Nieuwenhuijzen en Croiset perfect in stuk

Ter gelegenheid van hun vijftigjarig toneeljubileum kregen Hans Croiset en Annet Nieuwenhuijzen gisteren in Amsterdam op de première van Het Licht in de ogen een poëziebundel aangeboden met speciaal voor hen geschreven werk. Zes vooraanstaande dichters droegen na de voorstelling zelf voor. Twee anderen, Remco Campert en Anneke Brassinga, deden dat op video. De dichterlijke hulde was een mooi en uniek geschenk, zeker gevoegd bij het cadeau dat ze in de uren daarvoor kregen van gezelschap Het Toneel Speelt en schrijver Ger Thijs: een hun op het lijf geschreven, buitengewoon geestige komedie over een ouder acteursechtpaar dat moeite heeft met afscheid nemen van het toneel.

Uitgespeeld zitten ze op de bank. Ze vluchten in drank, heimwee naar een glorieus verleden, en dromen over een tweede carrière. Lo is een ijdele, kleinzielige man, nog altijd vol van zichzelf, vol van zelfmedelijden. Na een overval durft hij de deur niet meer uit. Vroeger nooit thuis, nu nooit meer buiten. Grace drinkt. Ooit heeft Lo haar als schoonheidskoningin van de Antillen gehaald om onder zijn regie gevierd actrice te worden. Nu voelt zij zich een banneling, een Ifigeneia in Nederland. Wat heeft het theater hun gegeven? Een schijnleven vol applaus, met een gruwelijk leeg naspel. Afkicken van de aandacht lukt hen niet, iets anders doen dan toneelspelen hebben ze nooit geleerd.

Ger Thijs schreef een intelligente, malicieuze, veelkantige tekst, die uitstijgt boven een rake zedenschets van de toneelwereld. Vele geslaagde grappen over de toneelwereld komen voorbij, die ongetwijfeld voortkomen uit woede over en behoudzuchtige afkeer van het huidige theater – die Thijs en Croiset graag uitdragen. Het blijft echter niet bij vakgrappen over de ,,nichten en Belgen'' die het theater verpesten, of gemopper over de recensenten ,,Hotz, Bracken en Luys'' die er zo onkundig over schrijven. Het licht in de ogen vertelt ook een dieper verhaal, over ouder worden, angst, liefde in de levensavond, moeten aanpassen aan een nieuw leven, net als je daar de buigzaamheid voor verliest.

Ook op het lijf geschreven is Het licht in de ogen omdat Thijs de jubilaris en jubilaresse alle gelegenheid geeft om hun grote talent en vaardigheid te tonen. Ze pakken gretig alle kansen om hun kunnen te tonen, en niet alleen als komedianten. Croisets grote prestatie is dat hij zijn onuitstaanbaar jankerige aansteller, de man die altijd acteert, toch tragisch weet te maken. Croiset krijgt zelfs een scène waarin hij zijn talent als regisseur kan tonen.

Annet Nieuwenhuijzen fungeert in het begin vooral als aangever van Croiset, haar rol is wat vlakker, maar uiteindelijk kan ze toch schitteren, als Grace opleeft in een nieuwe rol – toch nog! – en als ze op indrukwekkende wijze de eerste bladzijdes van Goethe's Ifigeneia in Tauris brengt. In de originele tekst besluit Grace met de slotmonoloog uit O'Neills Lange dagreis naar de nacht, een klassieker over verslaving, onverwerkt verleden, een oudere acteur en een slecht huwelijk, waar veelvuldig naar wordt verwezen. Deze monoloog is terecht gesneuveld. Dramatisch gezien is het beter dat Grace niet meer wil spelen, en niets meer zegt. Toch is het jammer, ik had de monoloog graag uit haar mond gehoord.

Voorstelling: Het licht in de ogen van Ger Thijs door Het Toneel Speelt. Regie: Gijs de Lange. Gezien: 28/9 Nieuwe de la Mar, Amsterdam. Tournee t/m 29/4. Inl 020-5237767 of www.hettoneelspeelt.nl