Au revoir, lokale held, arrivederci

Van alle beweende iconen is KLM wel dé tranentrekker.

De overname van `onze' nationale luchtvaartmaatschappij door Air France, een geprivatiseerd staatsbedrijf, is een nieuwe aflevering in een lange lijst nationale kampioenen die het alleen niet konden bolwerken en in buitenlandse handen vielen. Of die bankroet gingen, zoals Fokker. Of die gesloten worden, zoals werf Van der Giessen-de Noord.

De personenauto's van wat ooit DAF was lopen nu van een lopende band die in Duits-Japanse handen is. De productie van de DAF-trucks is in handen van een Amerikaanse eigenaar. Hoogovens, een voorbeeld van industriële zelfvoorziening en de naoorlogse wederopbouw, moet het nu doen met een Britse eigenaar. En dan zijn er nog de kleinere grote namen uit de Hollands glorie historie, zoals sleper Wijsmuller en vatenfabriek Van Leer. Endemol, onze nationale tv-producent is Spaans, ID-TV is Brits.

De serie buitenlandse overnames onderstreept dat nationale identiteit wél culturele waarde heeft, maar dat topmanagers zich daar niets van aantrekken. Als nationale grenzen wegvallen, zoals in staal, vliegerij en telefoondiensten, staan lokale helden uit kleine landen altijd op een achterstand. Hun thuismarkt, hun vanzelfsprekende eerste en laatste afzetgebied, is te klein om de concurrentieslag met partijen uit grote landen vol te houden.

Hoe diepgaander en intensiever de overheidsbemoeienis, hoe trager het fusie- en overnameproces verloopt. Bij het bouwen van personenauto's en vrachtwagens zagen overheden nooit een taak, zo verdween DAF als eerste nationaal icoon. Staal was decennia een bedrijfstak vol overheidsinvloed, zo kon Hoogovens het tot 1999 zelfstandig uithouden, voordat in een overname door British Steel werd toegestemd.

Dat KLM zich nu na talloze mislukkingen echt aansluit bij een buitenlandse partner onderstreept de gewijzigde verhoudingen tussen markt en nationale staten in de luchtvaart. De markteconomie speelt daar eigenlijk pas een rol sinds de opmars van de goedkope populaire vliegers à la Easyjet.

De kunstmatig hoge prijzen van kaartjes worden nu weggeconcurreerd. Overheden trekken zich terug als aandeelhouder. De eerste faillissementen geven een schok: Swissair, Sabena. Niet toevallig firma's uit twee kleine landen.

Dat KLM en Air France (en straks wellicht ook Alitalia) kunnen schitteren met een krachtenbundeling en bijbehorende kostenvoordelen, iets wat in de luchtvaart nooit voorkwam, geeft vooral aan dat de sector zich altijd kon onttrekken aan de regels van marktwerking.

Na KLM resteert nog een voormalig overheidsbedrijf, dat zich op een kleine thuismarkt moet handhaven terwijl nationale barrières verdwijnen. KPN.