`Als je slaven slecht behandelt, lopen ze weg'

Moren maken de dienst uit in de woestijnstaat Mauretanië. Ze houden zwarten als slaaf.

Kapitein Moulay, officier in het Mauretaanse leger, heeft een groot gezin, dus ook veel personeel. In zijn villa in de hoofdstad Nouakchott werken daarom allerlei zwarte kindermeisjes. De kapitein zelf is niet zwart, vindt hijzelf: hij is een moor en in Mauretanië noemen die zich blank. ,,Mijn familie heeft Arabische wortels'', zegt Moulay, die in een blauwe boubou met gouden borduursels op de bank zit. ,,En je weet: het blanke ras is superieur aan het zwarte ras. Daar is weinig discussie over mogelijk.'' Veel andere moren delen dat idee.

Wit versus zwart, de rassentegenstellingen in het West-Afrikaanse Mauretanië doen sterk denken aan de apartheid in Zuid-Afrika. Blanke moren die ongeveer veertig procent van de bevolking vormen bezetten alle belangrijke functies in de drie miljoen inwoners tellende woestijnstaat. Vrijwel alle ministers zijn moren, net als de leiders van grote ondernemingen. Voor de zestig procent van negroïde afkomst resten meestal alleen maar baantjes in dienst van de blanke meesters.

,,Het verschil met de apartheid is dat we hier geen duidelijke rassenscheiding kennen'', zegt de historicus Birane Wane, een zwarte Mauretaniër die werkt aan de universiteit van Nouakchott. ,,De achterstelling is hier even erg, maar minder goed zichtbaar.''

Aparte restaurants voor zwarten en blanken zijn er niet in Mauretanië en op straat zie je de twee huidskleuren vaak gebroederlijk naast elkaar lopen. Maar huwelijken tussen zwarten en blanken komen nauwelijks voor. En op een monument ter nagedachtenis aan de Mauretaanse slachtoffers van de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Fransen, in de woestijn ten noordoosten van de hoofdstad, staan blanke en zwarte slachtoffers vermeld in twee aparte rijen. De blanken in de eerste rij.

Na de mislukte staatsgreep van juni die niets met rassentegenstellingen te maken had, benoemde president Maaouiya ould Taya voor het eerst in de geschiedenis een zwarte premier. De president kreeg daarvoor applaus in het buitenland, maar in Mauretanië zelf waren de reacties minder enthousiast. De nieuwe premier wordt beschouwd als een marionet. ,,Voor het zelfbewustzijn van de zwarten is deze benoeming misschien een doorbraak'', zegt Moussa ould Hamed, hoofdredacteur van het weekblad Le Calame. ,,Maar hun situatie zal door deze benoeming niet verbeteren.''

Hoe gespannen de relaties tussen de twee bevolkingsgroepen zijn, bleek in 1989 toen in Mauretanië hevige rassenrellen uitbraken. Aanleiding was de moord op twee zwarten waarvan moren de schuld kregen. Toen zwarten overal in het land eigendommen van blanken begonnen te plunderen, greep het leger in. Bij de gevechten kwamen naar schatting 5.000 mensen om het leven. Tienduizenden zwarten sloegen op de vlucht naar het buurland Senegal.

Dat blanken zich verheven voelen, blijkt ook uit het voortbestaan van slavernij. Hoewel ze sinds 1981 officieel verboden is, bestaat ze nog altijd. Volgens de semi-clandestiene anti-slavernijorganisatie SOS-esclaves leven nog steeds enkele tienduizenden zwarten als lijfeigenen. Veel families zijn al generaties lang slaaf. De kinderen van slaven nemen het werk van hun ouders over. Het omgekeerde – blanken die als slaaf voor zwarten werken – komt niet voor.

Moren hebben al eeuwenlang een reputatie als slavenhandelaren. Regelmatig namen zij in het huidige zuiden van Mauretanië leden van zwarte bevolkingsgroepen als Peul, Wolof en Soninke gevangen. Een gedeelte van de buit dreven ze als vee dwars door de Sahara naar het noorden, waarna ze op slavenmarkten in Marokko en Algerije werden verkocht. De rest hielden ze voor eigen gebruik, bijvoorbeeld als hulp in de huishouding of als hoeder van vee.

,,In de praktijk is slavernij helemaal niet zo erg'', beweert timmerman Jamal Abdelahy uit de provinciestad Ayoun al-Atrous. Abdelahy geeft zonder omwegen toe dat in zijn woonplaats tientallen zwarte slaven worden gehouden maar hij benadrukt dat ze meestal goed worden behandeld. ,,Als je slaven slecht behandelt, lopen ze weg en moet je andere zoeken. Dat wil je als eigenaar voorkomen, want een huishoudelijke hulp met een vast salaris kost uiteindelijk veel meer geld.''

Veel slaven en ex-slaven werken al zo lang voor moorse families dat ze cultureel volledig zijn geassimileerd. Vandaar ook dat ze bekend staan als `zwarte moren', haratin. Vaak weten ze nog wel tot welk volk hun voorouders behoorden, maar de taal van deze volken zijn ze meestal volledig vergeten. Het Arabisch van de moren is nu hun moedertaal. Mede om deze reden voelen ze zich nauwelijks verbonden met andere zwarten. Dat maakt het Mauretaanse rassenconflict extra ingewikkeld.

,,Ik voel me meer verwant met de moren dan met de zwarten uit het zuiden,'' zegt Ahmed ould Ibrahim, een zwarte moor uit Nouakchott. Ibrahim, die voor een visverwerkend bedrijf werkt, klaagt dat de moren hem als zwarte nooit echt serieus nemen. Maar de gemeenschappelijk taal zorgt toch voor een band. En de islam, zo roepen de zwarten, benadrukt dat alle moslims gelijk zijn. ,,Dat doet mij vertrouwen dat het ooit goed zal komen'', zegt Ibrahim.