Uitdaging voor de bruggenbouwer

De Hoop Scheffer zal de NAVO door zwaar weer moeten loodsen en een verziekte atmosfeer moeten verbeteren. Het is de vraag of hij daar de capaciteiten voor bezit, betoogt J.L. Heldring.

In sommige commentaren op de keuze van Jaap de Hoop Scheffer als secretaris-generaal van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) klinkt de opvatting door dat dit de beloning is voor Nederlands gedrag als schoothondje van Washington. Het is waar dat niemand die post kan krijgen zonder goedkeuring van de Verenigde Staten, die nog steeds het machtigste lid van dit bondgenootschap zijn. Maar ook de andere leden hebben toch nog zoveel zeggenschap dat een kandidaat die hun, om welke reden ook, niet zint, niet opgedrongen kan worden. Het is dus onwaarschijnlijk dat De Hoop Scheffer zich inderdaad in de ogen van de andere leden een slaafs volgeling van Washington zou hebben betoond.

Andere commentaren juichen de keuze juist toe, en wel als bewijs van Nederlands invloed of als kans op nog grotere invloed. Nu ja, Nederland is geen Luxemburg of IJsland, die vanwege hun wel heel beperkt inwonertal – en IJsland heeft zelfs helemaal geen strijdkrachten – waarschijnlijk nooit een secretaris-generaal zullen opleveren. Het is echter niet alleen het gewicht van het land, maar ook het gewicht van de persoon dat in aanmerking wordt genomen.

En kans op grotere invloed? Vergeet het. De secretaris-generaal is de dienaar van achttien – straks 25 – soevereine staten, en die letten er met argusogen op dat hij zijn land van herkomst, of de politiek ervan, probeert te bevoordelen. Sommige secretarissen-generaal zullen eerder geneigd zijn achterover te leunen teneinde zo'n vermoeden bij voorbaat te ontzenuwen. Er is zelfs een secretaris-generaal geweest, de Nederlander Joseph Luns (1971-1984), die jarenlang in openlijk conflict verkeerde met zijn land, met welks beleid – onder de kabinetten-Den Uyl, -Van Agt en zelfs -Lubbers – hij het niet eens was. Maar dat is natuurlijk evenmin een wenselijke situatie.

De Hoop Scheffer kan wel vertrouwd worden noch het een noch het ander te doen. Hij zal iedereen te vriend moeten houden, maar tegelijkertijd gezag uitstralen en ieders respect afdwingen. En hij moet zich tevens een goed organisator betonen, die straks zeven nieuwe lidstaten in de NAVO zal moeten integreren. Heeft hij al die kwaliteiten in huis? In zijn vorige carrières, als diplomaat en politicus, heeft hij, voorzover we althans weten, geen vijanden gemaakt. Dat is alvast één belangrijk iets. Maar aan de andere kant is zijn ervaring als hoofd van een grote organisatie vrij beperkt gebleven: twee jaar minister van Buitenlandse Zaken. Zijn Nederlandse voorgangers, Stikker en Luns, hadden er meer: respectievelijk vier en negentien. De eerste was bovendien topman van Heineken en van de Stichting van de Arbeid geweest.

Zijn carrière als partijpoliticus is – het hoge woord moet eruit – geen groot succes geweest. Als politiek leider van zijn partij heeft hij gefaald. Zijn honorabel optreden tijdens de crisis die een einde maakte aan zijn fractievoorzitterschap en zijn loyaal gedrag daarna – hij is, kortom, een heer – kunnen dat niet verdoezelen. Het was om die reden dat een commentaar in de Frankfurter Allgemeine (waarin overigens abusievelijk vermeld stond dat De Hoop Scheffers vader diplomaat was geweest) zich vorige week afvroeg of hij wel over de in Brussel nodige leiderscapaciteiten beschikte. Misschien zal hij in zijn ambt groeien.

Dat zal nodig zijn, want er is zwaar weer op til. Ja, de NAVO bevindt zich in zwaar weer, en deze keer niet omdat er gevaar uit de Sovjet-Unie dreigt – reden waarom het bondgenootschap in 1949 werd opgericht. Nee, nu staat de NAVO onder grote interne spanningen, spanningen die zich dit voorjaar op dramatische wijze hebben gemanifesteerd. In feite staat De Hoop Scheffer voor een moeilijkere taak dan één van zijn voorgangers. Na de val van de Muur in 1989 was het duidelijk dat de NAVO haar reden van bestaan, althans van haar ontstaan, had verloren. De Sovjet-Unie kon immers niet meer als een potentiële agressor worden beschouwd. Ze zou zelfs enkele jaren later helemaal verdwijnen, evenals haar satellietenrijk dat zich tot diep in Europa had uitgestrekt. Er moesten dus andere taken worden gevonden voor de NAVO, die als pand van de Amerikaanse belangstelling voor Europa onmisbaar werd beschouwd, en die taken zijn ook wel min of meer gevonden, maar ze hebben tot dusver niet die bindende kracht weten te genereren die een externe dreiging (of de perceptie daarvan) vermag te bewerkstelligen.

Schijnbaar daarmee in tegenspraak is de aantrekkingskracht die de NAVO op de nu vrije Oost- en Midden-Europese landen wist uit te oefenen, die, anders dan de West-Europeanen, in Rusland nog wèl een dreiging zien. Maar met straks 25 leden is de diversiteit aan belangen en concepties binnen de NAVO nog groter geworden, en daarmee de kans op interne onenigheden.

Met het aantreden van een nieuwe regering in Washington in 2001 heeft dit proces, dat al aan de gang was, zich verhaast en verscherpt. Het onverbloemde unilateralisme van de regering-Bush is, zacht gezegd, niet bevorderlijk voor de samenhang binnen de NAVO. Heeft Washington nog wel belangstelling voor Europa? De manier waarop het gereageerd – of beter: niet gereageerd – heeft op de uitspraak die de NAVO daags na 11 september 2001 deed, nl. dat, conform art. 5 van het Noord-Atlantisch verdrag, een aanval op één der leden als een aanval op alle leden moet worden beschouwd, heeft bij de Europese bondgenoten tot een anticlimax geleid.

Hoezeer diplomaten (onder wie De Hoop Scheffer) dit ook ontkennen of bagatelliseren, er is sindsdien sprake van een kloof tussen Amerika en althans een belangrijk deel van Europa – zeker als we daarbij ook de openbare mening rekenen. Die kloof is door de oorlog tegen Irak – of die al dan niet gerechtvaardigd was – vergroot. Nu heeft de NAVO al vroeg in haar bestaan te maken gehad met de permanente oppositie die Frankrijk tegen de Verenigde Staten voerde. Dat land verliet in 1966 zelfs de militaire organisatie van het bondgenootschap. Maar met de grilligheden van dat ene land heeft de NAVO leren leven. Nu echter heeft Duitsland, dat tot dan toe Amerika's trouwste (en zeker belangrijkste) Europese bondgenoot was, zich in het Franse kamp begeven. Dat is een schok voor de Verenigde Staten geweest, een schok die onvermijdelijk gevolgen zal hebben voor hun kijk op heel Europa.

Wie van deze ontwikkelingen ook de schuld kan worden gegeven (niemand gaat helemaal vrijuit), feit is dat dit een vertrouwensbreuk tussen Amerika en de twee grootste landen van het Europese vasteland heeft veroorzaakt. Anderzijds heeft het vertrouwen van andere Europese bondgenoten een deuk opgelopen, nu de belangrijkste motivatie die Washington had opgegeven voor de oorlog tegen Irak – het bestaan van massavernietigingswapens in dat land – steeds meer loos blijkt te zijn geweest.

Met deze verziekte atmosfeer krijgt de nieuwe secretaris-generaal te maken. Hij krijgt nu de kans zijn vaak beleden ideaal van bruggenbouwer waar te maken.

Mr. J.L. Heldring is columnist van NRC Handelsblad.