Nederlandse parlementariërs zoeken ruzie...

Nederlandse europarlementariërs zouden het onderling graag eens flink oneens worden. Dat is echter moeilijk. Zelfs Max van den Berg, de delegatieleider van de PvdA in het Europees Parlement, is er de afgelopen jaren niet in geslaagd een opzienbarend politiek conflict te ontketenen. Van zijn reputatie om met graagte de poten onder de stoel van een politieke tegenstander te zagen, is sinds hij in 1999 in Brussel optreedt weinig te genieten geweest.

,,Het is noodzakelijk om meer verschillen tussen de Nederlandse politieke partijen op Europees niveau duidelijk te maken'', zegt de VVD-europarlementariër Jules Maaten. ,,We moeten de confrontatie zoeken'', zegt europarlementariër Joost Lagendijk (GroenLinks). Onenigheid is volgens hen het recept om volgend jaar juni bij de Nederlandse kiezers belangstelling te wekken voor de Europese verkiezingen. De opkomst bij Europese verkiezingen vormt iedere keer weer een laagterecord. In 1994 nam 35,6 procent van de Nederlandse kiezers de moeite om te stemmen.

Bij de Europese verkiezingscampagne van 1999 hadden alle Nederlandse europarlementariërs het motto: zo laag mag de opkomst nooit meer worden. Toch werd er een nieuw record gevestigd: de opkomst was 29,9 procent. Nu durft niemand meer te zeggen welke hoogte van de opkomst hij bij de verkiezingen van volgend jaar hoopt te bereiken.

...met elkaar en met Nederland...

Kan een referendum volgend jaar over een Europese grondwet de belangstelling voor de Europese verkiezingen stimuleren? Bert Doorn (CDA-europarlementariër) ziet het somber in. Vrijwel alle Nederlandse europarlementariërs zullen bij zo'n referendum de kiezers oproepen om ja te zeggen tegen wat de grondwet wordt genoemd, maar in feite een internationaal verdrag is dat de Europese regeringsleiders afsluiten. Dat leidt niet tot opwindende debatten. De kans bestaat ook dat het debat noch over de inhoud van de Europese grondwet, noch over de Europese politiek zal gaan, maar over Nederlandse politiek. Doorn gelooft niet dat dit bevorderlijk kan zijn voor de opkomst bij de Europese verkiezingen.

Dat er grond is voor zijn vrees toont Van den Berg. Hij vindt dat zijn PvdA in het geval een referendum tegelijk met de Europese verkiezingen wordt gehouden, ook het nationale beleid van de Nederlandse regering moet aanvallen. Niet alleen europarlementariërs zouden aan zo'n campagne moeten meedoen, maar ook leden van gemeenteraden en van de Kamer. ,,Als iedereen meedoet, wanneer de europarlementariërs niet alleen als een buitenboordmotor uit Brussel campagne voeren, dan denk ik dat de opkomst hoger dan 29,9 procent kan zijn'', zegt hij.

GroenLinkser Lagendijk verwacht dat een referendum het debat over Europa in Nederland zal stimuleren. Maar zal het ook een stimulans zijn om naar de stembus te gaan? Lagendijk is blij wanneer eenderde van de kiezers bij een combinatie van referendum en verkiezingen op dezelfde dag opkomt. Wordt het referendum op een andere dag gehouden dan de verkiezingen, dan vreest hij voor de opkomst bij een van de twee gevallen. Hij gelooft niet dat veel kiezers twee keer voor Europa naar de stembus willen.

Hans Blokland (ChristenUnie/SGP) is pessimistisch. Hij denkt dat een referendum het debat voor de Europese verkiezingen ,,helemaal doodslaat''. Waagt iemand het - behalve mogelijk de SP - om de kiezers te stimuleren de Europese grondwet van de hand te wijzen? ,,Dan staan we weer allemaal hetzelfde te vertellen en is er geen debat'', voorspelt hij. Hij meent dat de grote saaiheid van de verkiezingscampagnes de oorzaak is van de geringe belangstelling van de kiezers. Daarover zijn veel van zijn collega's in Brussel het eens.

..maar ja, waarover dan?

,,Meestal vervelend'', noemt Lagendijk de avonden waarop hij samen met europarlementariërs van andere partijen in Nederlandse zaaltjes het publiek warm moet maken voor de Europese politiek. ,,Europa hoera campagnes'' typeert Maaten spottend de bijeenkomsten waarbij hij niet de degens kruist met europarlementariërs van andere partijen, maar waarbij het publiek vooral wordt verteld hoe belangrijk het Europees Parlement is. Wanneer europarlementariërs zo'n avond al vervelend vinden, wat moeten de opgetrommelde belangstellenden er dan wel niet van denken?

Volgens Blokland levert het publiek een belangrijke bijdrage aan de saaiheid van de Europese politieke avondjes. De europarlementariërs worden bestookt met vragen over de gang van zaken in Brussel. Ze kunnen daarop niet veel anders dan dezelfde antwoorden geven. In plaats van politieke discussies, zijn de avonden meestal informatiebijeenkomsten over de gang van zaken in de Europese Unie.

,,Dat gezamenlijk optrekken moeten we doorbreken'', zegt Kathelijne Buitenweg (GroenLinks). Ze wil ,,offensief'' worden tegen VVD en CDA. Blokland wil de kiezers ook gaan vertellen dat de Nederlandse europarlementariërs het niet overal over eens zijn. Bob van den Bos (D66): ,,We moeten de tegenstellingen duidelijk voor het voetlicht brengen. Maar een handicap is dat de tegenstellingen op Europees niveau minder groot zijn dan nationaal het geval is.''

Dat is precies het probleem. De onderlinge verschillen die europarlementariërs opsommen lijken geen stof voor hevige debatten. D66 verschilt ,,niet diepgaand'' met de PvdA van mening, maar de socialisten zijn volgens Van den Bos ,,niet altijd even liberaal''. GroenLinks kan volgens Lagendijk de confrontatie met VVD en SP aangaan over zaken als euroscepsis, liberalisering in Europa, de uitwisseling van persoonsgegevens met de Verenigde Staten en het mogelijke EU-lidmaatschap van Turkije. Blokland wil de kiezers vertellen dat zijn partij naast een Europees asielbeleid ook een Europees uitzettingsbeleid nastreeft en zich bijzonder druk maakt over oplosmiddelen in de verf en de daarmee samenhangende schildersziekte. ,,Dat zijn concrete zaken voor de mensen'', zegt hij.

,,Kunstmatig'' noemt CDA-er Doorn echter de pogingen om tegenstellingen te scheppen. Nationaal zich op politieke verschillen richten. ,,Maar in het Europees Parlement moet je ook het Nederlandse nationale belang dienen. Dan kun je niet zulke sterke tegenstellingen scheppen als in Nederland.'' Hij ziet niets in het recept van onenigheid, heeft ,,niet zo rooskleurige'' verwachtingen over de opkomst bij de verkiezingen volgend jaar en doet verder zijn werk met groot plezier.

Agenda oktober:

4 oktober: Europese regeringsleiders onderhandelen in Rome over Europese grondwet.

7 oktober: bijeenkomst EU-ministers van Financiën

16 en 17 oktober: top van Europese regeringsleiders in Brussel

20 tot 24 oktober: plenaire vergadering Europees Parlement in Straatsburg