Op de bres voor Dutch Colonial

Het Van Pelt-Woolsey House in New York dreigt te worden gesloopt. Alleen John Antonides strijdt nog voor een van de laatste achttiende-eeuwse Nederlandse boerenhuizen in de stad.

De buitenmuren zijn afgedekt met wanstaltige plastic schrootjes. De ramen zijn dichtgespijkerd. Het tuinhekje staat op instorten. Er ligt een matras in de verwilderde tuin. In de aanpalende garage heeft een brandje gewoed. Op straat staan autowrakken. Ogenschijnlijk is het niet veel soeps: het Van Pelt-Woolsey huis in Brooklyn. Maar achter het plastic en de triplex platen voor de ramen zit wel degelijk een van de laatste Nederlandse houten boerenhuizen van New York City verstopt. Als er niks gebeurt, wordt dit achttiende-eeuwse pand binnenkort gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw.

Het Van Pelt-Woolsey House is een van de veertien nog overgebleven zogenoemde Dutch Colonials, boerenhuizen die door Nederlandse kolonisten en hun nazaten in Brooklyn werden neergezet. Het huis dateert uit 1791. Het werd gebouwd door Aert van Pelt, visser van beroep, in wat aanvankelijk Nieuw Amersfoort heette. Dit dorp zou later opgaan in de stad Brooklyn, dat weer later een stadsdeel van New York City zou worden. Zou Brooklyn een zelfstandige gemeente gebleven zijn, dan zou het wat betreft inwonertal vandaag de dag de vierde stad van Amerika zijn.

Maar in 1791 bestond Brooklyn nog grotendeels uit landerijen en was de Dutch Colonial de meest gangbare bouwvorm. Er stonden honderden van deze boerenhuizen. Anders dan de naam suggereert, doet de Dutch Colonial in uiterlijk weinig Nederlands aan. Net als de jazz, is de Dutch Colonial een vorm die zuiver Amerikaans is, zij het dan dat hij door Nederlandse immigranten werd ontwikkeld. De typische Dutch Colonial is een houten huis, heeft één verdieping en veelal een glooiend dak dat ver over de voor- en achtermuren hangt. De originele Dutch Colonial vind je in de gebieden die door Nederlanders werden gekoloniseerd – New York, Long Island en de Hudson vallei. Maar tegenwoordig vind je de (retro-)stijl overal in Amerika terug. Ex-president Clinton woont in een Dutch Colonial van recente datum.

Voor John Antonides betekende het nieuws dat het Van Pelt-Woolsey House gesloopt gaat worden een onaangenaam déjà vu. ,,Ik dacht: daar gaan we weer'', vertelt Antonides die in 1999 een andere originele Dutch Colonial in Brooklyn van de slopershamer wist te redden. ,,Soms lijkt het wel of ik de enige ben die zich voor deze unieke huizen interesseert'', verzucht hij.

Antonides was zo begaan met het lot van het nabijgelegen Hubbard House dat hij het uiteindelijk maar zelf kocht en met moeizaam bij elkaar gesprokkelde subsidies restaureerde. Zijn huis is exemplarisch voor het lot dat veel van de Dutch Colonials in Brooklyn is beschoren: ze detoneren nogal in de stedelijke omgeving. Het contrast tussen Antonides' wit geschilderde, pittoreske houten pandje bijvoorbeeld en de directe omtrek kan niet groter zijn. Het huis is ingeklemd tussen twee monsterlijke opslagloodsen en staat direct onder een verhoogde spoorlijn waar elke vijf minuten een metro voorbij dendert.

Antonides' interesse in de Nederlandse huizen van Brooklyn wordt voor een groot deel gevoed door zijn eigen familiegeschiedenis. Hij stamt af van de Friese dominee Vincentius Antonides, die in 1706 vanuit het dorpje Bergum naar Brooklyn emigreerde. Daar preekte hij onder meer in de Dutch Reformed Church van Nieuw Amersfoort, die op een steenworp afstand ligt van het bedreigde Van Pelt-Woolsey House. ,,Het is niet ondenkbaar dat mijn voorvader dikwijls langs deze plek is gewandeld'', zegt Antonides. Om meer te weet te komen over zijn Nederlandse `roots', leerde Antonides met behulp van vooroorlogse streekromans en een paar cassettebandjes zichzelf Nederlands lezen, spreken en schrijven.

Antonides doet momenteel verwoede pogingen het Van Pelt-Woolsey House van de ondergang te redden. Hij heeft de New Yorkse monumentenzorg op het naderende onheil geattendeerd, maar deze organisatie is notoir langzaam en bureaucratisch. Daarbij komt dat de interesse in deze huizen sowieso niet bijster groot is. Slechts een handvol heeft officiële monumentenstatus. Het feit dat er maar veertien huizen resteren van de honderden die Brooklyn ooit rijk was is veelzeggend.

,,Wat dit huis speciaal maakt, is dat het nog steeds bestaat'', zegt Antonides. ,,Het is niet het mooiste voorbeeld van de Dutch Colonial boerenhuizen in Brooklyn, daarvoor is er in de loop der jaren te veel aan veranderd. Maar stel dat er nog veertien windmolens in Amsterdam overeind stonden. Zou je ze dan niet allemaal willen redden?''