Beleid zonder geheugen

In de nota `Kennis, Innovatie, Meedoen. Beleid begrotingssubsidies Volksgezondheid Welzijn Sport (VWS)', wordt het nieuwe subsidiebeleid beschreven. Een beleid dat, zo valt in het stuk te lezen, aansluit bij het streven van het kabinet om de eigen verantwoordelijkheid van de burgers te vergroten. In deze tijd waarin velen zeggen dat de dingen maar eens bij de naam genoemd moeten worden, maakt dergelijke taal vast grote indruk. Eigen verantwoordelijkheid. Wie behalve natuurlijk de verstokte aanhangers van de linkse kerk, kan daar nu op tegen zijn? Geen mens zit te wachten op slappe, passieve, vegeterende burgers die hun handje ophouden. En al helemaal niemand zit te wachten op gesubsidieerde organisaties waarin dergelijke lieden zich verschuilen en verzamelen. Dicht die geldkraan dus. Weg met, zoals het in de keurige taal van de nota heet, subsidies voor kleine, specifieke doelgroepen met activiteiten op het terrein van jeugd, sport en maatschappelijke hulpverlening. Stoppen met of zwaar korten van subsidies waarvan de omvang op historische gronden berust. En zo geschiedde. Op de lijst van door deze bezuinigingen getroffen organisaties staan vele namen waaronder die van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie, Scouting Nederland, de Federatie van Klootschieters en Kogelwerpers en de Pinkster Jeugdbeweging. Ongetwijfeld zijn de bezuinigingsmaatregelen voor ieder van deze clubs dramatisch. De eerlijkheid gebiedt mij evenwel te zeggen dat ik me niet al te lang druk heb gemaakt om het bedreigde voortbestaan van bijvoorbeeld de Nederlandse Katholieke Sportfederatie of de Koninklijke Nederlandse Kaats Bond, hoe sympathiek ik het ook vind dat dergelijke clubs bestaan en hoe zorgwekkend en getuigend van weinig beschaving ik het ook vind dat organisaties die in zekere zin de vrolijke franje van de maatschappij vormen, vrijwel geheel van overheidssteun verstoken blijven.

Waar ik wel zeer van geschrokken, om niet te zeggen geschokt door ben, is dat de in 1946 opgerichte Stichting Joods Maatschappelijk Werk (JMW) zo zwaar door de bezuinigingen getroffen wordt. Dat men ondanks het feit dat in `Kennis, Innovatie, Meedoen' wordt aangegeven dat specifieke aandacht voor de groep van oorlogsgetroffenen prioriteit heeft, in het geheel geen boodschap wenst te hebben aan de bijzondere status die het JMW gezien de geschiedenis van de jodenvervolging in Nederland zou moeten hebben. Dat een organisatie die toch onbetwistbaar een basisvoorziening is in joods Nederland 15 procent van de Nederlandse joden doet jaarlijks een beroep op het JMW en daarvan is meer dan driekwart voor 1945 geboren wordt onttakeld als was het de eerste de beste speeltuinvereniging.

Dat gaat als volgt. De subsidie waarvan het JMW grotendeels afhankelijk is, bestaat sinds jaar en dag uit twee delen. Het ene deel is bestemd voor het maatschappelijk werk dat wordt verricht ten bate van de joodse gemeenschap. Dit deel wordt in 2004 volledig geschrapt. Het andere deel is gereserveerd voor maatschappelijk werk ten bate van joodse oorlogsgetroffenen en hierop wordt volgend jaar met 10 procent, meer dan 62.000 euro gekort. Een doorwrochte onderbouwing voor het elimineren van meer dan de helft van het totale JMW is in `Kennis, Innovatie en Meedoen', niet te vinden. De keuze voor het afschaffen van het eerste deel van de subsidie is ook niet op basis van een grondige inventarisatie en doorlichting van de subsidierelaties te verdedigen. De scheiding tussen de twee delen is namelijk niet door JMW gemaakt maar ooit door VWS zelf om interne administratieve redenen. Over dit punt alleen al zouden de beleidsmakers zich kapot moeten schamen. Wat een gemakzuchtige legalistische manier van werken is dit (en de geschiedenis leert dat gemakzuchtig legalisme de joden in Nederland al eerder veel schade heeft berokkend).

Het gevolg van dit van ieder historisch besef gespeend beleid is, zoals het JMW gisteren in een reactie voor deze krant aangaf, dat de stichting voortaan alleen nog hulp aan oorlogsslachtoffers kan bieden en al het overige maatschappelijk werk voor joden zal moeten staken. Dat lijkt evident en in het vertoog zoals dat in de nota van VWS wordt gehanteerd zelfs een goede en nuttige beperking. In werkelijkheid betekent dit alles dat het JMW en de joden die zij helpen en vertegenwoordigen, door het subsidiebeleid van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in een heel strikte en klassieke slachtofferrol worden vastgezet, ja zelfs gegijzeld. Slachtoffer mag je zijn, daarvoor willen we voorlopig nog wel betalen (al is het tot 10 procent minder). Het is, zo luidt de boodschap van de beleidsmakers evenwel niet de bedoeling dat u zich gelijktijdig met de hulp aan deze slachtoffers, bezighoudt met de doordenking van de joodse identiteit en cultuur in Nederland. Dat het mogelijk heilzaam en hoopgevend voor oorlogsgetroffenen zou kunnen zijn dat er na het geleden verlies en de voortdurende pijn, ook dingen worden opgebouwd en er goed voor toekomstige generaties wordt gezorgd, wordt niet overdacht. Daarnaast wordt het klaarblijkelijk niet van belang geacht dat er door het JMW pogingen worden gedaan om een in de oorlogsjaren gedeeltelijk geëlimineerde cultuur (geëlimineerd terwijl de meeste Nederlandse niet-joden het hoofd afwendden) weer op te laten bloeien en in een vertrouwde veiligheid verder te ontwikkelen. Voor dat soort zaken heeft de overheid geen geld meer over. Hoe zeer dit alles ook in het teken staat van de drie speerpunten van het beleid van VWS: kennis, innovatie en meedoen.

Dat dit laatste niet wordt gezien en onderkend is een teken aan de wand. Een teken dat het mogelijk niet lang meer duurt voordat op de golven van de tendens dat `er nu eens dingen gezegd moeten kunnen worden' zal worden gezegd dat subsidie aan het JMW alleen maar voortkomt uit een achterhaald schuldgevoel gepredikt door alweer de linkse kerk over de jodenvervolging. Een stapje verder en het is opeens bon ton om de hele geschiedenis van de jodenvervolging maar te vergeten. Om lacherig te doen over een organisatie als het JMW zoals men ook zou grinniken om de lotgevallen van de Nederlandse Knikker Federatie als die zou bestaan. De dag dat dit gebeurt wordt de Nederlandse samenleving nog vele malen armer dan zij nu al zonder al die subsidies is. Ik vrees dat die dag nabij is.