Aanmoediging tot culturele diversiteit

Een algemeen cultureel en literair tijdschrift als De Gids (sinds 1837) loopt het risico een reservaat te zijn van `dead white males', dode blanke mannen, zoals Amerikaanse feministes en vertegenwoordigers van minderheden auteurs met een gevestigde reputatie plegen aan te duiden. Om erachter te komen wat de redactie nu eigenlijk met het blad wil, heeft zij `Het Themaloze Nummer' gemaakt, waarvoor elke redacteur individueel een bijdrage wierf die naar eigen oordeel het beste beantwoordt aan de bedoeling van het tijdschrift. Welnu, er staan geen dode blanke mannen in. Alleen maar levende, zij het middelbare, blanke mannen. Geen vrouw of allochtoon te bekennen. Is dat erg? Helemaal niet. Die mannen hebben, op uiteenlopend gebied, wel degelijk iets van belang te vertellen wat thuishoort in een algemeen cultureel tijdschrift. Wat wel opvalt is dat twee artikelen oraties zijn en een derde gedeeltelijk gebaseerd is op een lezing. Kennelijk kostte het de redactie moeite om oorspronkelijk voor De Gids geschreven bijdragen te werven.

Briljant is de `(perf)oratie' van Frans de Ruiter, uitgesproken bij de aanvaarding van zijn ambt als hoogleraar Kunsten aan de Universiteit Leiden. Kunstbeschouwers, beleidsmakers en onderzoekers moeten dit stuk zeker lezen. De Ruiter houdt een pleidooi voor gelaagdheid in kunst en wetenschap. Met kracht verwerpt hij het onderscheid dat, onder andere door de voormalige staatssecretaris van cultuur Van der Ploeg, wordt gemaakt tussen hoge en lage cultuur. In de volgens De Ruiter `bijna onfrisse discussie' over hoge en lage kunst geldt `hoog' als elitair, exclusief en ontoegankelijk en `laag' als inclusief en toegankelijk. Maar zo ligt het niet. Er is wel onderscheid tussen hoog en laag, maar dan in de zin dat hoog staat voor `goed' of `interessant', en laag voor `slecht' of `plat'. ,,Er is geen hoge of lage cultuur, iets is kunst, cultuur of wat anders. Wat hoog of laag kan zijn, is de kwaliteit van het kunstwerk (...).''

Indrukwekkend is de motivatie van De Ruiter om kunst te integreren in het wetenschappelijke universitaire onderwijs en onderzoek. Met zijn leerstoel en met de nieuwe Faculteit der Kunsten wil hij een bijdrage leveren aan ,,een samenleving waarin Beschaving en Bildung tradities herstellen die het ons weer mogelijk zullen maken meer kosmopolitisch, open en divers te zijn.''

Meer kosmopolitisch, open en divers – een dergelijk streven raakt aan de discussie die nu woedt over de onmogelijkheid immigranten te laten integreren in de Nederlandse samenleving, zolang die samenleving zich kosmopolitisch gedraagt, open is en diversiteit aanmoedigt in plaats van tegenwerkt. Als aanmoediging tot openheid en diversiteit kan ook een tweede in dit Gidsnummer afgedrukte oratie worden aangemerkt. Meindert Fennema, onlangs benoemd tot hoogleraar in de Politieke Theorie van Etnische Verhoudingen, heeft op basis van empirisch onderzoek ontdekt dat een beleid, gericht op integratie van minderheden met behoud van eigen cultuur, de participatie van etnische gemeenschappen aan de Nederlandse samenleving sterk bevordert.

De Gids, 166ste jaargang, nr. 9, september 2003. Uitgeverij Meulenhoff, €7,75.