Ben Bot is weer terug in Europa

De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Bernard Bot, verwierf als diplomaat in Brussel grote autoriteit als onvermoeibaar werker die geen blad voor de mond nam.

Drie weken geleden beschouwde hij het ministerschap van Buitenlandse Zaken nog als een fata morgana, zei dr. Bernard (Ben) Bot (65) vanochtend in de entreehal van het ministerie van Algemene Zaken. ,,Maar zeker is dat je van tijd tot tijd in een fata morgana belandt.'' Bot was zojuist gevraagd door minister-president Balkenende om per 3 december aanstaande minister van Buitenlandse Zaken te worden. Hij was daar ,,met zeer veel enthousiasme'' op ingegaan.

Begin dit jaar nog besloot Bot om na een glansrijke diplomatieke carrière in Brussel lobbyist te worden, als partner van het bureau Praaning Meines Consultancy Group. ,,Zo houd ik mijzelf van de straat'', verklaarde hij. Dat Nederland aanvankelijk niet stond te springen om de uitzonderlijke kennis van de gepensioneerde Bot verder te gebruiken, verwerkte hij net zo schouderophalend als wanneer hij als diplomaat moest vaststellen dat de Nederlandse regering een van zijn adviezen naast zich neerlegde.

De onvermoeibare werker Bot voelde er niet voor om thuis te gaan zitten en in een zwart gat te vallen. Hij besloot zijn enorme Europese diplomatieke, politieke en ambtelijke netwerk te gebruiken als lobyist voor grote ondernemingen. Zonder auto met chauffeur maakte hij kennis met de Brusselse metro. Met beduidend minder verplichte lunches en diners dan hij tien jaar als Nederlands permanent vertegenwoordiger (ambassadeur) bij de Europese Unie had, moest hij zich als recent weduwnaar bovendien de beslommeringen van een eenpersoonshuishouden eigen maken.

Bot werd in 1937 geboren in Batavia als zoon van de bestuursambtenaar Theo Bot, die in de jaren zestig minister was van achtereenvolgens Onderwijs en Ontwikkelingssamenwerking. Als kind werd hij door de Japanners geïnterneerd in het kamp Tjideng. Tegenover Elsevier zei hij begin dit jaar hierover: ,,Toen ik als negenjarig jochie terugkwam, kon ik niet lezen en schrijven. Ik kon helemaal niets. Mijn grootvader, die onderwijzer was, heeft me door de eerste studiejaren heen gesleept.'' Met die studie kwam het uiteindelijk helemaal goed. Bot promoveerde in Leiden cum laude tot doctor in de rechtsgeleerdheid.

Het lobbyisme is uiteindelijk in Bots carrière slechts een intermezzo geworden. Slechts één keer eerder had hij een functie die hij achteraf ook als intermezzo heeft afgedaan. Dat was toen hij van 1989 tot 1992 secretaris-generaal was van hetzelfde ministerie van Buitenlandse Zaken waar hij nu als minister terugkeert. Bot was altijd zijdelings betrokken bij zijn politieke partij: het CDA. Zo maakte hij na de verkiezingsnederlaag van 1994 deel uit van het zogeheten Strategisch Beraad van het CDA, waarvan ook premier Balkenende (toen nog directeur van het wetenschappelijk bureau) en de huidige minister van Justitie Donner lid waren.

Als EU-ambassadeur had Bot de leiding over een staf met vertegenwoordigers van alle Nederlandse ministeries. Hij was enerzijds een autoriteit en liet aan de andere kant zijn medewerkers veel vrijheid. Daarmee bouwde hij bij hen grote loyaliteit op.

Over de positie van Nederland heeft Bot enkele vaste ideeën. De eerste is dat de relatie met de Verenigde Staten voor alles gaat, omdat de realisering van een gemeenschappelijk Europees buitenlands- en defensiebeleid nog zeker tientallen jaren gaat kosten. Het tweede is dat Nederland binnen Europa moet trachten zich bij Duitsland aan te sluiten. Dat weerhoudt hem er echter niet van om kritisch te praten over de president van de Verenigde Staten of de Duitse bondskanselier. Hij ziet niet op tegen een flinke snier over het gedrag van regeringsleiders of om de betiteling van een minister van Buitenlandse Zaken als ,,een volkomen idioot''. Als ambassadeur in Brussel verwachtte hij niet dat anderen uit vriendelijkheid Nederland hielpen, maar vond hij dat voor het Nederlands belang gevochten moest worden.

De benoeming van Bot tot minister van Buitenlandse Zaken wordt naar verwachting in ieder geval in Turkije met enthousiasme begroet. Sinds Bot in de jaren tachtig ambassadeur in Ankara was, heeft hij de reputatie een vriend van dat land te zijn. Bot is in ieder geval zeer kritisch over Duitse christen-democraten die zich niet aan oude afspraken over een toekomstig Turks lidmaatschap van de EU willen houden. Bot is er altijd voorstander van geweest gewoon te kijken of Turkije aan de voorwaarden voor het lidmaatschap voldoet en dit land niet van de EU te vervreemden. Dat kan volgend jaar belangrijk worden, wanneer onder Nederlands EU-voorzitterschap besloten moet worden of onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de EU kunnen beginnen.

Bot geldt als charmant en cynisch. Dat eerste gaf hij vanochtend in de hal van Algemene Zaken toe. Maar cynisch? Nee. ,,Ik heb wel de neiging zaken die schijnbaar vastliggen te kantelen. Het denken over dingen te herdenken. Als dat cynisch is, ben ik cynisch.'' Bot vindt ook niet dat hij `eigengereid' is, zoals in de afgelopen weken van geruchten en `namen noemen' wel is opgemerkt. ,,Men noemt men misschien eigengereid omdat ik mijn mening over bepaalde onderwerpen had. Maar ik heb altijd in laatste instantie de lijn van de politiek gevolgd.''

Bot wilde vanochtend geen vragen beantwoorden die betrekking hadden op zijn toekomstig politiek functioneren. ,,Ik zit in de wachtkamer'', aldus Bot. En hij typeerde de verslaggevers die bleven doorvragen als ,,een stel dartele dolfijnen die mij mee willen trekken naar de diepzee. Ik blijf echter nog even op het warme strand staan.''

Terugkijkend op zijn jeugd in het Jappenkamp zei Bot eerder tegen Elsevier: ,,Je wordt streetwise met zo'n jeugd. Maar ik heb er een groot vooruitgangsgeloof aan overgehouden. Geluk moet je pakken.''

Met medewerking van Frank Vermeulen