Amsterdam krijgt er nog een symfonieorkest bij

Half oktober krijgt Amsterdam een nieuw orkest in de grote zaal van de Beurs van Berlage. Het Amsterdam Symphony Orchestra van dirigent Peter Sánta is jong en wil een brug slaan naar jonge liefhebbers van klassieke muziek, hopelijk ook via Classic FM.

,,Waarom niet?'' antwoordt dirigent Peter Sánta op de vraag waarom hij met zijn nieuwe Amsterdam Symphony Orchestra nóg meer klassieke muziek gaat brengen in Amsterdam met concerten in de grote zaal van de Beurs van Berlage. De stad heeft al het Koninklijk Concertgebouworkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest. En het Concertgebouw is met 840.000 bezoekers per jaar al de drukst bezochte concertzaal ter wereld.

Peter Sánta: ,,Waarom geen orkest erbij? In het normale bestel moet je iets unieks toevoegen om subsidie te krijgen. Wij worden niet gesubsidieerd, afgezien van sponsoring en donaties zijn we een commercieel orkest. Als je als bakker begint in een straat met meer bakkers, moet je iets lekkerders bieden, iets speciaals. Ons specialisme wordt `jong en fris'.

,,We willen iets: energiek en passievol spelen, jonge solisten presenteren. We zijn ook bezorgd over klassieke muziek in de 21ste eeuw. Subsidies worden minder, platencontracten houden op, maar de klassieke wereld denkt niet na over de toekomst. Wij boren nieuw publiek aan. Wij kopen ook Classic FM, als eind november ons bod op de klassieke radiokavel wordt gehonoreerd.''

Het Amsterdam Symphony Orchestra begint in het eerste seizoen met acht concerten in Amsterdam – de vier concertprogramma's worden elk een keer herhaald. Elders in het land komen er ook concerten en in april wordt in de Amsterdamse Oude Kerk de Johannes Passion van Bach uitgevoerd. Sánta voorziet nog een gala als benefietconcert voor het orkest en een ander goed doel, zoals War Child. ,,Na dit opwarmseizoen moeten er in Amsterdam zestien concerten worden gegeven, later misschien twintig. Maar ook met sponsoring leveren die nog verlies op. We moeten ruimte houden voor commerciële opdrachten, besloten concerten, filmmuziek inspelen, want daar moeten we deels van leven. In Nederland is dat niet gebruikelijk, maar alle Londense orkesten doen het.''

De problemen zijn groot bij het oprichten van een nieuw orkest met een vaste standplaats. De laatste keer dat het in Amsterdam gebeurde, was vijftig jaar geleden, toen Anton Kersjes begon met het Kunstmaandorkest, later het Amsterdams Philharmonisch Orkest en nog weer later opgenomen in het Nederlands Philharmonisch Orkest. Een orkest is erg duur, ook al zijn de zeventig musici jong en net afkomstig van het conservatorium. Sánta: ,,Hun niveau is eng hoog, ze houden van vrijheid en doen naast het orkest ook allerlei andere dingen in de muziek.'' Ook het huren van de Beurs van Berlage is duur, al betaalt Sánta niet de volle prijs. Namen van sponsors kan Sánta pas geven als de eerste concerten half oktober een succes zijn.

,,Zonder subsidie moet je een loyaal publiek hebben, je moet dat koesteren en dat actief mee laten doen aan het instandhouden van het orkest. Het orkest moet dan ook het publiek ter wille zijn. We moeten op een laag podium proberen direct te communiceren, twaalfhonderd mensen laten zien dat we plezier hebben in ons vak. Dat mis ik bij sommige orkesten. Daar kom je een bedrijf binnen, terwijl elk concert een feestje moet zijn. Wij willen na afloop nog gezellig napraten met het publiek. We zijn een orkest met een aaibaarheidsfactor.''

Sánta richt zich op jongere liefhebbers van de MTV-generatie. ,,Late twintigers, ze hebben bijvoorbeeld gestudeerd en vinden klassieke muziek in principe wel leuk, maar ze hebben er nog geen verstand van. Omdat wij ook jong zijn, kunnen we bruggen bouwen. We brengen standaardrepertoire, `alle dertien goed'. In het eerste seizoen Saint-Saëns, Elgar, Dvorák, Debussy, Ravel, Tsjakovski, Mozart, Beethoven, Schubert, Johann Strauss, Schumann en Brahms. We willen niemand afschrikken, al beginnen we in het tweede seizoen een wedstrijd voor jonge componisten en laten we elk concert daarvan iets horen.''

Nieuw voor Nederland is behalve het Amsterdam Symphony Orchestra ook de naam van Peter Sánta (35), zoon van een Ierse moeder en een Hongaarse vader, die solocellist was bij Radio Filharmonisch Orkest. Als tweejarige wilde hij al spelen, hij deed een vioolstudie op het Utrechts Conservatorium bij Philip Hirshorn maar kreeg rugproblemen. ,,Toen wilde ik dirigeren en ging in het Concertgebouw naar repetities van Bernstein en Giulini. `Meneer Bernstein', vroeg ik, `waarom dirigeert u het begin van Schuberts Achtste symfonie in zes-achtste in plaats van in drie-kwart? Eerst ging hij er niet op in, maar later zei hij: `Je hebt gelijk!' Dat vond ik leuk.''

In 1990 won Sánta de Eduard van Beinumprijs op een dirigentenconcours van de NOS en werd hij door jurylid Hiroyuki Iwaki meegnomen naar Japan voor directielessen en concerten. Sindsdien heeft Sánta carrière gemaakt in Azië, Australië en Europa, ,,bij goede en minder goede orkesten'', volgens zijn website. ,,Ik heb bijna alles gedirigeerd, ook Mahler en Sjostakovitsj en eigentijdse muziek. Mijn fouten heb ik in het buitenland gemaakt.'' In Nederland organiseerde Sánta concerten, maar dirigeerde slechts enkele keren, zoals vorig jaar oktober bij een Tsjechisch orkest.

Sánta noemt zichzelf een ,,redelijk flamboyante dirigent, expressief, extravert, gericht op contrasten'' en spreekt als dirigent én directeur. ,,We hebben een businessplan en een mediaplan gemaakt voor drie jaar en als dan blijkt dat er geen hond op zit te wachten of te weinig honden, dan moet je zo zakelijk zijn te concluderen dat je moet stoppen. Maar ik denk dat het een succes wordt. Het Nederlandse muziekleven kijkt nogal laatdunkend naar Wibi Soerjadi en André Rieu. Ze houden hun eigen broek op en daar kun je een voorbeeld aan nemen.''

Amsterdam Symphony Orchestra o.l.v. Peter Sánta m.m.v. Quirine Viersen, cello: 15, 16/10 20.15 uur Beurs van Berlage Amsterdam. Res.: (035) 6922262; www.amsterdamsymphony.com