Coquilles met lentegroenten

Bereid voor het gemak de doperwtjes en asperges van tevoren, want daar zit het meeste werk in. U kunt dan zodra u wilt gaan serveren dit heerlijke, frisse voorgerecht snel en zonder veel moeite afwerken.

Dop de doperwten. U zult ongeveer 275 gram doperwtjes overhouden. Kook de erwten circa 5 minuten in kokend, gezouten water tot ze net gaar zijn. Giet ze over in een zeef, laat ze schrikken onder de koude kraan en laat ze goed uitlekken. Zet even weg.

Snijd de houtige einden van de asperges, en schil dan vanaf de onderkant tot ongeveer aan het midden. Kook de asperges circa 5 minuten in kokend, gezouten water tot ze net gaar zijn. Giet ze af en laat ze schrikken onder de koude kraan. Laat ze goed uitlekken.

Pel de sjalotjes en snipper ze. Snijd de venkelknol bij en snijd hem in de lengte doormidden. Snijd er zo nodig de harde kern uit. Snijd de venkel vervolgens in de lengte in dunne plakken.

Verhit de 3 eetlepels olijfolie in een grote, zware koekenpan op een matig vuur. Voeg de sjalotjes en venkel toe en laat die 6 tot 7 minuten zachtjes bakken tot de venkel bijtgaar is. Giet er de wijn bij, draai het vuur hoger en laat de wijn in 2 tot 3 minuten inkoken. Giet er de bouillon bij en laat 3 tot 4 minuten koken tot het vocht tot ongeveer de helft ingekookt is. Schep er de rucola door, breng alles op smaak met zout en peper en laat heel kort zachtjes koken tot het blad net geslonken is. Leg het deksel op de pan en neem de pan van het vuur.

Bestrooi de coquilles licht met zout en peper. Verhit een beetje olijfolie in een anti-aanbak koekenpan op een middelhoog vuur. Leg er de coquilles in en bak ze 2 tot 3 minuten, waarbij u ze een keer omdraait, tot ze aan beide kanten goudbruin zijn en ze van binnen net gaar zijn. Verdeel de groenten over vier voorverwarmde borden. Schik er de coquilles naast en dien op.

Deze week nog recepten voor boleten, tam konijn in witte wijn met paprika, een klapsandwich, toast met rauwe zalm en appel, en gebakken saffraanrijst.