Evenwichtiger, maar nog altijd `superfanaat'

Na drie jaar in de luwte te hebben gewerkt, keerde Jacques Brinkman (37) gisteren terug in de hockeyhoofdklasse: als coach van `zijn' SCHC.

Jacques Brinkman veranderd? Vergeet het maar. ,,Ik ben nog altijd superfanaat.'' Maar als een dolleman langs de zijlijn paraderen, in een poging zijn spelers tot meer daadkracht aan te sporen? Brinkman niet gezien. ,,Het is leuk hoor, zo'n karatetrap zoals Van Gaal die ooit bij Ajax demonstreerde, maar dat zijn noodgrepen. Dat werkt één of twee keer, en doe je het nog een keer dan nemen ze je niet meer serieus.''

Onbewogen zit hij dan ook op de op bank, bij zijn debuut als coach van SCHC, de hockeyclub uit Bilthoven waar hij ooit kennismaakte met bal en stick. In de stromende regen, een passend decor voor het naargeestige duel, ziet Brinkman (37) hoe zijn ploeg na rust een 2-0 achterstand wegwerkt om in de slotfase alsnog onderuit te gaan tegen vice-landskampioen Oranje Zwart: 2-3. Neo-international Rob Reckers is tien minuten voor tijd de maker van het beslissende (frommel)doelpunt op de openingsdag van het nieuwe seizoen.

Ogenschijnlijk onaangedaan staat Brinkman na afloop op het doorweekte kunstgras. Hij glimlacht flauwtjes en zegt ,,niet ontevreden over het vertoonde spel'' te zijn. ,,We moeten alleen nog wat meer de schroom van ons afwerpen.'' Eén troost heeft hij: ,,Het seizoen is nog lang.'' Brinkman beheerst niet alleen de taal van de trainer-coach, hij spreekt het ook.

Het is even wennen, zeker voor wie de speler Brinkman nog op het netvlies heeft staan. Nooit was hij te beroerd om zijn mening te geven, altijd droeg hij het hart op de tong. Bestuurders, coaches en (mede)spelers namen hem zijn openhartigheid vaak niet in dank af. Maar Sjek, de voormalige ijzervreter en stofzuiger op het middenveld, zei slechts wat gezegd moest worden. Aan `mooipraterij' had hij een hekel.

Tegenwoordig kiest Brinkman zijn woorden met zorg. ,,Ik praat niet zozeer met de handrem erop, maar ik ben me terdege bewust van de impact van mijn woorden. Als speler kon ik roepen wat ik wilde, als coach heb ik met meerdere belangen te maken en ben ik na een wedstrijd alweer bezig met de volgende. Dan is het niet zo handig om vanuit je emotie iemand tot op zijn veters af te branden, ook al is daar aanleiding toe.'' Lachend: ,,Dan maar wat minder sappige stukjes in de krant.''

Leergeld betaalde Brinkman vooral bij Amsterdam, de club die hij zes jaar diende toen zijn medespelers hem begin 1998 met succes voordroegen als speler-coach. Ruim een halfjaar later kwam (een deel van) diezelfde spelersgroep in opstand. Brinkman was te rigide, had geen oog en oor voor andere geluiden, en kon na een kolderieke loopgravenoorlog inrukken.

De affaire heeft geen blijvende schade aangericht, beweert Nederlands recordinternational (337 caps). Maar de lessen uit de roerige periode is de energieke draver van onder meer SCHC en Kampong niet vergeten. ,,Bij Amsterdam heb ik geleerd dat je als coach geen moment kan of mag verslappen. Je moet er constant bovenop zitten, heel veel praten en rekening houden met allerlei belangen. Of het nu om ouders van spelers gaat of om bestuurders één voor één hebben ze een mening, en één voor één zullen ze niet nalaten hun invloed aan te wenden.''

Drie jaar in de luwte, bij overgangsklasser Schaerweyde uit Zeist, hebben hem gelouterd. ,,Jacques is veel evenwichter dan voorheen'', constateert zijn drie jaar jongere broer Richard. ,,Juist door bij een club te gaan werken waar het er lang niet altijd even serieus aan toe gaat, heeft hij geleerd om te relativeren. Jacques beseft nu pas echt goed dat niet iedere hockeyer met eenzelfde fanatisme uitgerust is als hij destijds was. Zijn perspectief is breder geworden.''

Op die analyse valt weinig af te dwingen, erkent de oudste Brinkman. ,,Ik hou nog steeds van discipline, van op tijd komen, van optimale inzet en dat soort zaken. In het begin moest ik vreselijk wennen bij Schaerweyde, zeker omdat ik toen net terugkwam uit Sydney (Olympische Spelen 2000, red.) en dus nog boordevol adrenaline zat. Maar ik had snel door dat ik maar beter kon dimmen. Als ik toen iedere speler die ik had betrapt op het roken van een sigaretje, een disciplinaire straf had gegeven, dan had ik op zondag maar vijf spelers kunnen opstellen.''

Maakte hij bij Amsterdam nog de fout door zowel zijn broer als zijn zwager in de begeleiding op te nemen, bij Stichtse deed Brinkman een meesterzet door de moeder van middenvelder Floris Evers als manager aan te stellen. Zo voorkwam hij een vertrek van de neo-international op wie vele clubs deze zomer jacht maakten, en die tesamen met Bloemendaal-aanwinst Maarten Froger en libero Erik Jazet het brein van het elftal vormt.

Laatstgenoemde speelde ruim negen jaar samen met Brinkman in de nationale ploeg. ,,Jacques is als coach net zo gedreven als toen hij nog speler was, met dien verstande dat hij nu een stuk rustiger is en openstaat voor geluiden vanuit de groep'', weet Jazet (32).

Rustiger, maar ook realistischer. Vorige maand durfde Brinkman de voorspelling aan dat niemand vreemd hoeft op te kijken als SCHC dit seizoen ,,meedoet in de strijd om de play-offs''. Na de knullige nederlaag tegen OZ laat de stick-importeur zich niet verleiden tot boude uitspraken.