Deel Kamer wil meer grip op Kabinet Koningin

Premier Balkenende doet onvoldoende om de speelruimte van het Kabinet der Koningin aan banden te leggen. Dat vinden de Tweede-Kamerfracties van PvdA, D66, SP en GroenLinks. De Kamer behandelt morgen, met de begroting van het ministerie van Algemene Zaken, een proeve van Koninklijk Besluit (KB) over het Kabinet der Koningin.

In dat KB wordt weliswaar de directeur van het Kabinet der Koningin opgedragen elke keer dat zijn instelling iets doet waarbij de ministeriële verantwoordelijkheid in het geding is, de minister die het aangaat daarover te informeren. Maar de regering ziet ervan af om, zoals in maart in de door alle Kamerfracties gesteunde motie-Kalsbeek was geopperd, het Kabinet der Koningin onder te brengen op de begroting van Algemene Zaken (AZ) en daarmee onder de verantwoordelijkheid van de minister-president. In een brief aan de Kamer schrijft premier Balkenende dat hij dit ongewenst acht, daar het afbreuk zou doen aan de ,,eigenstandige'' positie van de koning(in) binnen de regering. AZ dient de minister-president, het Kabinet der Koningin het staatshoofd, vindt Balkenende. De twee kunnen daarom niet in één organisatie worden ondergebracht. In het kabinetsvoorstel blijft het Kabinet der Koningin ressorteren onder hoofdstuk II van de rijksbegroting, waaronder ook de hoge colleges van staat vallen, en dat wordt getekend door de minister van Binnenlandse Zaken.

Aan de vooravond van het Kamerdebat kunnen alleen CDA en SGP zich in die visie vinden. LPF en ChristenUnie weten het nog niet. Kalsbeek (PvdA) vindt het ,,tamelijk onlogisch'' dat het Kabinet der Koningin niet op de begroting van AZ staat, daar immers de minister-president de eerst aangewezene is om ministeriële verantwoordelijkheid voor het staatshoofd te nemen. In het voorstel, meent zij, wordt voor het Kabinet der Koningin een ,,status aparte'' ingeruimd. Dittrich (D66) acht het voorstel van Balkenende eveneens ,,te mager''. Bij de VVD leven soortgelijke gedachten, in afwachting van een definitief standpunt van de fractie.

De thans voorliggende proeve van het KB is een uitvloeisel van het Kamerdebat over de kwestie-Margarita op 12 maart dit jaar. Daarin bleek dat het Kabinet der Koningin de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD, thans AIVD) opdracht had gegeven tot een antecedentenonderzoek naar de echtgenoot van prinses Margarita, zonder dat de betrokken ministers daarvan op de hoogte waren geweest. Het kabinet nam toen de motie-Kalsbeek over, waarin gevraagd werd ervoor te zorgen dat het optreden van het Kabinet der Koningin ,,ten volle'' onder de ministeriële verantwoordelijkheid zou worden gebracht.

Van Bommel (SP) juicht het toe dat de directeur van het Kabinet der Koningin nu de plicht krijgt steeds de ,,minister die het aangaat'' te informeren, maar vraagt zich af welke mogelijkheden een minister heeft als hij daden van het Kabinet niet kan billijken. Vendrik (GroenLinks) meent dat Balkenende een ,,schijnoplossing'' aandraagt, omdat de minister-president wel de volle verantwoordelijkheid moet nemen voor het optreden van het staatshoofd, maar niet over alles wordt geïnformeerd.