Gesmolten ijs

HET LICHT KAN OOK in Europa uitvallen. De elektriciteitsstoring die Italië in het weekeinde trof, waardoor 57 miljoen mensen zonder stroom kwamen, heeft de kwetsbaarheid van de energievoorzieningen opnieuw blootgelegd. De afgelopen zomer hebben zich meer stroomstoringen voorgedaan in welvarende industrielanden: half augustus viel de elektriciteit uit bij vijftig miljoen Amerikanen en Canadezen; eind augustus zat groot-Londen zonder licht en in september was er een storing in Denemarken en zuidelijk Zweden. Voor een deel is deze coïncidentie te verklaren door de warme zomer en de welvaart. Het massale gebruik van onder meer airconditioning heeft de vraag naar energie vergroot, terwijl de productiecapaciteit achterblijft bij de vraag en netwerken overbelast raken. Met als recentste gevolg dat Italië een zondag zonder dampende espresso, zonder voetbal op tv en met gesmolten ijs beleefde.

Er is meer aan de hand dan de ongelukkige omstandigheid dat een boom tijdens onweer op een hoogspanningskabel viel. De energiesector bevindt zich in alle grote industrielanden in een proces van ontvlechting van de overheid, deregulering, verzelfstandiging en privatisering. Dat blijkt toch niet zo eenvoudig. In de Verenigde Staten is een ingewikkeld systeem van lokale en regionale netwerken nog veel ingewikkelder geworden; in de Europese Unie vordert de marktwerking in de energiesector per land verschillend en biedt de geïntegreerde Europese markt geen garantie op storingsvrije levering. Bij de black-out in Italië waren Italiaanse, Franse en Zwitserse energiebedrijven betrokken, zowel staatsbedrijven als particuliere ondernemingen. Nationale economieën hoeven niet per se al hun energie zelf op te wekken – Italië importeert stroom uit Frankrijk en Zwitserland – maar dan moeten in de hoogspanningsnetwerken wel zekeringen zijn ingebouwd om te voorkomen dat een beperkte storing een heel land kan platleggen. De netwerken blijken, net als in augustus in de Verenigde Staten, essentieel.

De hitte van de afgelopen zomer heeft meer zwakke punten in de energievoorzieningen blootgelegd: de afhankelijkheid van koelwater, de noodzaak om over voldoende reservecapaciteit te beschikken. De kortstondige krapte in Nederland was niet uniek, dezelfde problemen deden zich voor in Frankrijk waar een kwart van de kerncentrales tijdelijk op non-actief moest worden gezet. Incidentele krapte bij de productiecapaciteit en kwetsbaarheid van de netwerken leiden tot de vaststelling dat er meer geïnvesteerd moet worden in onderhoud en uitbreiding van de energievoorzieningen. Zowel in de Verenigde Staten als in de Europese Unie is die conclusie na de recente storingen getrokken. Tot nu toe is onduidelijk of de verzelfstandigde energiebedrijven tot investeren op korte termijn bereid zijn en of overheden ze hiertoe kunnen dwingen. Gebeurt dit onvoldoende, dan zijn nieuwe storingen slechts een kwestie van tijd.