leden volgend jaar is bepaald op 1 mei. Die datum valt moeilijk te veranderen, terwijl de nieuwe toetreders bovendien uiterlijk op die dag het IGC-resultaat, waarover zijzelf hebben meeonderhandeld, moeten kennen.

Wat zou de VVD vervolgens prefereren: dat alleen in Nederland, of in hoogstens nog één ander EU-land, de EU-grondwet per referendum wordt verworpen en Brussel na een spijtbetuiging kan doormarcheren langs het uitgezette pad? Of dat referenda in vijf à zes EU-staten straks negatief uitvallen en de Europese grondwet van de baan is?