Licht vaker uit in Europa door krappe productie

Vele tientallen miljoenen Europeanen maakten de afgelopen weken stroomstoringen mee. De kans dat het licht vaker uitgaat is aanwezig, ook in Nederland.

Miljoenen Zweden, Denen en Britten hadden een déjà vu afgelopen weekend toen 55 miljoen Italianen urenlang geen elektriciteit hadden. Het was de laatste, en tevens grootste, stroomstoring die Europa de afgelopen maand trof en verdrong de storing die het noordoosten van de Verenigde Staten eind augustus verlamde van de eerste plaats. Eind augustus had Europa nog besmuikt gereageerd op de Amerikaanse uitval en werd in koor geroepen dat zoiets ondenkbaar was in Europa. Maar al snel volgde de stroomuitval in de miljoenenstad Londen en vorige week zaten vier miljoen mensen in de regio in het noordoosten van Denemarken en het zuidwesten van Zweden urenlang in het donker zaten.

De storingen in Europa lijken op het eerste gezicht allemaal ongelukjes. Een bijzondere samenloop van omstandigheden, domme pech en menselijk falen die de samenleving vrijwel tot stilstand brengen. Zo begon de Italiaanse storing waarschijnlijk met een boom op een hoogspanningsmast. Omdat de import uit Zwitserland wegviel probeerden de Italianen tevergeefs stroom uit Frankrijk te halen om het verlies te compenseren. Dit mislukte waardoor er een kettingreactie op gang kwam: er was te weinig aanbod om aan de vraag te voldoen waardoor er een onbalans ontstond, het licht uitviel en elektriciteitscentrales uit veiligheidsoverwegingen automatisch werden afgeschakeld.

Maar er zijn een aantal factoren die hetzelfde zijn bij alle storingen. Zo kampt een aantal landen in Europa met een dalende productiecapaciteit en een steeds grotere afhankelijkheid van stroomimporten. Het ontbreken van een grote voorraad aan reservecapaciteit maakt het bovendien moeilijker om storingen te voorkomen omdat de kans op onbalans groter is.

Ook in Nederland neemt het risico toe. Dat werd deze zomer weer eens duidelijk toen de reserves vrijwel verdwenen omdat het verbruik door de hitte toenam, terwijl de centrales minder konden produceren omdat het koelwater sterk was opgewarmd.

,,Wat Italië overkwam dit weekend kan in principe ook in Nederland gebeuren'', zegt een woordvoerder van Tennet, de beheerder van een groot gedeelte van de stroomkabels en de verbindingen met het buitenland. Net als in Italië importeert Nederland namelijk zo'n 17 procent van de elektriciteit die het verbruikt. Als deze import in een klap zou wegvallen, verdwijnt ook hier de spanning van het net. De kans op zo'n ramp is klein, zo stelt Tennet. Als enige in Europa heeft Nederland een zogenaamd ringsysteem. Dit systeem voorziet erin dat de elektriciteit van twee kanten kan worden aangevoerd, waardoor het uitvallen van een centrale makkelijker kan worden opgevangen. Ook kan een storing sneller worden geïsoleerd – als een soort greppel rondom een bosbrand – waardoor een kettingreactie uitblijft.

Verder is Nederland na Zwitserland het land in Europa met de meeste – vijf – importverbindingen. De kans dat deze lijnen naar Duitsland en België tegelijkertijd wegvallen wordt niet groot geacht. Momenteel wordt onderzocht of er een verbinding met Groot-Brittannië kan worden gelegd. ,,De beslissing wordt in 2005 genomen waarna de verbinding in 2008 operationeel kan zijn'', aldus Tennet dat ook de capaciteit met Duitsland vergroot.

Hierdoor zal de Nederlandse afhankelijkheid van stroom waarschijnlijk nog meer toenemen. De energiebedrijven voeren graag Duitse of Franse stroom in omdat deze veel goedkoper is. De stroom uit Duitsland en Frankrijk wordt namelijk opgewekt in kolen- en kerncentrales, een veel goedkopere productiewijze dan de gascentrales die veelal in Nederland en Italië staan. Een aantal van deze centrales is de afgelopen jaren, toen de energiemarkt langzaam werd vrijgegeven, dan ook in de mottenballen gezet. Tennet heeft onlangs berekend dat Nederland tot 2010 voldoende capaciteit heeft om aan de binnenlandse vraag te voldoen, maar dat de afhankelijkheid zeer sterk zal stijgen.

Het toenemende aantal grote storingen heeft ook politiek Den Haag wakker geschud. Minister Brinkhorst (Economische Zaken) wil laten onderzoeken of het niet economisch aantrekkelijker kan worden om overcapaciteit te laten draaien, bijvoorbeeld door het opzetten van een markt voor reservecapaciteit.

Zulke plannen kunnen in de toekomst zorgen dat er minder snel onbalanssituaties optreden. Het zal echter nog even duren eer er – zowel in Nederland als in Italië – weer voldoende reserves zijn. De bouw van centrales duurt namelijk jaren.