Atelier D bezuinigt op mannen in `De Vuurtoren'

Schots en scheef staan ze op het toneel: tientallen stoelen, mooi en lelijk, stijf en minder stijf. Het zouden de zetels kunnen zijn van de vele gasten die de hoofdpersoon steeds ontvangt. Mrs. Ramsay, heldin uit Virginia Woolfs roman To the Lighthouse, resideert in een buitenverblijf niet ver van de kust waarvan de deuren voor familie en vrienden altijd wijd open staan. Maar in de voorstelling Naar de vuurtoren, die Atelier D. maakte naar Virgina Woolfs in 1927 verschenen boek, zijn die gasten onzichtbaar en haast alle stoelen leeg. Slechts twee zijn er in gebruik, hardnekkig, en wel de hele avond.

Op de ene stoel zit Mrs. Ramsay, gespeeld door Maureen Teeuwen. Op de andere stoel zit Lily Briscoe, gespeeld door Stella Denier van der Gon. Mrs. Ramsay is huisvrouw en moeder van acht kinderen, Lily Briscoe is schilderes en een van de huisvrienden. Ze probeert de `missis' en haar huis in olieverf op haar doeken te vatten, maar het schiet niet op. Verwoed zoekt de kunstenares naar de kern – van de vrouw tegenover haar, van de levende dingen, van haar eigen wezen. Haar affectie voor de oudere dame verlangt naar een samensmelting. Iets, waar ook die dame op uit is. Een ogenblik lang vlijt de ene actrice haar hoofd op de knieën van de andere: het toppunt van intimiteit en in deze voorstelling het onbetwiste hoogtepunt.

Meer is er in Naar de vuurtoren van Atelier D. eigenlijk niet te zien. Het object uit de titel is in geen velden of wegen te bekennen, en ook niet in de zee. De olieverf komt niet in beeld en de beweging van het schilderen evenmin: door al het gezit en dat ook nog eens zonder attributen ontbreekt de dynamiek. En door de afstand tussen beide bezette stoelen ontbreekt de interactie.

Dat is in overeenstemming met Virgina Woolfs idee van het zelden doorbroken menselijke isolement, het idee van: iedereen op zijn eigen eiland. Maar het is ook saai. Regisseuse Nienke Rooijakkers deelde Woolfs rijk geweven tekst op in een paar lange monologen waarbij weinig gebeurt. Wanneer de een spreekt luistert de ander eerbiedig, en ook het publiek wordt geacht eerbiedig te luisteren. Soms lukt dat min of meer, bijvoorbeeld in de hoofd-op-de-knieën-scène. Maar meestal lukt het niet. Wat aan mij kan liggen. Of misschien toch aan iets anders.

Rooijakkers maakte al eerder theaterstukken op basis van literaire teksten zoals de bewerkingen van Taal zonder mij (naar Kristien Hemmerechts) en Geel Behang (van Charlotte Perkins Gilman). Wat dat betreft past Vuurtoren in een ontwikkeling. Maar een sobere regie als deze redt het alleen als de tekst wordt ondersteund met eersteklas acteerwerk, met gezichten en lichamen die duizend-en-een emoties weten uit te drukken. Hier is dat niet het geval. Van der Gon en Teeuwen kunnen vertwijfeling mimen en slimheid en tederheid, maar verder komen ze niet.

Bovendien ontbreken de gasten. En nog iemand: een man. Juist het feministische Atelier D. had niet op mannen mogen bezuinigen. Want nu, met alleen twee vrouwen, blijft Woolfs filosofie van het voelende denken (Lily Brescoe, Mrs. Ramsey) versus het logische denken (Mr. Ramsey, geschrapt) buiten beschouwing. Waarmee een van de pijlers onder het bouwsel vandaan is getrokken. Blijft over: droog debiteertoneel met hier en daar een vlaag van schoonheid.

Voorstelling: Naar de vuurtoren, naar Virginia Woolf, door Atelier D. Regie: Nienke Rooijakkers. Gezien: 19/9 Toneelschuur, Haarlem. Tournee t/m 18/11 en in maart. Inl 020-624 8473 of www.atelierd.nl